Eeuwig thuis

1 Korinthe 15:57

„Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus.”

Alle mensen zijn verlangend om iemand te zien die zij liefhebben. Zal ik dan onwillig zijn te sterven en om Hem te zien Die mijn ziel liefheeft? Zal Christus al Zijn heerlijkheid en sieraad afleggen, om met een arme ziel te trouwen die vanwege zijn armoede en verachtelijkheid Hem niet waardig was? Zal zo’n ziel onwillig zijn om naar huis te gaan, naar zo’n Man?

O, denk daarover na, zielen die onwillig zijt om te sterven. Het tegenwoordige leven is niet het leven, maar de weg tot het leven. Wanneer wij ophouden mensen te zijn, beginnen wij engelen te worden. Wij zijn slechts schepsels van een lagere natuur wanneer wij vergenoegd zijn met het tijdelijke.

De mens is een schepsel voor de toekomst. Het oog van de ziel ziet vooruit. De arbeider haast zich van zijn werk naar zijn bed, de zeeman roeit hard om de haven te bereiken, de reiziger is blij wanneer hij dicht bij zijn herberg is. Zo horen ook de heiligen te zijn wanneer zij dicht bij de dood komen, omdat zij dan dicht bij de hemel en dicht bij hun eeuwige woning zijn.

Thomas Brooks, predikant te Londen

(”De sterfdag van een gelovige zijn beste dag”, 1672)