Heerlijke vervulling

Jesaja 9:5

„Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.”

Het Oude Testament is de ontwikkeling van de Goddelijke belofte tot op haar vervulling toe. Het Nieuwe Testament is haar vervulling zelf, maar niet haar gesloten vervulling. Deze heeft eerst in de voleinding der wereld plaats (Mattheüs 28:20). Nog eens, al de zwarigheden drukken alleen de nog onvervulde profetieën van de heerlijkheid van Christus met betrekking tot de kerk, tot Israël en de volken. En welke die onvervulde profetieën zijn, is alleen bij de behandeling van profetische Schriftuurplaatsen zelf aan te wijzen. Vragen wij nu: op welke wijze werd de Goddelijke hoofd- of moederbelofte, de belofte van de Verlosser van zonde, ontwikkeld en vervuld? Zo is het antwoord eenvoudig, zoals wij het reeds meermalen hebben gegeven: die ontwikkeling geschiedde historisch, en de vervulling Persoonlijk in de Heere Jezus Christus. Gods genadebelofte bestond in de belofte van een Persoon, Die het Zaad, het Kind alleen van de vrouw, en tevens de enige Zoon van God zijn zou. Dat kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder, en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst. Christus is derhalve de Hoofdzaak van geheel de Schrift, en de Schrift is vol van Christus, zoals een levende en groenende boom vol sappen is van de diepste wortel af tot aan het bovenste twijgje toe.

Isaac da Costa, schrijver en dichter te Amsterdam

(”Bijbellezingen”, 1879)