Geloften

Psalm 76:12a

„Doet geloften en betaalt ze de Heere uw God, allen gij die rondom Hem zijt.”

Doe ook goede ernstige en voorbedachte beloften tegen die zonden die u niet graag weer zou bedrijven. Zo schadelijk het lichtvaardig beloven hier is, zo voordelig is het voorzichtig beloven. Ik heb gezworen, zegt David, en zal het bevestigen (Psalm 119:106). U zult uw woord beter houden als u het met een eed aan de Heere verzegeld hebt. Het blijkt in alle andere dingen dat u die veel beter kunt laten als u een gelofte gedaan hebt dan als u die niet gedaan hebt. Het gebod hiertoe hebt u: Doet geloften en betaalt ze de Heere, uw God, gij allen die rondom Hem zijt (Psalm 76:12).

Ik weet wel dat u hier moeilijk aan wilt. Ik zal daarom uw uitvluchten tegen deze plicht ook kort zoeken weg te nemen. Dit is waar van de ceremoniële geloften, zoals die van het nazireeërschap en andere geloften (Leviticus 27:2). Die geloften hebben hun gebruik zowel in het Nieuwe als in het Oude Testament, omdat ze een gedeelte van de morele of zedelijke godsdienst zijn. Ja, zelfs die gedaan worden van onverschillige of middelmatige dingen. Want hoewel die op zichzelf, volstrekt genomen, geen godsdienstplichten zijn, zijn ze nochtans in sommige gevallen geboden, voor zover ze behulpmiddelen tot de godsdienst, of tot de godzaligheid zijn, die zowel plaats hebben in het Nieuwe als in het Oude Testament.

Wilhelmus Saldenus, predikant te Enkhuizen (”Een christen vallende en opstaande”, 1662)