Jezus en de Geest

Psalm 45:8b

„Daarom heeft U, o God, Uw God gezalfd met vreugdeolie boven Uw medegenoten.”

Toen de Vader Zijn Zoon vernederd had en Hij gehoorzaam was tot de dood van het kruis, heeft de Vader Hem uitermate zeer verhoogd en een Naam gegeven boven alle namen, opdat daarvoor buigen zou alle knie van degenen die in de hemel en op de aarde zijn. Maar het zou niet genoeg geweest zijn tot geruststelling van de gemoederen van de discipelen dat het weggaan van hun Meester door Zijn lijden nodig was tot Zijn heerlijkheid, indien de Heilige Geest daardoor tot ons niet gekomen was, wat voor ons zeer voordelig is. Men leest (Johannes 7:37,38) dat de Zaligmaker op het feest uitriep: „Ieder die dorst heeft, kome, en die in Mij gelooft, stromen van levend water zullen uit zijn buik vloeien”, en dit zei Hij van de Heilige Geest, Die nog niet was, omdat Christus nog niet naar de hemel gevaren was, ofschoon Hij en Zijn Geest lang tevoren al één waren. Met deze Geest is Jezus op een bijzondere wijze begaafd geweest, terwijl Die op Hem rust als de Geest van de wijsheid en van de raad, van de kennis en vrees des Heeren. En David zegt (Psalm 45:8): „Daarom heeft U, o God, Uw God gezalfd met vreugdeolie boven Uw medegenoten.” Zo zien we dat Christus en de Heilige Geest nooit partijdig waren tegen elkaar.

Jodocus van Lodenstein, predikant te Utrecht

(”De heerlijkheid van een waar christelijk leven uitblinkende in een godzalige wandel”, 1767)