Hinkelen binnen de krijtlijnen van de CGK

Synode CGK 2019
Ds. P. D. J. Buijs, preses van de laatstgehouden generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken. beeld RD, Anton Dommerholt

De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) verkeren in zwaar weer. De meningen zijn verdeeld over vrouw en ambt, de geestelijke herkenning neemt af. Alle ogen zijn nu gericht op de generale synode, die vrijdag voor het eerst weer bijeenkomt. Ds. P. D. J. Buijs: „Vurig hoop en bid ik dat een breuk in de kerk kan worden voorkomen.”

Nee, ook dit keer wil hij de komende landelijke vergadering niet cruciaal noemen. „Daarmee moet je heel voorzichtig zijn”, zegt ds. Buijs in de woonkamer van zijn huis in Nunspeet. „In de aanloop naar de synode merk je altijd dat de koorts in de kerk oploopt. Voor bijna elke synode wordt wel opgemerkt dat déze synode cruciaal is. Maar dan benaderen we die te menselijk. Laat er verwachting zijn van de Heilige Geest, Die de kerk in de waarheid leidt. Dat is mijn gebed. Ik zou het een wonderlijk geschenk van de Heere vinden als we elkaar zouden vinden aan het voet van het kruis, in verwondering en verwachting. Dat is letterlijk cruciaal.”

Ds. Buijs was preses (voorzitter) van de laatstgehouden generale synode van de CGK, die in 2016 en 2017 bijeenkwam in Nunspeet. Ruim vijftig christelijke gereformeerde afgevaardigden uit het hele land maken zich nu op voor een nieuwe ronde. Ze kiezen vrijdag in Dordrecht een nieuw moderamen (synodebestuur) en vergaderen in november, januari en maart in totaal drie weken in de Oenenburgkerk in Nunspeet. Er wacht hun een volle agenda: zending en evangelisatie, herziening van de kerkorde, een landelijke appelcommissie, de onderlinge geestelijke herkenning.

Ook de samenwerking met de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland komt weer aan bod. Die wordt al jaren volop gestimuleerd, maar in veel plaatsen wil het nog niet echt vlotten met de contacten. Uit een vorig jaar gehouden enquête blijken de contacten zich over het algemeen te stabiliseren. „Sommige kerken kennen kanselruil”, zegt ds. Buijs. „We hopen dat die zal toenemen.”

Deputaten kerkelijke eenheid van de CGK hebben inmiddels een gesprek gehad met het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. „De tijdgeest heeft grote invloed op onze gemeenten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het toenemende individualisme, de sterke nadruk op het gevoel en de terugloop van de tweede kerkdienst. Deputaten gaan onderzoeken hoe de CGK en de Gereformeerde Bond elkaar op dit punt kunnen ondersteunen.”

Op de synodetafel ligt ook een voorstel van de commissie kleine kerken om gemeenten die tussen de honderd en tweehonderd leden tellen een subsidie te geven, zodat ze het volledige salaris van een predikant kunnen betalen. „Op die manier kan de vitaliteit van een kerk worden bevorderd. Dit zal veel kleine gemeenten perspectief kunnen bieden.”

Daarnaast beleggen sommige kerken geen tweede kerkdienst meer. „Dat gebeurt steeds vaker. Classes zitten ermee in hun maag, want de CGK hebben een bepaling waarin staat dat een gemeente op de dag des Heeren minstens tweemaal moet samenkomen. Hoe ga je daar dan mee om? En accepteren we het dat zendingsgemeenten, die een aparte plaats in ons kerkverband innemen, er na verloop van tijd niet toe overgaan een tweede dienst te beleggen?”

De synode buigt zich ook over een vraag van een gemeente of ouderlingen de sacramenten van doop en avondmaal mogen bedienen. Nu is dat voorbehouden aan predikanten en evangelisten die deze bevoegdheid hebben gekregen. „De vraag die daarachter ligt, is of het onderscheid tussen de leer- en regeerouderling –tussen ouderling en predikant– wel zo scherp te trekken is. Welke Bijbelse gronden zijn er om te zeggen dat een ouderling geen sacramenten mag bedienen? Daar zal de synode naar moeten kijken.”

Terwijl de Protestantse Kerk vorig jaar het aantal classes terugbracht van 74 naar 11, denken de Christelijke Gereformeerde Kerken juist na over uitbreiding van de huidige 13 regionale vergaderingen. „Sommige classes zijn in de loop van de jaren erg groot geworden. Zwolle, Amersfoort en Utrecht zijn naar onze begrippen megaclasses, terwijl Hoogeveen en Middelburg erg klein zijn. Grote classes komen de kwaliteit van vergaderen niet ten goede. Ook de onderlinge ontmoeting wordt minder. Als je met veertig man vergadert, is het moeilijker om elkaar in het hart te kijken. Op de synode ligt dan ook het voorstel om op zijn minst één classis erbij te maken en de andere classes te herverdelen.”

