Jos Douma over zijn zoeken naar het DNA van de kerk

Jos Douma in de Plantagekerk in Zwolle, waar hij predikant is. beeld Sjaak Verboom

In een poging een brug te slaan tussen de Bijbel en de moderne samenleving, stuitte dr. J. R. Douma op een obstakel: de kerk. Die is in de huidige vorm in zijn ogen niet goed in staat om verbinding te leggen met de samenleving. In zijn boek ”Verlangen naar het goede leven”, dat vrijdag wordt gepresenteerd, pleit hij ervoor dat christenen en anderen samenkomen rond het concept van samen lezen, delen en bidden. „Dat hoeft niet per se op zondagmorgen te zijn.”

Hij is niet langer een traditionele dominee, concludeert Jos Douma. Zo introduceert hij zichzelf, en onder die naam publiceert hij ook op zijn website josdouma.nl. „Ik heb wel geprobeerd om dat te zijn. In Haarlem, een stadsgemeente in een geseculariseerde omgeving, ben ik veranderd. Ik realiseerde me dat ik als dominee geen aansluiting had bij de wereld om me heen.”

De predikant van de vrijgemaakt-gereformeerde Plantagekerk in Zwolle zijgt neer in de IKEA-stoel in zijn werkkamer in het centrum van de Overijsselse hoofdstad. Vanuit het raam kijkt hij uit op een bouwput. Waar ooit de openbare bibliotheek zat, verrijst nu een groot nieuw winkelpand. Tussen stoel en raam bevindt zich een bidstoel, direct naast zijn bureau. Het zijn de instrumentaria van een predikant die zijn weg zoekt vanuit de rationele vrijgemaakte theologie naar de lectio divina. Deze spirituele praktijk werd door monniken beoefend wanneer ze Gods Woord tot zich lieten doordringen. „Vanmorgen hebben we de lectio divina nog beoefend met een groep voorgangers”, zegt Douma. „We hebben tien minuten gemediteerd over een Bijbeltekst en er vervolgens samen over gesproken. Dan krijg je heel andere inzichten dan wanneer je vooral kijkt in welk verband de tekst staat.”

Douma is een veelschrijver. Al meer dan twintig boeken van zijn hand rolden van de persen. Zijn nieuwe pennenvrucht vormt een bezinning op kerk-zijn aan het begin van de 21e eeuw. „Het Woord, oftewel de preek, en de sacramenten, doop en avondmaal, zijn uitgangspunt. Ik ben mede geïnspireerd door Rikko Voorberg met zijn pop-upkerk in Amsterdam. Andere inspiratiebronnen zijn bijvoorbeeld Tim Keller, de Engelse theoloog Tom Wright en de monnik Benoît Standaert.”

Op zijn zoektocht kwam de predikant tot de conclusie dat allerlei elementen die tot het kerk-zijn gerekend worden, niet het hart ervan vormen. „De vraag die ik mezelf stelde is wat het DNA is van wat er op zondagmorgen gebeurt. Dat zijn het Woord en de sacramenten. Ik heb gekeken of je op basis daarvan de geloofspraktijk kunt verbreden.”

Douma verwijst naar de ontwikkeling van de vijf i’s in de cultuur, zoals in 2004 beschreven door het Sociaal en Cultureel Planbureau: individualisering, informatisering, informalisering, internationalisering en intensivering. „Kijk om je heen en je ziet hoe de cultuur verandert. Dan kun je vasthouden aan hoe je het altijd hebt gedaan, maar daar geloof ik niet meer in. Anderhalf jaar geleden heb ik m’n stropdas definitief afgedaan. Sinds een paar maanden preek ik vanaf het podium. Dat heeft voor mij te maken met behoefte aan nabijheid, echtheid en authenticiteit.”

U stelt dat de traditionele manier van kerk-zijn niet meer landt bij jongeren. Waaraan merkt u dat?

