Karl Barth als opponent tegen vanzelfsprekend (on)geloof

Dr. Karel Blei: „Karl Barth laat ons zien dat God ons telkens weer ontglipt en niet te vangen is in kerkelijke formules of activiteiten.”  beeld Eran Oppenheimer

Mensen gaan te gemakkelijk uit van de vanzelfsprekendheid van het geloof of het ongeloof. De Zwitserse theoloog Karl Barth (1886-1968) biedt hiertegen een heilzaam tegenwicht, vindt dr. Karel Blei, die een boek schreef over de theologie van Barth. „God is altijd anders dan wij denken.”

De voormalige secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk schreef een boek over de Zwitserse theoloog onder de titel ”Karl Barth en zijn theologische weg door de tijd” (uitgeverij Boekencentrum, Utrecht, 412 blz.; 37,50 euro). Vrijdag werd het in Amsterdam gepresenteerd.

Dr. Blei (86) heeft de indruk dat onder de jongere generatie van theologen de kennis over Barth is weggeëbd. „In de ”Christelijke dogmatiek” van Van den Brink en Van der Kooi uit 2011 is Barth weliswaar de meest geciteerde theoloog, naast Calvijn, maar voor zover ik weet, worden in de theologische opleiding aan studenten niet of nauwelijks meer teksten van Barth ter lezing opgegeven.”

Barth geldt vandaag voor velen als volstrekt irrelevant, concludeert dr. Blei. „Voor zover mensen nog wel van Barths theologie afweten, uiten zij zich vaak kritisch. Barth zou, hooghartig, schermen met openbaring: „senkrecht von oben”, en daarmee mensen monddood maken. Maar daarmee wordt Barths bedoeling danig scheefgetrokken.”

Barth wordt weleens getypeerd als neo-orthodox: hij keerde zich tegen het theologisch liberalisme, maar verwerkte de klassieke orthodoxie zeer zelfstandig. Wat is het eigene van Barth?

„Barth groeide op in de sfeer van het negentiende-eeuwse liberaal protestantisme. Hij raakte daarvan los toen hij besefte hoezeer juist in die sfeer God tot een vanzelfsprekendheid was geworden. Barth ontdekte steeds meer de betekenis en waarde van de orthodoxe traditie, van de kerkvaders, de middeleeuwse scholastiek en vooral de gereformeerde theologie. Kernpunt was voor hem: wij kunnen over God alleen spreken op grond van het feit dat God Zichzélf, in Christus, aan ons mensen te kennen heeft gegeven. Maar dat gebeurde volgens hem in de kerkelijke traditie niet overal even zuiver, vandaar dat hij die traditie wilde corrigeren. Dat gebeurde vooral op het punt van de verzoening en de verkiezing.”

Barth wordt weleens verweten de alverzoeningsleer aan te hangen.

„Ten onrechte, want met deze leer timmer je de verzoening met een systeem dicht, en dat is volgens Barth juist speculatie. Hij zei dat de openbaring in Christus alle mensen raakt, of we dat nu wel of niet willen erkennen. Barth concentreerde zich in zijn theologie op Christus. Niet exclusief, maar inclusief. Hij vergeleek dat met een autolicht waarvan het licht weerkaatst in een reflector. Zo is Christus het Licht der wereld dat andere lichten oproept.”

Barth heeft enkele malen in zijn leven oude posities herzien en meer aandacht gekregen voor de mens en zijn ervaring. Verklaart dat soms zijn afwijzing van de kinderdoop?

„Dat had niet te maken met het loslaten van het objectieve karakter van het heil, maar met zijn kritische visie op de kerk en de betekenis van de sacramenten. De kerk moest niet denken dat zij via sacramentele handelingen over het heil van mensen zou kunnen beschikken. De waterdoop, die hij strikt onderscheidde van de daaraan voorafgaande Geestesdoop, kon hij tenslotte alleen maar plaatsen in het kader van de ethiek: als daad van belijdenis, en als zodanig als fundament en eerste stap van het leven als christen. Bij die opvatting past uiteraard geen kinderdoop. Het bleef Barth gaan om objectiviteit die het subjectieve, de mens en zijn ervaring, insluit. Dat God een God van ménsen is, heeft Barth na verloop van tijd steeds meer naar voren gebracht.”

U spreekt van Barths onvermogen tot een positieve, open relatie met het Jodendom. Hoe komt dat?

„Barth zag Gods openbaring in Christus geconcentreerd. Van daaruit kon hij over Israël en het Jodendom niet anders spreken dan hij deed. Hij beriep zich daarbij trouwens uitvoerig op Romeinen 9-11. De vraag is wel: zou Barth in zijn dogmatiek op wezenlijk andere gedachten zijn gebracht als hij een open relatie had gehad met het in zijn tijd bestaande Jodendom? Barths visie op Israël blijft vragen oproepen. Hij sprak niet mét, maar óver Israël. Toch is hij niet negatief over Israël. Als Barth het heeft over de verkiezing, dan noemt hij zelfs in de eerste plaats Israël als voorwerp van de verkiezing.”

In december start een Karl Barth-jaar, ter gelegenheid van zijn vijftigste sterfdag. Wat moet er volgens u in het Barth-jaar op de agenda staan?

„In de Protestantse Kerk in Nederland ligt een sterke nadruk op activiteiten die erop gericht zijn het gemeente-zijn als iets aantrekkelijks voor te stellen. We denken te wéten hoe het zit met God en het geloof. Barth laat ons zien dat God ons telkens weer ontglipt en niet te vangen is in kerkelijke formules of activiteiten. Dat geldt ook voor mensen die tegenwoordig zo gemakkelijk zeggen dat ze niet geloven. Barth kan helpen om ook díé vanzelfsprekendheid op losse schroeven te zetten.”