Geesje Werkman neemt afscheid van Kerk in Actie

Geesje Werkman. beeld Niek Stam
4

De kerk beweegt zich tussen Romeinen 13 en Mattheüs 25, oftewel: tussen de gehoorzaamheid aan de overheid en het helpen van vluchtelingen in nood. Daarom draaide de discussie vrijdag tijdens een werkconferentie in Utrecht.

De bijeenkomst in het Landelijk Dienstencentrum van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) was georganiseerd ter gelegenheid van het pensioen van Geesje Werkman, die als projectmanager vluchtelingen bij Kerk in Actie veel betekend heeft voor deze groep. ”De rol van de kerk op het terrein van vluchtelingen: asiel in Nederland en Europa” was de titel van de conferentie.

Het Europees Comité voor de Sociale Rechten heeft uitgesproken dat de overheid een zorgplicht heeft voor illegalen. De rijksoverheid heeft echter geen geld beschikbaar gesteld voor de zogenaamde bed-, bad- en broodregeling. Een aantal gemeenten geeft uitgeprocedeerde asielzoekers hulp, andere gemeenten doen het niet. Kerken en hulporganisaties bieden de helpende hand.

Kerken geven naar verhouding veel hulp aan vluchtelingen, zei ds. Ineke Bakker, directeur van STEK, de diaconale organisatie van de protestantse gemeente in Den Haag. „Ook al is de kerk in de grote stad maar klein, toch komt zij op voor de vluchtelingen. Kerkmensen zijn trouw en volhardend in het pleiten voor hulp aan asielzoekers en uitgeprocedeerden. Dat hoort bij het hart van het Evangelie. De protestantse gemeente in Den Haag weet de krachten van mensen te bundelen. Deze week waren allerlei hulpverleners op het kantoor van STEK aanwezig om te praten over de bed-, bad- en broodregeling.”

Wereld te winnen

Er is volgens ds. Bakker echter nog een wereld te winnen. „De kerken zijn huiverig om de politiek aan te spreken, ze hebben meer lef nodig om te zorgen dat er een politieke oplossing komt.”

John van Tilborg van stichting Inlia zei dat kerken ook politiek bedrijven als zij niets doen. Inlia, een organisatie die zich inzet voor vluchtelingen tussen wal en schip, beheert in Groningen een bed-, bad- en broodlocatie waar honderden mensen terechtkunnen. Van Tilborg: „De kerk moet recht doen en steun geven aan hen die geen steun hebben.”

Bij de opvang van illegalen constateert Van Tilborg spanning tussen Romeinen 13 en Mattheüs 25. „Romeinen 13 spreekt over het bevoegd gezag dat gehoorzaamd moet worden. In Mattheüs 25 staat dat je mensen in nood niet mag laten staan. Romeinen 13 ontslaat de kerken niet van hun verantwoordelijkheid in dezen.”

De kerken moeten volgens hem zowel de overheid respecteren als de mensen helpen. Hij vindt dat de regering de problemen over de heg gekieperd heeft en dat de kerk de overheid eraan moet herinneren om de mensenrechten te handhaven. Dat kan door naar de overheid te gaan en te zeggen dat het zo niet goed gaat. Verder moet binnen de kerken de bewustwording groeien dat de bed-, bad- en broodregeling nodig is om mensen die het nodig hebben te helpen. „Het is een bedreiging voor de samenleving als dat niet meer gebeurt.”

Dr. R. de Reuver, scriba van de Protestantse Kerk, vindt dat de hulp aan vluchtelingen het hart van het geloof en de kerk raakt. Met de woorden van Geesje Werkman zei hij: „Ik ben van de kerk en daarom help ik vluchtelingen.”

Tijdens de discussie zei dr. De Reuver dat de kerk niet alles op het bordje van de overheid moet neerleggen, maar ook zelf barmhartigheid moet betonen. Hij vindt het wel een goed idee als kerken plaatselijke politici –en dan niet alleen die van de linkse partijen– uitnodigen om hun te informeren over de problematiek.

Ds. Bakker heeft verdergaande ideeën. „De financiële druk op de protestantse gemeente in Den Haag wordt erg groot. Er ligt een verantwoordelijkheid voor de overheid. Is het niet beter als de kerk voortaan de mensen op straat laat staan, zodat de overheid hen wel moet helpen?”