Hoe het Hebreeuws weer moedertaal werd

Israël 70 jaar
Dr. Theodor Dunkelgrün, als historicus verbonden aan de universiteit van Cambridge. beeld RD
3

Eeuwenlang was het niemands moedertaal. Anno 2018 spreken miljoenen Joden, in Israël en daarbuiten, Hebreeuws. „Een wonder.”

En niet alleen Joden gebruiken het Hebreeuws, zegt dr. Theodor Dunkelgrün, als historicus verbonden aan de universiteit van Cambridge. „Wat niet zoveel mensen zich realiseren, is dat in Israël ook meer dan 2 miljoen moslims dat doen, en 200.000 christenen. Al is het voor hen, net als voor nogal wat Joodse immigranten, hun tweede taal. Thuis spreken zij bijvoorbeeld Arabisch.”

Meer dan de helft van de naar schatting 15 miljoen Joden wereldwijd spreekt inmiddels Hebreeuws. Voor zo’n 5 miljoen Joden in Israël, en een miljoen Israëliërs in het buitenland, is het Ivriet, het moderne Hebreeuws, hun móédertaal. De taal dus waarin zij „niet alleen bidden, maar ook boodschappen doen, e-mailen, kinderen in slaap wiegen, een geliefde in het oor fluisteren of een legereenheid aanvoeren”, schreef Dunkelgrün, zelf Joods, enkele jaren geleden in het literair tijdschrift De Gids. Om eraan toe te voegen: „De wedergeboorte van het Hebreeuws in de twintigste eeuw, het blijft iets van een wonder.”

In de zin van: een wonder van Boven?

Dunkelgrün, die onlangs enkele dagen in Nederland was: „Ik wil voorzichtig zijn. Als wetenschapper probeer ik vooral andere verklaringen voor deze wedergeboorte te geven. Maar, ja, ik vind het een wonder. Een godswonder.”

Tweeduizend jaar was het Hebreeuws namelijk „de moedertaal van niemand”, schreef hij in De Gids. „Een taal van gebed en exegese, wijsbegeerte en wetenschap, recht en dichtkunst, jazeker, maar tot een eeuw geleden was er niemand die bij het stoten van zijn hoofd meteen een Hebreeuws woord uitstiet.”

Één ding wil Dunkelgrün (41) wel benadrukken: het Hebreeuws is nooit een dóde taal geweest. „Ik zou dat een zionistische mythe willen noemen, nodig om het Hebreeuws te laten herleven. Maar het Hebreeuws is nooit verdwenen. Het was eeuwenlang de lingua franca van de Joodse cultuur. Zoals je vroeger het Latijn had en vandaag het Engels. Of hun moedertaal nu Nederlands, Jiddisch of Arabisch was, Joden hebben hun dagelijks gebed tot God altijd opgezonden in het Hebreeuws. Het was ook de taal van Bijbelcommentaren, de Halacha (Joodse wet), poëzie, natuurwetenschap en wijsbegeerte. Al schreef bijvoorbeeld de Joodse filosoof Maimonides zijn Mishnacommentaar en medische en filosofische werken in het Arabisch.”

Tale Kanaäns

Dunkelgrün wil op nog iets wijzen. „Als brontaal van het Oude Testament is het Hebreeuws ook een belangrijke taal in de christelijke geschiedenis. In de zestiende eeuw zag je dat er aan Europese universiteiten leerstoelen Hebreeuws werden opgericht. Ook in de Nederlanden: in 1518 in Leuven, in 1575 in Leiden en in 1585 in Franeker. Er was een zucht naar kennis van het Bijbelse Hebreeuws, de heilige taal. Niet alleen onder academici, ook onder leken. In de zeventiende eeuw verschenen er Nederlandstalige inleidingen in het Hebreeuws, heel bijzonder. Aan de universiteit van Franeker had je Johannes Drusius, later Sixtinus Amama. Van heinde en ver kwamen mensen, vaak predikanten in opleiding, bij hen Hebreeuws studeren. En dan was daar natuurlijk nog de Statenvertaling. De vertalers van het Oude Testament hadden bij Drusius gestudeerd. Je zou kunnen zeggen dat het belangrijkste boek in de geschiedenis van de Nederlandse taal grotendeels een vertaling uit het Hebreeuws is.”

De taal van de Statenvertaling is wel als Nederhebreeuws getypeerd.

„Inderdaad. Je merkt aan alles dat de vertalers hebben geprobeerd het Hebreeuwse taaleigen, de taal van de Bijbel, recht te doen. Overigens wordt er ook niet voor niets gesproken over tale Kanaäns.”

Terug naar de „wedergeboorte” van het Hebreeuws. Wanneer begon die?

„Over het algemeen wijst men hier naar de in Litouwen geboren Joodse hebraïcus Eliezer Ben-Yehuda. Toen hij in 1881 naar Palestina verhuisde, wilde hij in zijn huis alleen nog maar Hebreeuws horen. Daarmee werd zijn gezin het eerste moderne gezin dat thuis Hebreeuws sprak. Ben-Yehuda heeft zich ook, onvermoeibaar, ingezet voor het Hebreeuws als spreektaal. Hij stelde onder meer een nieuw Hebreeuws woordenboek samen.

Toch stond Ben-Yehuda niet op zichzelf. Er was sprake van een bredere beweging, in met name Oost-Europa. Maar de meningen waren verdeeld. Theodor Herzl, de grondlegger van het moderne, politieke zionisme, vond dat –jawel– het Duits de taal moest worden van de Joodse staat.

