Deugd

Psalm 4:6

„Offert offeranden der gerechtigheid en vertrouwt op de Heere.”

Het is niet genoeg zich alleen te onthouden van de kwade dingen; het actief doen van de goede dingen hoort er ook bij. Daarom gaat hij verder en spoort ons aan, als hij zegt: „Wijk van het kwaad en doe het goede.” Want ook het niet praktiseren van de deugd weet ons straf te bezorgen, niet alleen slechts het actief bedrijven van het kwaad. Want ook zij die hem die honger had niet hebben gevoed en hem die dorst had niet te drinken hebben gegeven, en ook zij die een naakte niet hebben gekleed, zij die niet hebben gestolen, zij die niet hebzuchtig zijn geweest en andermans goederen hebben geroofd, worden niet om het laatste, maar omdat ze (als getuige van al die eerstgenoemde ellende) geen barmhartigheid hebben betoond, aan de eeuwige straf overgegeven, een wraak (van God) waaraan geen einde komt. Waaruit we leren, dat het begin van ons behoud niet is dat we ons (alleen maar) onthouden van de verkeerde dingen, als er ook niet het bezit van de goede dingen bij komt en het actief praktiseren van de deugd. Daarom brengt de apostel dit tekstwoord over de rechtvaardigheid naar voren, nadat hij ons eerst van de verkeerde dingen heeft weggehaald door de pijniging (in de stille tijd) en nadat hij (de geest) geschikter gemaakt heeft voor het beoefenen van deugd (Efeze 4:23).

Johannes Chrysostomus, priester in Antiochië

(”Homiliën”, ca. 390)