De CGK willen ook de overkomst regelen van predikanten uit een ander kerkverband waarmee ze een relatie hebben. Op dit moment mogen alleen samenwerkingsgemeenten van bijvoorbeeld christelijke gereformeerden, vrijgemaakt gereformeerden of Nederlands gereformeerden zo’n predikant beroepen. „Er ligt nu een verzoek om een regeling te treffen zodat alle gemeenten een predikant van buiten het eigen kerkverband kunnen beroepen. Het voorstel is om daarvoor de gewone procedure te volgen, maar na het aannemen van het beroep wel een broederlijk gesprek met de desbetreffende predikant op de classis te voeren.”

Concrete aanleiding is de situatie in Zaandam. De christelijke gereformeerde kerk is daar geen samenwerkingsgemeente. Ze had vorig jaar de vrijgemaakte ds. H. M. Veurink willen beroepen, maar formeel kon dat niet. De predikant werd vervolgens benoemd en als evangelist aangesteld. „Een wat vreemde situatie, dus is het goed dat dit onderwerp nu op de synode komt.”

De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) gaven in 2017 groen licht aan vrouwelijke ambtsdragers. Wat betekent dat voor de samenwerking met de CGK, die de vrouw in het ambt niet kennen?

„Deputaten kerkelijke eenheid komen vanwege de huidige impasse met een voorstel waarin ze de synode de keuze geven uit drie mogelijkheden. De eerste is om de kerken, inclusief samenwerkingsgemeenten en samenwerkende gemeenten, op te roepen zich exclusief te blijven houden aan de synodebesluiten. Er mogen geen nieuwe samenwerkingsgemeenten met de GKV worden gevormd, zoals dat ook geldt in relatie met de Nederlands Gereformeerde Kerken.

Een andere oplossingsrichting is om de kerken te binden aan het gezag van de Schrift en het belijden van Christus Jezus, maar zaken waarover verschil van mening bestaat aan het oordeel van plaatselijke kerken afzonderlijk over te laten.

Een derde mogelijkheid is om een afwijking van een CGK-besluit voor te leggen aan de classis, die kan overgaan tot het al dan niet blijven aanvaarden van de betreffende gemeente. Ook hier wordt voorgesteld de contacten met de GKV terug te brengen tot het niveau van die met de Nederlands Gereformeerde Kerken.

Het komt dus neer op de vraag: Binden we ons exclusief aan de christelijke gereformeerde bepalingen en besluiten, of geven we daarin vrijheid en laten we het oordeel over aan de afzonderlijke kerken? Dat zal een heel principiële discussie gaan worden.”

Welke oplossing heeft uw voorkeur?

„We hebben als CGK bepaalde afspraken met elkaar gemaakt. Wie het ergens niet mee eens is, kan de kerkelijke weg bewandelen en in appel gaan tegen bepaalde besluiten. Dan mag je verwachten dat de tegenargumenten aan een grondig en eerlijk onderzoek onderworpen zullen worden. Maar als een revisieverzoek of appel afgewezen wordt, dan hebben we ons te houden aan het besluit. Dat hebben we met elkaar afgesproken, sterker nog: dat hebben we beloofd voor Gods aangezicht. Anders belanden we in de Richterentijd: ieder doet wat goed is in zijn eigen ogen. Dan ben je naar mijn opvatting geen gereformeerd kerkverband meer.”

Optie twee en drie vallen in uw visie dus af. Die bieden ruimte voor grote verschillen tussen gemeenten en classes.

„Uiteraard gaat de synode als geheel daar over. Maar het oordeel overlaten aan de plaatselijke kerken zou mij persoonlijk echt te ver gaan. Dan kom je tot een ander kerkmodel. Natuurlijk, er mag verscheidenheid zijn. Die is er altijd binnen de CGK geweest, dat is ook gezond, maar wel binnen een bepaalde bandbreedte. En die ligt binnen de gereformeerde Schriftbeschouwing.

Onze rapporten over vrouw en ambt uit 1998 en over homoseksualiteit en homoseksuele relaties uit 2013 hebben allebei die Schriftbeschouwing als ondergrond. Ik hoop en bid van harte dat de kerken op dat fundament blijven staan.”

Het minderheidsrapport uit 1998 –van voorstanders van vrouwelijke ambtsdragers– staat niet op dat fundament?

„Die vraag kreeg ik als rapporteur van de commissie ook toen er in 2001 op de synode revisieverzoeken werden behandeld. Ik verwees naar de opvatting van ds. A. M. Berkhoff over het duizendjarig rijk. De synode deed er in de jaren dertig onderzoek naar en stelde: dit is niet de Schriftuurlijke visie. Het werd ds. Berkhoff niet verboden een persoonlijke opvatting te hebben, maar hij mocht die niet als de leer van de kerk uitdragen. Zo is het iemand niet verboden persoonlijk voorstander te zijn van de vrouw in het ambt, maar hij zal dat binnen dit kerkverband niet in de praktijk kunnen brengen.

De generale synode van 2001 heeft onderstreept dat de bestaande ambtelijke structuur binnen de CGK normatief is. Dus, de voorstelling dat beide standpunten in 1998 gelijkwaardig naast elkaar stonden, wordt door de besluiten van die synode gelogenstraft. Dat zijn de feiten.”

