Ds. W. van den Brink 40 jaar predikant: bouwen aan een geestelijk huis

Ds. W. van den Brink. beeld RD, Anton Dommerholt

Hij was timmerman en leraar bouwkunde. Een man van de praktijk. „Nu mag ik geestelijk bouwen”, zegt ds. W. van den Brink. De hervormde emeritus predikant uit Veenendaal staat deze maandag veertig jaar in het ambt.

„Ik stuur u alvast een overzicht van mijn levensloop”, mailt ds. Van den Brink een paar weken voor het gesprek. „Mijn weg naar het ambt liep namelijk niet via de universiteit.”

Als een groot gemis heeft hij dat niet ervaren, zegt hij later in de woonkamer van zijn flatwoning in Veenendaal. „Veel predikanten hebben misschien meer kennis dan ik, maar met een bibliotheek vol boeken kom je al een heel eind. Trouwens, van collega’s hoor ik dat ze hun Hebreeuws, Grieks en Latijn ook niet altijd even goed bijhouden.”

Toeleidende weg

Willem van den Brink komt uit een bouwvakkersgezin. Twaalf kinderen waren er. „De afspraak was dat we na de lagere school allemaal twee jaar mochten doorstuderen. Ik ging dus twee jaar naar de lagere technische school in Ede. Daarna studeerde ik op eigen kosten verder in de avonduren en op zaterdag.”

Hij ging aan de slag als timmerman en later als leraar bouwkunde in Weesp en Hilversum. „Ik noem die werkzaamheden weleens de toeleidende weg tot het predikantschap. Ik zie er duidelijk de leiding van de Heere in. Ik heb veel leerlingen voor het bouwvak opgeleid, en mocht vervolgens een geestelijk huis bouwen.”

De roeping tot het ambt van predikant kwam pas op latere leeftijd. „De meeste mensen die predikant worden, krijgen een roeping en gaan theologie studeren. Bij mij was het eigenlijk andersom. Ik deed allerlei werk in de kerkelijke gemeente: zondagsschool, jeugdvereniging. Ik volgde cursussen om mijn kennis en vaardigheden te vergroten. Dat heeft de Heere willen gebruiken.”

Ds. Van den Brink deed bij dr. H. Bout in Zeist een opleiding tot catecheet en volgde een cursus bij de IZB. Op 27 december 1977 werd hij bevestigd als parttime hulpprediker in de hervormde gemeente van Rumpt. De hervormde synode besloot in die tijd om hulppredikers de mogelijkheid te bieden via een overgangsbepaling predikant te worden. Binnen zes weken volgde de bevestiging als deeltijdpredikant.

Vierenhalf jaar diende ds. Van den Brink de gemeente van Rumpt. „Dat was een goede leerschool”, blikt hij terug. „Ik ontdekte wat het predikantschap inhield. Een takenlijst was er niet, dus ik deed alles wat er op mijn pad kwam. Ik kijk er met vreugde op terug.”

Ds. Van den Brink bouwde zijn werk als leraar aan de mts in Hilversum af. In 1982 nam hij een beroep aan naar het noorden van het land: Twijzelerheide. „Dat was een grote verandering: ik kon me voortaan de hele week op de gemeente richten. Die bestond vooral uit eenvoudige mensen, arbeiders. Daar voelden we ons thuis. Ik heb met veel dankbaarheid in Friesland kunnen werken.”

Ds. J. Kot bevestigde hem op 16 juni 1991 in Heteren. Die gemeente zou ds. Van den Brink tot zijn emeritaat in 2004 blijven dienen. „In mijn prediking heb ik geprobeerd de lijn van de gereformeerde traditie vast te houden: ellende, verlossing en dankbaarheid. Als je die loslaat, gaat het mis in de gemeente.”

Ds. Van den Brink was in 2003 en 2004 lid van de generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk. „De klacht dat er tegenwoordig te weinig Gereformeerde Bonders in de synode zitten, vind ik terecht. Misschien is men onvoldoende geïnteresseerd in de landelijke kerk. We moeten echter onze verantwoordelijkheid nemen, vind ik. Het is belangrijk dat rechtzinnige predikanten hun stem laten horen.”

Niet dat ds. Van den Brink per se naar de breedste kerkelijke vergadering afgevaardigd wilde worden. „Heteren viel onder de classis Nijmegen, die als links te boek stond. Bijna geen enkele predikant uit de classis wilde naar de synode. Dus toen heb ik gezegd: „Noteer mij maar als secundus.” Maar toen er maanden later nog steeds geen primus was gevonden, werd ik alsnog afgevaardigd.”

Ds. Van den Brink stemde tegen het samengaan van de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk. Die vormden in 2004 de Protestantse Kerk in Nederland. „Wat mij betreft had de kerk een meer geestelijke koers moeten varen. Maar een zieke moeder mag je niet loslaten. Toen de vereniging een feit was, ging de gemeente in Heteren gewoon door met wat ze altijd had gedaan.”

Camping

Ds. Van den Brink en zijn vrouw staan zomers al 45 jaar op dezelfde camping aan het Gardameer in Italië. In Gardone en Bardolino organiseert hij Nederlandstalige diensten. De predikant preekt er iedere zomer vier en soms vijf zondagen twee keer.

In 1977 ging hij voor het eerst voor in Italië. „Ik was bezig met mijn herexamen voor het colloquium voor hulpprediker en wilde mijn preken oefenen. Ik kreeg toestemming om op drie zondagen de diensten te leiden. En ja, dat ben ik blijven doen.”

Na 40 jaar is het misschien tijd om het stokje over te dragen, zegt hij voorzichtig. „Het zou mooi zijn als iemand de organisatie van me overneemt. Er blijft behoefte aan deze Nederlandstalige diensten, ondanks internet. Soms zitten er honderden mensen in de kerk.”

Ds. W. van den Brink 40 jaar predikant

Willem van den Brink werd geboren op 22 augustus 1942 in Veenendaal. Hij werd in 1978 hervormd predikant in Rumpt, via de overgangsbepaling voor hulppredikers en catecheten. Daarna stond hij in Twijzelerheide (1982) en in Heteren (1991). Ds. Van den Brink was in 2003 en 2004 lid van de generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij ging in 2004 met emeritaat. De predikant organiseerde en leidde vanaf 1977 kerkdiensten voor Nederlandse toeristen in Gardone en Bardolino, aan het Gardameer in Italië. Hij is in 1965 gehuwd met Antonia van de Klift. Samen hebben zij vier dochters en elf kleinkinderen, van wie er één kort na de geboorte is overleden.