Vanaf de jaren tachtig van de negentiende eeuw emigreerden enorm veel Joden naar Israël, toen nog Palestina. Onder hen waren er nogal wat die het Jiddisch spraken. In die tijd had je onder emigranten dus twee linguae francae: het Hebreeuws en het Jiddisch.”

En het Hebreeuws won het?

„Aanvankelijk zag je, vooral in de literaire wereld, dat beide samen opgingen. Grote werken uit de klassieke literatuur, zoals de Ilias en de Odyssee, werden in het Hebreeuws én Jiddisch vertaald. Op die manier ontstond er een soort taalrevival. Met als uiteindelijk gevolg, en gestimuleerd door de stichting van de staat Israël in 1948, een renaissance van het Hebreeuws. Om zionistische, cultuur-politieke redenen is die ten koste gegaan van het Jiddisch, en ook van het Arabisch, de taal van Joodse vluchtelingen uit de omringende Arabische wereld.”

Het Ivriet stond voor de uitdaging „In een taal die ooit/ Wonderen en God beschreef, nu te zeggen: auto, bom, God” – citeerde u in De Gids de populaire Joodse dichter Yehuda Amichai.

„Het blijven prachtige dichtregels. Want dat was precies het probleem: hoe ga je de taal van de Bijbel gebruiken voor het alledaagse leven? Dan moet je ook woorden gaan bedenken voor auto, voor bom. Dat is ook wat de Academie voor de Hebreeuwse taal in Jeruzalem nog altijd doet: nieuwe woorden verzinnen. Dat lukt niet altijd. Het woord telefoon is in het Hebreeuws telefon gebleven. Leenwoorden zijn soms aantrekkelijker dan neologismen. Maar er wordt ook geprobeerd om woorden te bedenken die op de een of andere manier aansluiten bij het Bijbelse Hebreeuws. Een mooi voorbeeld is het woord voor fototoestel. In het Hebreeuws is dat ”matslema”. Dit woord is ontleend aan de wortel ”tselem”, in Genesis vertaald met ”beeld” of ”evenbeeld”: „naar Ons beeld.” Mooi toch?

Dichters en andere schrijvers, zoals Nobelprijswinnaar S. I. Agnon, hebben een grote rol gespeeld bij de renaissance van het Hebreeuws. Mensen leerden ook Hebreeuws te spreken door romans te lezen.

Je kunt je wel afvragen wat er met het Hebreeuws gebeurt als het van een heilige taal geleidelijk aan een seculiere taal wordt.”

Uw antwoord?

„Hoe dan ook, het blijft de taal van de Bijbel, de Mishna, het gebedenboek. Zo lees ik ook de dichtregel van Amichai over „auto, bom, God.” De grote historicus Gershom Scholem heeft gezegd dat het Hebreeuws niet te seculariseren valt. De taal van de Bijbel klinkt er altijd in door.”

Waar komt het woord ”Ivriet” eigenlijk vandaan?

„Het is een vrouwelijk bijvoeglijk naamwoord, dat mogelijk verwijst naar Eber, een nakomeling van Noach, of naar Abraham, die Ivri –Hebreeuw– wordt genoemd. In de Bijbel –Jesaja 36, 2 Koningen 18– heet de taal niet Ivriet, maar Yehudit: taal van de inwoners van Judea. De Statenvertaling heeft daar trouwens „het Joods.” Seculiere zionisten zagen zichzelf als Joden in etnische zin en noemden de taal naar de Bijbelse bevolkingsgroep. Sommige vrome Joden gaan daar overigens niet in mee. Zij gebruiken ”Lashon Hakodesh”, de taal van het heilige, liever niet als spreektaal.”

In 1877 publiceerde de Duitse oudtestamenticus Franz Delitzsch een nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament in het Hebreeuws. Momenteel zijn enkele organisaties bezig met een revisie daarvan, met als doel ”Delitzsch” toegankelijk te maken voor hedendaagse Joden. Hoe kijkt u aan tegen zo’n project?

„Als Bijbelwetenschapper werd Delitzsch ook door Joden, zoals zijn collega Seligman Baer, hoog gewaardeerd. Joden wisten dat hij hun volk liefhad. Dat hij zending onder hen wilde bedrijven, wisten ze anderzijds ook. In die zin vonden ze hem weleens té lief.

Zelf heb ik na mijn middelbare schooltijd in Den Haag een jaar in Israël gewoond. Op de hoek van de straat in Tel Aviv waar ik woonde, de Josef Israëlsstraat, had je een winkeltje waar ze Nieuwe Testamenten weggaven. Tja. Ik weet trouwens niet meer of de Delitzsch daar bij lag. Overigens is de mooiste Hebreeuwse vertaling van het Nieuwe Testament wat mij betreft die van Isaac Salkinson, een bekeerde Jood die ook Shakespeare en Milton in het Hebreeuws vertaalde.”

Lees ook:

De populairste Hebreeuwse dichter sinds de Prediker - Over Yehuda Amichai; artikel dr. Theodor Dunkelgrün in De Gids (2009)

„Schouders onder revisie van Bijbelvertaling van Delitzsch voor Joodse volk” (rd.nl, 12-05-2018)

De handen ineen voor een betrouwbaar Nieuw Testament in het Hebreeuws (rd.nl, 24-08-2017)