Kerkgang: jaloers op een mus en een zwaluw

Bezinning
beeld André Dorst

Het liefst zou je je zondagochtend weer schrap zetten in de kerkbank, om met z’n allen een psalm aan te heffen: „Looft God.” Maar het kan opnieuw niet. En voorlopig komt het er ook niet van.

Je zou er jaloers op worden, op een mus en een zwaluw. Kleine vogeltjes, zo weerloos en gering, maar zij vliegen de tempel maar in en uit. Voor een mus is wel plaats bij het altaar. Wat is een mus? Twee van die beestjes werden verkocht voor één penning, en vijf musjes voor twee penningen. Dan kreeg je er dus één gratis. ’t Stelt niet veel voor, een mus. En dan die zwaluw. Zij mag haar jongen leggen in een nest onder de dakpannen van de tempel.

Zo zou je zondag toch ook willen zijn, als een mus en als een zwaluw. Om in de tempel zomaar in en uit te fladderen, om te wonen in een vogelnest bij Gods altaren. Je zou elkaar toch weer luidkeels op willen roepen naar Gods huis te gaan: „Kom, ga met ons.” Je zou zo graag je plekje weer innemen, daar waar God Zijn woning houdt, waar Hij wil wonen op de lofzangen van Israël, om net als die mus en die zwaluw te schuilen tegen de vloed, om je te laven aan wonderlijke woorden van Boven, aan profetische woorden die zeer vast zijn. Je zou nog liever als een bedelaar op de dorpel willen gaan liggen, wachtend op betere tijden, liever als een tollenaar alleen achter in de kerk willen staan. Liever dát allemaal dan lang te verkeren in de tenten van de goddeloosheid, waarover Psalm 84 óók spreekt. Maar het kan niet, we kunnen nog niet eens op de dorpel gaan liggen, niet achterin de kerk gaan staan. Alweer moeten de meesten van ons het met de schermen doen, „meeleven op afstand” heet zoiets, alsof je op afstand echt met iets zou kunnen meeleven.

Zondag zijn de kerkbanken grotendeels onbezet. Gods herberg is zo goed als leeg, alweer, net zoals tijdens de eerste golf.

Het is onze eigen schuld. Wij hebben gedaan wat kwaad was in Zijn oog. We hebben alles maar zo gewoon gevonden, de zondagse kerkgang, het zingen van de psalmen, de prediking van het Woord van God. Nu is er in die gewoontes geblazen, nu zijn we het allemaal kwijt. De kerkdiensten worden (verder) afgeschaald. Dat moet ook echt. Velen mogen niet naar de kerk en we moeten het dan ook niet doen. Het kan niet en het komt er voorlopig ook niet van.

Maar, zij die heimwee hebben, komen toch eens thuis. Voor thuis- en daklozen rijzen straks de eeuwige deuren omhoog. Daar wordt nooit meer afgeschaald, want het huis van de Vader komt vol.