Helemaal alleen bidden bij de kist van een dakloze

Zeven werken van barmhartigheid
NIJMEGEN. Straatpastor Lennaerts komt regelmatig bij het monument voor overleden dak- en thuislozen.  beeld André Dorst
3

Wat als een dak- of thuisloze in eenzaamheid sterft? In Nijmegen zorgt straatpastor Harrie Lennaerts van Het Kruispunt voor een waardig afscheid. Maar soms staat hij alleen bij de kist. „Dan bid ik: Heer, ontfermt Ú Zich over hem.”

Begraafplaats Jonkerbos. Lange grintpaden. Oude bomen. Statige grafmonumenten. Maar ook algemene graven. Voor mensen met weinig geld. Die eenvoudige graven bevinden zich direct rechts van de ingang.

Lennaerts komt hier met enige regelmaat. De lange, blonde straatpastor bezoekt er de graven van dak- en thuislozen. Of hij komt er voor het ”Monument om te herinneren”. „In 2013 hebben we vanuit stichting Het Kruispunt, die zich inzet voor dak- en thuislozen, samen met mensen van de straat dit monument gemaakt ter nagedachtenis van overleden dak- en thuisloze mensen in Nijmegen.”

Het monument bestaat uit een blauwe druppel met een lichtje erin. Binnen een buxushaagje dat het bijna begeeft van de droogte staan een engeltje, een kaars, wat plantjes en een model van een Star Warsruimteschip. „Dat schip was het lievelingsbezit van een van de daklozen.”

Twee keer per jaar komen Nijmeegse dak- en thuislozen op deze plaats samen. „In het voorjaar om het monument op te knappen. En in het najaar, rond de tijd van Allerzielen, hebben we hier een herinneringsmoment. Maar onze mensen komen hier vaker”, zegt Lennaerts wijzend op twee bierblikjes bij het bankje naast het monument.

Het monument is ook een plek waar de as van gecremeerde dak- en thuisloze Nijmegenaren wordt uitgestrooid. „Als een dak- of thuisloze niet heeft uitgesproken begraven te willen worden, wordt hij of zij gecremeerd.”

Door goede contacten met politie en gemeente krijgt Lennaerts als vertrouwenspersoon meestal een bericht bij overlijden. „Dan ga ik op zoek naar familie. Het gaat nogal eens om het verhaal van een verloren zoon.”

Familie voelt er niet altijd voor dat andere dak- en thuislozen een rol krijgen bij de uitvaart. „Ik probeer hen ervan te overtuigen dat dit heel mooi kan zijn. Dit zijn de mensen met wie de overledene leefde. Achteraf zegt de familie vaak dat het toch waardevol was.”

Het lukt niet altijd familie te vinden. „Een keer stond ik helemaal alleen naast een kist. Een andere keer waren we met zes mensen. We zaten in een zaal die zes maten te groot was. We hebben onze stoelen rond de kist gezet. Met een hand op de kist hebben we gezongen, gebeden en verhalen over hem verteld.”

In de vijf jaar dat Lennaerts straatpastor is maakte hij al veel mee. „Na het overlijden van een dakloze gaf diens vader opdracht tot crematie, zonder bijeenkomst. Ik heb hem gebeld of wij de as mochten uitstrooien bij het monument. Een paar dagen later bezorgde de pakketdienst de as. Later is die vader toch een keer naar Nijmegen gekomen. Ik heb hem laten zien waar zijn zoon had geleefd. Ik heb die vader naar de kornuiten van zijn zoon gebracht. Na die ontmoeting was er bij hem iets veranderd. Toen wilde hij toch naar dit monument. Hier huilde hij.”

Lennaerts komt op straat „veel geloof” tegen. „Soms in een heel uitbundige vorm. En bij bijvoorbeeld Poolse mensen is het geloof heel diepgeworteld. Verder zie ik dat er aan de rand van het open graf weinig ongelovigen zijn. De vragen over leven en dood komen dan vanzelf”, zegt Lennaerts. Die vragen komen langs tijdens de zondagse straatvieringen in de Titus Brandsmakapel die Lennaerts leidt.

Soms is het eenzaam werk dat Lennaerts doet, geeft hij toe. „Maar als ik het eens niet meer weet zeg ik: „Heer, ik heb mijn krachten gebruikt. Nu draag ik het graag weer aan u over.” Ik ben slechts een dienaar.”

----

Het begraven van de doden

De kerkredactie belichtte deze zomer de zeven werken van barmhartigheid, die vanaf 
de middeleeuwen een rol 
speelden in de traditie van de kerk. Deze aflevering is de laatste in een serie van acht.

Zes van de zeven werken worden genoemd in Mattheüs 25:35 en 36. Het zevende werk, het begraven van de doden, is ontleend aan het apocriefe boek Tobit.

De Meester van Alkmaar, een onbekende kunstenaar, schilderde in 1504 een beroemd geworden zevenluik met daarop de werken van barmhartigheid.

Vandaag het zevende werk van barmhartigheid: het begraven van de doden.

----

zomerserie Zeven werken van barmhartigheid

Welke rol spelen de zeven werken van barmhartigheid, ontstaan in de middeleeuwen, anno 2016? De redactie zoekt het uit. Vandaag deel 8: het begraven van de doden.