Nederlander niet positief over kerk

Dr. Steven van den Heuvel. beeld ETF Leuven

Nederlanders zijn in 2019 optimistischer geworden over de toekomst. Dat blijkt uit de zogenoemde Hoopbarometer. Tegelijkertijd signaleert dr. Steven van den Heuvel dat de kerk niet meer als een veilige plek wordt gezien.

De Hoopbarometer wordt sinds 2016 jaarlijks uitgevoerd door de aan de Erasmus Universiteit Rotterdam verbonden Erasmus Happiness Economics Research Organisation (EHERO) en het Institute of Leadership and Social Ethics (ILSE), een onderzoeksinstituut van de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) Leuven.

Nederlanders hadden in 2019 positievere verwachtingen dan in 2018, zo blijkt uit het onderzoek. In het afgelopen jaar ontwikkelde de Nederlander een iets hogere verwachting voor het leven in het algemeen. Ook zijn Nederlanders positiever over de toekomst van zorg, onderwijs, veiligheid en de maatschappij.

Nederlanders hebben meer vertrouwen gekregen. Zij vertrouwen het meeste op hun familie en buurtbewoners. Als maatschappelijke organisatie scoort de lokale politie het best, met een score van 6,5 op een schaal van 1 tot 10.

Nederlanders zijn vaker bereid zich in te zetten voor anderen, blijkt verder uit de Hoopbarometer. Vergeleken met mensen die een onvoldoende scoren, geven degenen die een voldoende scoren vaker aan dat zij het belangrijk vinden om anderen te helpen.

Nederlanders hebben het minste vertrouwen in religieuze instituten. Waar maatschappelijke instituten als het leger en de nationale overheid een voldoende scoren, eindigen religieuze instituten op de laatste plaats, met een score van 4,2.

Project

Dr. Steven van den Heuvel is onderzoeker van het ILSE en betrokken bij het project ”Hoop als drijfveer”. De vorige week gepubliceerde Hoopbarometer is een van de onderdelen van dat project.

Wat verstaat u in dit onderzoek onder religieuze instituten?

„Dat begrip is heel breed: het slaat op kerken, moskeeën en synagogen. Mensen hebben minder fiducie in deze instituten dan voorheen. Daarnaast is de score voor wat we ”spirituele hoop” noemen ook laag. Voor de meeste mensen is hoop niet verbonden met het geloof in een God Die we mogen vertrouwen.”

Het vertrouwen in religieuze instituten scoort in het onderzoek het laagst. Heeft u daar een verklaring voor?

„Ik denk dat het komt door negatieve beeldvorming. Dat is deels begrijpelijk, denk aan het misbruikschandaal in de Rooms-Katholieke Kerk, alsook aan de publicatie van de Nashvilleverklaring. Hierdoor wordt de kerk vanuit de samenleving niet meer als een veilige en betrouwbare plek gezien. Dat is wat mij betreft een zorgelijke ontwikkeling.”

Wat gaat de ETF met deze zorgelijke ontwikkeling doen?

„Indirect willen we op een positieve manier een bijdrage leveren. Dat doen we bijvoorbeeld door een brede definitie van hoop te hanteren, waarin we ook de spirituele, geestelijke dimensie van hoop erkennen. De meerderheid van de onderzoeken naar hoop doet dat niet.

Wij zijn een theologisch onderzoeksinstituut en als zodanig doen we meer dan alleen bijdragen aan het meten van hoop. Zo publiceren we binnenkort een bundel waarin we het rijke begrip hoop nader uitdiepen, ook Bijbels-theologisch. We definiëren de mens als een ”homo viator”, een hoopvol wezen. Als christenen stellen we dat deze dimensie een wezenlijk onderdeel is van de geschapenheid van de mens in het beeld van God. Bovendien is door Christus het Koninkrijk Gods verwerkelijkt; dat geeft richting aan de hoop van christenen.”