Onkunde

Jesaja 29:10

„Want de HEERE heeft over ulieden uitgegoten een geest van diepe slaap, en Hij heeft uw ogen toegesloten; de profeten, en uw hoofden, en de zieners heeft Hij verblind.”

De eerste trap in de afval van de kerk was een slaap als een rechtvaardig oordeel. De tweede, als uitvloeisel daarvan, was algemeen onwetendheid. En de derde, als vrucht van die grote onkunde, was algemene huichelarij. Zij naderden tot God met hun lippen, terwijl hun hart ver van Hem was. De vrees die zij nog bezaten, was niet die goddelijke kinderlijke vrees die een vrucht van de Geest is, maar een snood namaaksel, aangeleerd door de geboden der mensen.

Het vierde gevolg was dan ook algemene verwarring en omkering. Uw omkeren is alsof de pottenbakker geacht werd als leem. Recht en onrecht, bitter en zoet, goed en kwaad, licht en duisternis – het was alles door elkaar verward. De waarheid was verdraaid en de leugen had haar plaats ingenomen, en zo had een algemene verwarring de overhand.

Hieruit volgde als vanzelf algemene opstand. „Het maaksel zei van zijn Maker: Hij heeft mij niet gemaakt; en het geformeerde vat zei van zijn Pottenbakker: Hij verstaat het niet.” Het schepsel verstoutte zich Gods macht aan te klagen: „Hij heeft mij niet gemaakt. Mijn eigen wil en vermogen heeft mij een christen gemaakt.” Ook twijfelde het aan Gods wijsheid: „Hij verstaat het niet.”

Zo ziet u welk een ontzaglijke lijst boosheden de Heilige Geest hier Ariël –de uitwendige kerk van God– voor ogen stelt: algemene slaap, onkunde, huichelarij, verdraaiing en rebellie.

J. C. Philpot, predikant te Oakham en Stamford (”Vreugde in de God van Israël” 2007)