Goed bezig met zwemles en groente in Spangen

Bewoners van de Rotterdamse wijk Spangen haalden hun zwemdiploma door het welzijnsprogramma ”Goed bezig”. beeld Nico van Splunter
2

Ruim drie jaar liep het welzijnsprogramma ”Goed Bezig” voor en vooral mét inwoners van de Rotterdamse wijk Spangen. Onderzoek laat zien: deelnemers zijn zelfstandiger, gezonder en socialer geworden.

Spangen kent veel achterstand, vertelt Nico van Splunter, wijkpastor van de missionaire gemeente Geloven in Spangen, ontstaan vanuit de hervormde Pelgrimvaderskerk en de zendingsvereniging IZB. „Ik zeg weleens: als je in de metro stapt in Nesselande –een van de rijkere wijken van Rotterdam– en je rijdt richting onze wijk, verlies je per halte een halfjaar van je leven. Spangen heeft de laagste levensverwachting van Rotterdam, zo’n vijf jaar lager dan elders.”

Veel wijkbewoners leven ongezond, signaleert Van Splunter. „Zorgen, stress, slechte leefgewoonten: als het gaat om leven met een goede gezondheid ligt de verwachting wel vijftien jaar lager dan op andere plaatsen.”

Deze observaties leidden drie en een half jaar geleden tot het gezondheidsprogramma ”Goed Bezig” in de wijken Spangen en Tussendijken. Geloven in Spangen sloeg de handen ineen met twee seculiere organisaties om de problematiek aan te pakken: taalbureau Alsare en Indigo Preventie.

Van onderop

Vanaf het eerste begin wilden de organisatoren de bewoners zelf bij het programma betrekken. Het is niet zo dat er voor hen nog niets gebeurde, zegt Van Splunter. „Maar het probleem van veel programma’s is dat ze ”top down” georganiseerd worden: de overheid vertelt van bovenaf hoe mensen leven moeten. Wij wilden juist van onderop beginnen, bij de bewoners zelf. Het gaat niet om wat wij dénken dat ze nodig hebben, maar om wat zij zelf willen.”

Dat gaat nogal eens mis, aldus Van Splunter. „Zo worden er in onze wijk wel veel taallessen aangeboden, maar niet voor mensen die analfabeet zijn. Of voor mensen die graag les in hun eigen buurt ontvangen, omdat zij de tram niet kunnen betalen. Door hen persoonlijk te spreken, konden we maatwerk leveren.”

In wijkbijeenkomsten konden bewoners hun behoeften aangeven. „Zo zeiden vrouwen met een moslimachtergrond: We willen wel bewegen in een sportschool, maar niet tussen de mannen sporten. Ook ontdekten we dat veel vrouwen hun kinderen wel geld gaven voor zwemles, maar zelf niet konden zwemmen. Samen met hen hebben we zwemlessen opgezet. Woensdag kreeg een Marokkaanse vrouw uit de wijk haar diploma om zelf zwemles te gaan geven. Zij sprak slecht Nederlands, maar heeft door dit programma nu een betaalde baan voor een aantal uren.”

Ambassadeurs

Het programma werkt met ambassadeurs: buurtbewoners en vrijwilligers die een „voorhoede” vormen voor overige wijkbewoners. „Zij hebben nauw contact met hun buren, familie en vrienden. Vaak kunnen zij veel beter verandering bewerkstelligen dan professionals. Je kunt als Nederlander wel zeggen dat water drinken gezond is, maar zo’n boodschap komt als het ware toch van een andere planeet. Als je Turkse vriendin het zegt, en ze doet het zelf ook nog eens voor, komt het veel meer aan.”

Maurice de Greef, hoogleraar leereffecten laagopgeleiden en laaggeletterden aan de Vrije Universiteit van Brussel, deed onderzoek naar de effecten van het programma op de deelnemers met een „lage sociale economische status.” De bevindingen van De Greef zijn positief: de meeste deelnemers aan ”Goed Bezig” hebben „hun zelfredzaamheid vergroot, een betere gezondheid gekregen en hun sociale netwerken versterkt.” Wijkpastor Van Splunter is blij met die resultaten. „We zien mensen die van achter gesloten gordijnen nu actief zijn geworden in de wijk. Het isolement van verschillende wijkbewoners is doorbroken en hun eigenwaarde vergroot.”

”Goed Bezig” is in juni afgerond, maar de activiteiten zijn nog niet voorbij. De gemeente Rotterdam nam met enkele maatschappelijke organisaties het programma over. Ook Van Splunters gemeente, Geloven in Spangen, blijft betrokken bij de activiteiten in de wijk. „In onze gemeente zit ook een aantal ambassadeurs. Daarnaast organiseren we als kerk twee keer in de week een wijkdiner, waarbij we erop letten dat er veel groente in het eten zit.”

Heeft het project ook een missionaire spits? Van Splunter ziet er de roeping van de kerk in. „Ik zeg altijd: Jezus had óók iets met gezondheid. Het Evangelie raakt als het goed is niet alleen je hart, maar moet ook uitgewerkt worden om de levenssituatie van mensen te verbeteren. We willen Jezus navolgen, juist ook in deze heel praktische zin van het woord.”