Diepe vernedering

Job 42:6

„Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.”

Ik zeg: bid niet alleen, maar verneder u ook zeer diep en smartelijk daarover. De droefheid moet enige verhouding hebben met de grootheid van de zonde. Een gewone droefheid is niet genoeg over een ongewone zonde. Een terugval van een kind van God is al wat ongewoons. Breek uw hart dan vrij dapper daarover in stukken. Ja, breek het niet alleen, maar vergruis en verbrijzel het. Maakt dat u het terdege voelt en gewaar wordt dat het hart zeer dwaas gedaan heeft (Job 42:6 en Psalm 38:9-10) en dat zal een ernstige aanvang zijn van uw rechtvaardige wraak.

Beoorloog ook de bijzondere verdorvenheid, waaruit uw voorgaande terugval zijn oorsprong heeft genomen. Die oorzaken zo op te zoeken, behoort tot uw waakplicht, maar die te bestrijden ook. Is het gierigheid, haat, wereldse wellust of iets anders dat u het meest onder de voet loopt? Daar moet u dan bijzonder tegen ingaan. Kruisig ze, dood ze, zet ze de voet op de nek en laat de boom niet leven waaraan de vrucht die uw ziel zo bitter valt, gegroeid is.

Wilhelmus Saldenus, predikant te Enkhuizen (”Een christen vallende en opstaande”, 1662)