„Grote openheid voor Bijbel onder seculiere Joden”

Ds. C. J. Meeuse, lid van het deputaatschap voor Israël van de Gereformeerde Gemeenten. beeld Cees van der Wal
2

Onder seculiere Joden bestaat een grote openheid voor de Bijbel en het geloof in de Messias, zegt Christian Stier, directeur van de stichting Israël en de Bijbel.

De stichting zet zich al vijftig jaar in voor Bijbelverspreiding onder het Joodse volk. Dit gebeurt wereldwijd via straatwerk en door het bezoeken van synagogen, bibliotheken en Joodse instellingen.

In Nederland reizen veldwerkers, zoals Bas en Anne van der Linden, in de zomermaanden bekende toeristische plekken af om daar in gesprek te komen met de vele Israëli’s die in ons land op vakantie zijn.

De meeste inwoners van Israël zijn seculier en staan open voor een gesprek over de Bijbel, is Stiers ervaring. „Ze hebben vakantie, dus ze hebben alle tijd. Er is geen sociale controle door een rabbijn. We hebben inmiddels honderden Bijbels uitgedeeld.”

Of er daarmee sprake is van een geestelijk ontwaken van het Joodse volk, vindt Stier te sterk uitgedrukt. „Er ontstaat meer en meer openheid voor het Evangelie. Er zijn naar schatting inmiddels ruim 50.000 Messiasbelijdende Joden in Israël. Tegelijk merken we dat seculiere Israëli’s openstaan voor alles. Ook voor het boeddhisme en het hindoeïsme. Mijn collega is deze week vertrokken naar India. Daar raken Israëlische backpackers in toenemende mate verstrikt in oosterse religies en drugsgebruik.”

2019-01-12-katZA1-basenannevdlinden-3-FC_webEen Bijbel cadeau voor Israëlische toerist

Stier hoopt dat Joden door het werk van de stichting „teruggaan naar het Woord van God. Veel Joden houden zich meer bezig met de traditie en andere religieuze geschriften dan met de Bijbel. We hopen dat ze door het lezen van de profeten uitkomen bij het Nieuwe Testament en daar zullen lezen over Jezus Die hun Messias is.”

Bijbelverspreiding onder Joden is een goede zaak, vindt ook ds. C. J. Meeuse, oud-voorzitter en lid van het deputaatschap voor Israël van de Gereformeerde Gemeenten. „Joden verdienen liefdeblijken van christenen, na alles wat er in vorige eeuwen is gebeurd. Gods Woord is het beste dat we ze kunnen geven, want dat leert hun de weg naar de eeuwige zaligheid. Wij hebben het Oude Testament via hen ontvangen, dan moeten we hun uit dankbaarheid het Nieuwe geven.”

Zelf ging hij ooit met wijlen evangelist Joh. Witte een dag naar Antwerpen om Bijbels uit te delen onder Joodse mensen. „We spraken mensen aan op straat en gingen Joodse winkels binnen.”

Het was moeilijk om in Antwerpen contact te krijgen met orthodoxe Joden, was zijn ervaring. „Het merendeel was bang voor een gesprek en weigerachtig als we lectuur aanboden. Een opperrabbijn antwoordde toen ik hem een boekje met drie preken over Psalm 127 aanbood: „Daar ben ik bang voor!” Veel orthodoxe Joden hebben van jongsaf aan geleerd dat christenen vijanden zijn en hebben vaak negatieve gedachten over de Heere Jezus, verklaart de predikant.

Seculiere Israëli’s reageren positiever, is ook zijn indruk. „In Israël bied ik hun na een gesprek weleens een Hebreeuws boekje met de Tehillim, de psalmen, aan. Iedere tekst over de Messias is daarin rood afgedrukt. Ik moedig hen aan dit boekje uit hun eigen Tenach te lezen en na te gaan hoe veel en hoe mooi er wordt gesproken over de Messias. De meesten beloven de teksten te bestuderen.”