Gods wetten

De Heere heeft tot de zee gezegd: Tot hiertoe zult gij komen en niet verder! De Heere handelt op dezelfde wijze met de mens. Hij heeft aan alle zijden Zijn heilige wetten gezet. Wij zijn verplicht te eten, te drinken, te slapen; ja alle dingen te doen volgens die regel. De Heere heeft ons in al deze zaken grenzen gesteld. Tot zover behoren wij te gaan en niet verder. Hij heeft grenzen gesteld aan wat iemand kan en mag doen, of hij is direct strijdig met zijn eigen natuur.

Die grote Wetgever van het heelal heeft gezegd dat Hij Zijn eer aan geen ander wil geven. Daarom heeft Hij zorg gedragen voor gepaste beloningen en straffen. God is niet verplicht enige beloning te geven aan hen die gehoorzaam zijn aan Zijn wetten. Nochtans zegt David in Psalm 19:12 dat in het houden van Gods geboden grote loon is, en dat schenkt Hij alleen uit goedertierenheid en mildheid. Die beloning is het eeuwige leven.

Aan de andere kant zijn er bij Zijn wetten ook straffen gevoegd. Wanneer wij die wetten verbreken, zal de zware vloek van God ons overkomen. Want vervloekt is een ieder die niet blijft in hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen. Die wet van God, het juiste afdruksel van Zijn heilige wil, is ook geestelijk. Zij strekt zich niet alleen uit tot het uitwendige, maar zij is ook geestelijk. De mens is verplicht tot inwendige gehoorzaamheid.

Thomas Halyburton, professor te St. Andrew (Het groot aanbelang der zaligheid, 1747)