„Bijvoorbeeld tijdens catechisatie. Ik was het gewend om vanuit de geloofsleer een bak informatie over de jongeren uit te storten. Maar ik ben er achter gekomen dat je daarmee niet tot de kern van het Evangelie doordringt. Daarom zijn we in Zwolle afgestapt van de traditionele catechese. We lezen nu een heel seizoen een Bijbelboek. Op dit moment is dat het Markusevangelie. Zo proberen we direct vanuit de Bijbel met jongeren bij de basis van het geloof te komen.”

In hoeverre speelt de behoefte aan verandering bij uzelf een rol?

„Dat ik de dingen anders ben gaan doen, heeft zeker te maken met een persoonlijke ontwikkeling. Ik constateer dat ik de formulieren voor doop en avondmaal bijna niet meer gebruik. In mijn beleving sluiten die niet aan bij een informele manier van kerk zijn.”

Prof. dr. F. G. Immink breekt in zijn boek ”Het heilige gebeurt” uit 2011 juist een lans voor de liturgie bij de heilsopenbaring.

„Dat vind ik een typisch hervormde benadering. Alsof je het kind met het badwater weggooit wanneer je de liturgie informeler maakt. Het moet er eerbiedig aan toe gaan in de kerk, maar ik zou zeggen: niet het heilige gebeurt, maar het héérlijke gebeurt. Het zichtbaar worden van de volle glorie van God in Christus hangt niet aan formaliteiten. Kerk-zijn is een vorm van ontmoeting.”

Maakt u kerk-zijn niet tot iets te alledaags, plat misschien?

„Het gaat mij er eerder om dat we het alledaagse leven wat heiliger maken. Het goede leven dat God geeft komt niet alleen in kerkdiensten naar ons toe, maar in allerlei ontmoetingen.”

Er zijn predikanten in uw kerkgenootschap die er geen moeite mee hebben dat mensen een kerkdienst verzuimen omdat ze een buurtfeestje beleggen.

„Ik vind dat ook niet erg. We moeten af van de eenzijdige focus op de zondagmorgen. Alsof de kerkdienst in de traditionele vorm de van God geboden manier is om samen te komen. Niet dat ik eropuit ben om ermee te stoppen. Voor menigeen en ook voor mij vormt de kerkdienst een hoogtepunt. Maar ik snap het wel als iemand eens per maand liever gaat wandelen op zondagmorgen.”

Gereformeerden zijn in staat om de kerk af te schaffen, zo klonk het in de tweede helft van de vorige eeuw.

„Gereformeerden kunnen meer de alledaagsheid van het kerk-zijn omarmen. Ik heb het niet zo op theologie die gefocust is op de zondagse kerkdienst. Laat Woordverkondiging, doop en avondmaal op meer plaatsen terugkomen. Dat kan in verschillende vormen van samen lezen, delen en eten. Ik zoek knooppunten en kruispunten om zeven dagen per week met anderen samen God te kunnen dienen. Een prachtige oude kerk heb je niet nodig om bij God te komen. Gereformeerden hielden het vroeger al bij schuurkerken.”

In een blog stelde ds. Matthijs Haak, predikant in Dordrecht, vorige week dat vrijgemaakten de Bijbel anders zijn gaan lezen en dat dit op allerlei terreinen gevolgen heeft. Herkenbaar?

„Ik lees niet alleen de Bijbel anders dan vroeger, maar ook de Heidelbergse Catechismus. Maar ik wil me niet uitleveren aan oppervlakkigheid. Zo bouw ik in mijn boek het hoofdstuk over de vraag hoe God genade uitdeelt, op vanuit vraag 65 van de catechismus, over waar het geloof vandaan komt. Daar wordt geantwoord: Van de Heilige Geest, door Woordverkondiging en sacramenten. Wat ik anders doe, is dat ik de strikte koppeling loslaat tussen die elementen en de zondagse eredienst.”

