Mysterie rond eeuwenoude klok in Langedijke

klokkenstoelen
beeld RD, Anton Dommerholt
7

”Daar gij nu zijt/Was ik voor dezen. Daar ik nu ben/Zult gij haast wezen.” Een zerk op het kerkhof in Langedijke confronteert met de vergankelijkheid van alle leven.

De woorden krijgen extra gewicht door een klokkenstoel die er pal naast staat en die naar verluidt een van de oudste klokken in Nederland draagt. Op het toegangshek naar de begraafplaats in het Friese dorp staan de woorden: „De klok uit deze klokkenstoel is gegoten in 1300 en daarmee de oudste klok van Noord-Europa.”

Historische grond dus. Volgens Jan Sloot, lid van de plaatselijke historische vereniging, is er wel enige discussie over de exacte datering, maar hij is ervan overtuigd dat het om een van de oudste klokken van Nederland gaat.

Randschrift

Het getal 1300 wordt genoemd vanwege het randschrift in Gothische tekens: ”adcccemnecurt (of d) vgne”.

Volgens een schrijver zou dat betekenen: ”anno dominiccc et m nomine ecclesiae curatie te vocona nostram amatam (of dominam) virginem.” Hij vertaalde dat als volgt: ”In het jaar des Heren drie honderd en duizend roep (of noem) ik, in naam van de priester der kerk, u onze beminde maagd (of koningin).”

Een andere onderzoeker komt echter tot een totaal andere ontcijfering: ”adceefmnecultehoxonaugne”. En dan komt er ineens een veel minder ‘roomse’ vertaling uit de bus: ”Tot de Heer roepend, uit brons goot mij Nicolaas voor de aanbidding en eer voor Christus, die geboren is, tot eeuwige glorie van Zijn Naam.”

Als de hier genoemde klokkengieter Nicolaas dezelfde is als degene die in 1307 de klok maakte voor het kerkje in Roodkerk, dat toebehoorde aan de Praemonstratenzers te Dokkum, zou de klok in Langedijke een overblijfsel van een klooster kunnen zijn. Tot op heden zijn er echter geen overblijfselen van een klooster gevonden. Er blijft dus een raadsel bestaan van een eeuwenoude klok en van een klooster.

Landerijen

Het dorp Langedijke, gelegen in een rustiek gebied met landerijen en bossen aan de grens met Drenthe, is ontstaan langs een weg waaraan diverse boerderijen dichtbij elkaar stonden. De naam Langedijke (letterlijk ”lange weg”) verwijst hier nog naar. In oude boeken wordt ”Laigedick” rond 1500 genoemd als een parochie. Het plaatsje had in de rooms-katholieke tijd zelfs een eigen pastorie en kerkgebouw.

De kerk is in de zestiende eeuw overgegaan in handen van de Reformatie, zoals dat toen ging. De pastoor werd dominee. Een eigen predikant heeft de gemeente nooit gehad.

Sinds 1640 was de gemeente verenigd met Makkinga en Elsloo. In dat jaar was er sprake van een twaalftal die stemgerechtigd was om recht te kunnen spreken in het dorpsgebied.

Een tekening van de kerk uit 1722 laat een kerk zien zonder toren. Ernaast stond een klokkenstoel met twee klokken. Het kerkgebouw werd in 1744 afgebroken omdat het bouwvallig was. In 1855 besloot men één van de twee klokken te verkopen om daarmee het nodige geld te krijgen voor de bouw van een nieuw klokhuis, oftewel klokkenstoel.

Belle

In 1976 is de klokkenstoel gerestaureerd en kwam de ”belle” naar beneden. Het klokhuis staat op een bijzondere plek, tussen de weilanden en pal onder een oude boom van ruim honderd jaar oud, met drie vertakkingen.

Jan Sloot zegt dat het kerkhof nog sporadisch wordt gebruikt. „De klok luidt nog steeds als er iemand begraven wordt en op oudejaarsdag om 12.00 uur ’s nachts. Maar een begrafenis is er hooguit twee of drie keer per jaar.”

Het kerkhof is voor sommige mensen een bijzondere plek. Sloot: „Twee oud-burgemeesters uit Ooststellingwerf wilden hier begraven worden. Ze hebben veel betekend voor de gemeenschap.”

serie Klokkenstoelen

In Nederland staan tientallen klokkenstoelen, meestal vrijstaande houten stellages waarin een of meerdere klokken hangen.

In deze zesdelige zomerserie worden enkele unieke klokkenstoelen voor het voetlicht gebracht. Dit is deel 2.