De samenwerkingsgemeente in Arnhem besloot vorige week toch om ruimte te geven aan vrouwelijke ambtsdragers.

„Dan beweeg je je buiten de krijtlijnen van het christelijke gereformeerde kerkverband. Je zet de dingen op scherp door niet te luisteren naar de landelijke afspraken. Dit raakt het onderlinge vertrouwen. We hebben als ambtsdragers plechtig beloofd en met een handtekening onderstreept dat we ons in alles zullen houden aan Schrift, belijdenis, kerkorde en verdere besluiten en bepalingen van de CGK. Vurig hoop en bid ik dat een breuk in de kerk kan worden voorkomen. Maar dan zullen we wel op dezelfde basis moeten blijven staan.”

Wat kan de synode daarin betekenen?

„De kwestie vrouw en ambt staat nu op de agenda. Het zal moeten blijken hoe valide de argumenten van de voorstanders zijn. Zijn er dingen die de synode in 1998 over het hoofd heeft gezien? Het kán ook zijn dat het huidige besluit wordt aangescherpt. In ieder geval is duidelijk dat het thema vrouw en ambt te maken heeft met de hermeneutiek, de manier waarop de Schrift uitgelegd wil worden. Daarover zal op de synode grondig gesproken moeten worden.

Hoe er gehandeld moet worden met plaatselijke kerkenraden die ruimte geven aan vrouwelijke ambtsdragers is echter een zaak van de classes. Zo is het geregeld in ons kerkverband. De generale synode gaat niet heersen over particuliere synodes of classes. De classis is nu aan zet.”

Hoe beleeft u de crisis waarin de CGK volgens velen verkeren?

„Die houdt me persoonlijk sterk bezig. In deze crisis zou ook iets van een oordeel van de Heere over ons kerkelijk leven kunnen zitten. Over onze lauwheid, over onze kerkelijke zelfgenoegzaamheid, over het afdwalen van Zijn Woord. Dan kan een crisis ook een moment van bekering zijn. Hebben we niet over de volle breedte van de CGK en de gereformeerde gezindte verootmoediging en bekering nodig? Ik moet nogal eens denken aan Hosea 6:1: „Kom, laten wij terugkeren naar de Heere, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden.” Ik hoop dat het gesprek op de synode over die wezenlijke dingen zal gaan.”

Ziet u tegen de synode op?

„Dat kan ik niet ontkennen. Het gaat straks om de koers van ons kerkverband. Maar ik moet er wel bij zeggen: Ik betrap mezelf ook weleens op kleinmenselijk en kleingelovig denken. Je moet jezelf voortdurend voorhouden: de kerk is niet van ons maar van de Heere. Deze toch wel turbulente periode in ons kerkverband drijft mij nog sterker dan voorheen naar de genadetroon uit.”

Bidstond in Dordrecht: „En toch niet verteerd”

De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) houden donderdagavond in de Grote Kerk in Dordrecht een bidstond omdat vrijdag de generale synode begint. Als voorzitter van de vorige landelijke vergadering leidt ds. P. D. J. Buijs de dienst.

Hij preekt over Exodus 3:2, over de doornstruik die niet werd verteerd. „Deze tekst en de doornstruik staan op het zegel van onze kerken. Dit Schriftwoord heeft zeker wat te zeggen in deze tijd, waarin de Christelijke Gereformeerde Kerken in zwaar weer verkeren.”

Volgens de predikant uit Nunspeet verdient het „kerkverbandje” met ongeveer 73.000 leden het om verteerd te worden door Gods toorn. „Maar wat een wonder van genade dat God om Jezus’ wil Zijn kerk in stand houdt. Dat is het wonder en geheim van het kerk-zijn. Daar moeten we het van hebben, ook op deze synode. We zijn slechts een doornstruik, maar het is heel bemoedigend dat God voor Zijn eigen werk instaat.”

Ds. P. D. J. Buijs

Pieter Dirk Jan Buijs werd geboren op 2 november 1961 in Damwoude. Hij studeerde theologie in Apeldoorn en werd op 14 juni 1985 bevestigd tot predikant van de christelijke gereformeerde kerk te Zwaagwesteinde. Vervolgens stond ds. Buijs in Veenendaal (Pniëlkerk, 1991), Harderwijk (2003) en Ede (2011). Sinds 10 maart 2017 is hij verbonden aan de christelijke gereformeerde kerk in Nunspeet.

Ds. Buijs is onder meer voorzitter van het curatorium van de Theologische Universiteit Apeldoorn, de predikantenopleiding van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK). Ook zit hij in de raad van toezicht van de christelijke gereformeerde jongerenorganisatie LCJ.

Ds. Buijs neemt vanaf vrijdag voor de achtste keer deel aan de generale synode van de CGK. De eerste keer was in 1995 in Zierikzee. Hij was preses (voorzitter) van de landelijke vergaderingen van Huizen (2010) en Nunspeet (2016). Hij kan niet worden herkozen.