Over het anders lezen van de Bijbel: „Als we in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt erkennen dat we dat zijn gaan doen, is het de vraag of we theologische stappen durven te zetten. Dat is nodig om knopen te kunnen doorhakken rond thema’s die te maken hebben met geloven te midden van een veranderde cultuur. Ik ben meer dan in de ‘nieuwe’ hermeneutiek geïnteresseerd in een spirituele hermeneutiek: Bijbellezen en vragen wat de Heilige Geest ons daardoor wil zeggen.”

Hoe kunt u uw rol als predikant vervullen als de zondagse eredienst niet meer het hart van het gemeente-zijn vormt?

„Nou, vooropgesteld, in Zwolle maakt nog altijd een kwart van de bevolking deel uit van een kerk. ’s Ochtends zitten hier in de Plantagekerk zo’n 400 tot 500 mensen. ’s Middags halen we de 100 meestal niet. Zolang de tweede dienst een functie heeft, vind ik het prima om daaraan mee te werken. Maar er is tussen eredienst en gebedstrio nog zo veel meer ruimte om Woord en sacramenten te laten spreken. Christen-zijn is ons hart delen met anderen. We kunnen elkaar steunen bij het geopende Woord. En wat is er nu mooier dan om dat te doen rond eetmomenten?”

In uw boek omschrijft u geloven als participeren in wat God doet. Is het omgekeerde ook waar, dat er geen geloof is op het moment dat je niet participeert?

„Ik denk vrij groot over de genade van God. Twijfel over de vraag of ik een kind van God ben, ken ik niet. Het geloof komt van Hem. Het is niet zo dat Hij bij ons iets zoekt waarom Hij ons kan aannemen. Daarom vind ik het merkwaardig dat kinderen niet aan het avondmaal mogen. Het hangt toch niet van onze belijdenis af of we christen zijn? Als de Geest het avondmaal gebruikt om het geloof te versterken, waarom houden we kinderen en tieners er dan weg?”

Omdat kinderen niet altijd begrijpen waarom het draait bij het avondmaal?

„Als Paulus in 1 Korinthe 11 waarschuwt voor jezelf een oordeel eten, heeft hij het volgens mij over ladderzat aan tafel zitten. Die tekst is te veel een eigen leven gaan leiden. Kan een volwassene die aan het avondmaal deelneemt wél zeggen dat hij weet waarom het draait bij de verzoening door Christus? Dat blijft een mysterie.”

Iemand uit de rechterflank van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zou kunnen denken: Die dominee zaagt aan de poten van mijn kerk.

„Als zo iemand bedoelt te zeggen dat het er in de kerk aan toe moet gaan op de manier zoals hij het wil, is dat denk ik niet goed. De kerk is niet van jou, maar van de Heer. Je kunt niet alles en iedereen in de kerk bij elkaar houden. Ook als je niets verandert, vertrekken er mensen. Het doel van de kerk is mensen bij de Heer te bewaren, niet om de boel bij elkaar te houden.”

----

Dr. J. R. Douma

Dr. J. R. (Jos) Douma (1968) is predikant van de vrijgemaakt-gereformeerde Plantagekerk in Zwolle en auteur van meer dan twintig boeken. Hij werd geboren in Zuidhorn (Groningen) en studeerde theologie aan de Theologische Universiteit Kampen van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV). Douma was predikant in Beverwijk en Krommenie (1998), Haarlem (2003) en sinds 2013 in Zwolle. In 2000 promoveerde hij in Kampen op het proefschrift ”Veni Creator Spiritus. De meditatie en het preekproces”. Samen met ds. Ron van der Spoel startte hij in 2002 de interkerkelijke preekbeweging Passie voor Preken. Van 2008 tot 2013 doceerde hij homiletiek aan de Evangelische Theologische Faculteit Leuven. Sinds 2013 doceert hij aan die faculteit het vak spiritualiteit. Een oom van Douma is de emeritus hoogleraar ethiek prof. dr. J. Douma.