Werkzame liefde

2 Korinthe 5:14, 15a

„Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat indien Eén voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.”

Een van de treffendste karaktertrekken in Paulus’ leven was zijn grote werkzaamheid. Reeds uit zijn vroegere geschiedenis, die ons het persoonlijk aandeel vermeldt dat hij nam in het vervolgen van de opkomende gemeente, toen hij was „een godslasteraar en een vervolger”, blijkt duidelijk dat dit de voornaamste karaktertrek van zijn natuurlijk gemoed was. Maar toen het de Heere Jezus Christus behaagde hem al Zijn lankmoedigheid te betonen en hem te stellen „tot een voorbeeld van hen, die in Hem geloven zullen”, was het schoon en allerleerzaamst om te zien, hoe de natuurlijke grondtrekken van deze vermetele niet alleen geheiligd, maar ook bezield en vergroot werden.

Waarlijk, zij die in Christus zijn, behoren tot een nieuwe schepping: „Het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden. Verdrukt in alles, doch niet benauwd; twijfelmoedig, doch niet mismoedig; vervolgd, doch niet daarin verlaten; neergeworpen, doch niet verdorven” (2 Korinthe 4:8, 9) – dit was een getrouwe schildering van het leven va n de bekeerde Paulus. „Wetende de schrik des Heeren”, en de vreselijke toestand kennende van hen die nog in hun zonden waren, was het zijn leven „de mensen tot het geloof te bewegen” om met alle middelen de waarheid „in de gewetens te openbaren.” „Want”, zegt hij, „hetzij dat wij uitzinnig zijn, wij zijn het Gode; hetzij dat wij gematigd van zinnen zijn, wij zijn het ulieden” (vers 13).

Robert Murray M’Cheyne, predikant te Dundee ”Leerredenen” (1862) Robert Murray M’Cheyne werd op 21 mei 1813 in het Schotse Edinburgh geboren. Van 1836 tot 1843 was hij verbonden aan de St. Peter’s Church in Dundee. Op 29-jarige leeftijd overleed hij aan tyfus. Grote bekendheid kreeg zijn lied ”Eens was ik een vreemd’ling”.