„Kennis van religie hard nodig in gepolariseerde tijd”

Van den Hemel. beeld RD

Religie wordt steeds belangrijker in de wereld, maar is tegelijk ook vaker onderwerp van polarisatie. Daarom is kennis van religie hard nodig, zegt dr. Ernst van den Hemel, secretaris van de Netherlands Academy of Religion (NAR), die dinsdag in Amsterdam startte.

De NAR is het resultaat van het rapport ”Klaar om te wenden” dat de verkenningscommissie Theo­logie en Religiestudies van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen vorig jaar publiceerde.

Volgens de KNAW is de behoefte aan deskundigheid op het terrein van religie urgenter dan ooit, mede vanwege de toenemende spanningen met een religieuze achtergrond in de samenleving. Bovendien was er ten aanzien van het onderzoek naar religie op de universiteiten gebrek aan diversiteit en een „algeheel gebrek aan samenhang.”

Versterking, verbreding en vernieuwing van religie zijn de drie kernpunten van de NAR, zo licht dr. Van den Hemel toe. „De kennis van religie laat erg te wensen over, niet alleen in de samenleving, maar ook in het onderwijs. Tegelijkertijd zien we dat religie steeds meer tot verdeeldheid leidt. Ik merk op mijn colleges dat studenten weinig van religie afweten. Pas gaf ik een gastcollege over islamitische poëzie in de soefitraditie, en de reactie van een student was: „Ik wist niet dat de islam ook zo mooi kon zijn.” Dat zijn gevaarlijke ontwikkelingen.”

Het klimaat van religie wordt vooral gestempeld door een secularistisch klimaat, aldus Van den Hemel. „Religie wordt vaak gezien als achterhaald en het Nederlandse zelfbeeld wordt nauw verbonden met onkerkelijkheid. Dat laatste klopt ten dele: religie is nog steeds een inspiratiebron voor 800.000 mensen die elke zondag naar de kerk gaan. Godsdienst vormt ook een drijfveer voor het vele vrijwilligerswerk. Zonder de inzet van deze mensen heeft bijvoorbeeld de participatiesamenleving weinig kans van slagen.”

Ongelovig

Religie- en literatuurwetenschapper Van den Hemel (1981) is verbonden aan de Universiteit Utrecht, het Meertens Instituut en de We Are Here Academy, een opleiding voor migranten zonder documenten. Zelf is hij niet gelovig, maar hij erkent wel de maatschappelijke kracht van het geloof. Van den Hemel verbindt zijn begrip van religie met interesse voor protestbewegingen zoals de krakersbeweging, organisaties die zich keren tegen de kapitalistische uitwassen en een initiatief zoals de Vluchtkerk in Amsterdam, de stad waar Van den Hemel woont. „Dat vinden journalisten natuurlijk altijd interessant: hoe kun je niet gelovig zijn en toch geïnteresseerd zijn in religie? Voor mij is dat helemaal niet zo bijzonder. Ik ben gaan studeren op 11 september 2001, de dag van de grote aanslagen in Amerika, en sindsdien zijn er stevige debatten geweest over islam en de joods-christelijke wortels van de westerse beschaving. Ik ben gepromoveerd op Calvijn en het verzetsrecht, in een tijd dat de toenmalige minister-president sprak over de relevantie van het calvinisme voor onze waarden en normen. Ik zou graag een debat willen organiseren over de manier waarop Calvijns visie op de overheid en het verzetsrecht haar toepassing zou krijgen op de latere verhouding tot de overheid, zoals in de Tweede Wereldoorlog maar ook in deze tijd.”

Prof. Peels uit Apeldoorn vond de gedachte van de NAR als religieus loket waardevol, mede vanwege de toenemende zichtbaarheid van religie, maar beschouwde de onderzoeksfocus van de NAR eenzijdig religiewetenschappelijk geformuleerd. Confessionele theologie is niet minder wetenschappelijk dan zogenaamd neutrale religiewetenschap, stelde hij.

„Het is duidelijk dat niet iedereen over alles hetzelfde denkt in de Nederlandse academie, met name over de vraag of het onderzoeksobject religie en samenleving is of God. Toch is er een gedeeld belang om de kennis van religie zo veel mogelijk te bevorderen in een tijd waarin religie onder druk staat.

De Protestantse Theologische Universiteit is een van onze partners. We hebben goede contacten met de theologische universiteiten in Kampen en Apeldoorn. Zij zijn uitgenodigd om met ons mee te denken. Dat geldt ook voor de op te richten Gereformeerde Theologische Universiteit. De deuren staan wat dat betreft open. Het is zelfs van belang om de pluriformiteit van religie te bevorderen en academisch onze krachten te bundelen. Verder blijft het onderwijs een belangrijk aandachtspunt, met name religielessen op openbare scholen. Juist in een tijd waarin 84 procent van de wereldbevolking religieus is, moet je begrijpen wat mensen ten diepste drijft.”