Zo vluchtig

1 Korinthe 13:12a

„Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht.”

Beschouw de dood als een verandering die een eind maakt aan alle uitwendige en inwendige veranderingen. Wat is het hele leven van een mens anders dan een leven van verwisseling? Maar de dood is een verandering die een einde maakt aan alle uitwendige verwisselingen. Hier verandert uw blijdschap in droefheid, uw gezondheid in ziekte, uw kracht in zwakheid, uw eer in oneer, uw overvloed in armoede, uw schoonheid in mismaaktheid, uw vrienden in vijanden, uw zilver in ijzer en uw goud in koper. Nu lacht de wereld u toe, het volgende uur verdwijnt zij.

Alle tijdelijke dingen zijn zo vluchtig als een haastige, plotselinge storm, als een schip, een vogel, een pijl die voorbij vliegt. En wat is de mens zelf, de bezitter van deze uitwendige genoegens, anders dan een enkel niets! Is hij niet de droom van een droom, een schaduw, een zeepbel, een flikkering, een rukwind?

Nu, de dood maakt een einde aan alle uitwendige verwisselingen; daar zal geen ziekte, klacht of gebrek meer zijn. De dood maakt een einde aan alle inwendige verwisselingen. De ene tijd toont de Heere een vriendelijk aangezicht aan de ziel, een andere tijd verbergt Hij Zijn aangezicht. Dikwijls geeft God hulp om de zonde te overwinnen, later wordt de mens gevangen geleid door zijn zonde. Vaak wordt hij gesterkt tegen de verzoeking, daarna valt hij voor de verzoeking.

Thomas Brooks, predikant te Londen (”De sterfdag van een gelovige is zijn beste dag”, 1672)