Schriftuur

Psalm 4:3b

„Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken?”

De psalmist zegt: „Waarom hebt u de ijdelheid lief en zoekt u de leugen? En weet dat de Heere met bewondering gekeken heeft naar Zijn gunstgenoot.” Een andere uitlegger zegt hetzelfde: „Maar weet dat Hij met bewondering gekeken heeft (naar Zijn gunstgenoot).”

Hebt u opgemerkt met wat voor wijs inzicht de profeet u brengt tot Godskennis? Met een heel duidelijk doel en op een volkomen begrijpelijke manier plaatst hij zichzelf in het middelpunt. Hij zegt: „Ik ben een dienstknecht van de waarachtige God. Hoor nu van mij Zijn macht, kracht en zorg.” Want niet gering is de optelsom van alles dat tot Godskennis leidt. Want dat maakt de profeet duidelijk aan de hand van de schepping, wanneer hij spreekt over Gods voorzienig bestel, en hij ons bepaalt bij de zon, de hemel en lucht en vanuit de schone orde in al de zaken die gezien worden (in de natuur), die de Schepper openlijk aan ons verkondigt.

Maar aan de andere kant brengt hij ook het woord van Zijn dienstknechten naar voren en de woorden van hen die daarmee van Godswege instemmen. Want de dingen die gebeuren, zijn van Hem afkomstig. Dit overkwam Abraham immers ook. Want ze zeiden tegen hem: „We weten dat u van God als koning tot ons gekomen bent.” Hoe weet u dat? „Van de overwinning, van de trofeeën, van de oorlogen.”

Johannes Chrysostomus, priester te Antiochië (”Homiliën”, ca. 390)