God leren kennen

Psalm 4:3b

„Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, de leugen zoeken?”

Dat alles van God komt, zien we ook bij de Joden. Want de wonderen die voor hen geschied waren, brachten het hele land tot vreze. Dat was ook wat de hoer uit Jericho toen zei: „Vreze en huivering zijn op ons gevallen.” De ene weg om God te leren kennen is dus door de schepselen. En de andere, nog duidelijker weg doet hetzelfde via Zijn knechten. En die leer heeft God van boven verspreid over ieder geslacht. De Egyptenaren heeft Hij geleerd door Abraham, de Perzen opnieuw door dezelfde persoon, de Israëlieten door hun nakomelingen en ontelbare anderen, en nog weer anderen door Jakob in Mesopotamië. Heeft u nu gezien dat de hele wereld opgevoed werd door middel van de heiligen, als men zich tenminste wilde laten opvoeden? En voor die tijd waren de zondvloed en de Babylonische spraakverwarring gebeurtenissen die voldoende duidelijk waren om hun inzicht in te scherpen. Opdat immers dat wat gebeurd was niet door de tijd in de vergetelheid zou raken, kreeg die plaats een speciale naam en heette vanaf dat moment Babylon, naar de verwarring van de talen, opdat de toehoorder, door deze naam geholpen, zou terechtkomen bij het begin van wat gebeurd was en zodoende de macht van God zou leren kennen. Zo hebben ook allen die in het westen wonen alles begrepen. Ze kwamen immers door handelsverkeer met de Egyptenaren in contact.

Johannes Chrysostomus, priester te Antiochië (”Homiliën”, ca. 390)