Niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers naar classes CGK

Synode CGK 2016
De generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken, donderdag in Nunspeet. beeld RD

Samenwerkingsgemeenten in de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) mogen niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers naar een classisvergadering zenden. Als lid krijgen ze daar een adviserende stem. Dat heeft de generale synode van de CGK donderdag in Nunspeet besloten.

Op de synodetafel lag opnieuw het rapport van deputaten eenheid gereformeerde belijders. Het ging donderdag vooral over de vraag of niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers naar de classes mogen worden afgevaardigd. Samenwerkingsgemeenten –bijvoorbeeld van christelijk gereformeerden en vrijgemaakt gereformeerden– ervaren vaak geen onderscheid meer tussen hun leden. Bovendien is het soms lastig om voldoende christelijk gereformeerde ambtsdragers naar de classes af te vaardigen.

De commissie die het rapport van deputaten heeft bestudeerd, stelde voor niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers als „lid met adviserende stem” naar de classis te „zenden”. Dat zou wel een „nieuw figuur” in de kerkorde opleveren, geven zij aan.

Volgens de commissie kunnen op deze manier niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers de samenwerkingsgemeente vertegenwoordigen en wordt de plaatselijk gevonden eenheid zo veel mogelijk gehonoreerd. Door het stemrecht voor te behouden aan de christelijk-gereformeerde afgevaardigden, „wordt de classis als bredere kerkelijke vergadering met zijn bovenplaatselijke verantwoordelijkheid in het oog gehouden.” De niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers mogen geen classicale taken vervullen of worden afgevaardigd naar de particuliere synode.

Constructie

„Dit is niet de fraaiste constructie”, erkende rapporteur ds. L. A. den Butter (Culemborg) donderdag. „Maar die doet wel het meest recht aan de huidige situatie van samenwerkingsgemeenten én aan de verscheidenheid en gebrokenheid in ons kerkelijk leven.”

Deputaat ds. W. van ’t Spijker (Hilversum) liet zien hoe de verschillende classes over de afvaardiging van niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers denken. In de meeste classes lijkt een meerderheid vóór te zijn. Zo geeft een deel van de classis Zwolle aan de afvaardiging te zien als een logisch gevolg van de eerder erkende samenwerking tussen verschillende kerken.

De commissie constateert op basis van de reacties uit de classes echter dat er „grote verscheidenheid” bestaat. „Enerzijds het niet kunnen dragen dat niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers niet afgevaardigd worden, anderzijds „gewetensnood” als dat wel mogelijk zou zijn.”

Ouderling A. J. de Vuyst (Nieuw-Vennep) stelde voor de afvaardiging over te laten aan het oordeel van de classes.

Ds. H. Korving (Urk): „Is het een rare gedachte om samenwerkingsgemeenten te vragen christelijk gereformeerde broeders naar de classis af te vaardigen?” Hij ziet alleen bij „noodsituaties” ruimte voor niet-christelijk-gereformeerde afgevaardigden met adviserende stem, zoals de synode van 2013 bepaalde. Samen met ds. A. A. Egas (Nieuwkoop) stelde hij voor de huidige situatie te handhaven. Zij kregen echter geen meerderheid in de synode.