Ds. Tim Vreugdenhil: Oude teksten zijn spiegel voor wereld van vandaag

Prof. dr. Holger Gzella, beeld RD

Was is het nut van klassieke talen? „Deze oude teksten vormen een spiegel om naar de wereld van nu te kijken.”

Dat zei ds. Tim Vreugdenhil donderdagavond in de Oosterkerk in Amsterdam. Daar werd het boek ”De eerste wereldtaal. De geschiedenis van het Aramees” van de Leidse hoogleraar prof. dr. Holger Gzella gepresenteerd. De avond was georganiseerd door de stichting Zenobia, die zich inzet voor de bestudering van de oost-westverhoudingen, en CityKerk Amsterdam, een kerk die zich richt op een geloofsbeleving die past bij deze eeuw.

Ds. Vreugenhil, oprichter van CityKerk Amsterdam, benadrukte in zijn lezing dat de rol van oude teksten groot is in zijn werk als predikant. „Dagelijks ben ik bezig met de vraag of er in oude teksten, en dan vooral Bijbelteksten, iets gezegd wordt wat wij allemáál moeten horen.”

Hierbij is herkenning een belangrijk punt. „Als er sprake is van herkenning, kan een tekst daadwerkelijk gaan leven voor mensen die hem nu lezen.” Oude teksten leiden direct tot herkenning wanneer ze gaan over de complexiteit van het leven en daar eerlijk over schrijven, aldus de predikant. „De Bijbel is een toonbeeld van eerlijkheid en daarom ook nu zo herkenbaar.”

Inscriptie

In zijn boek ”De eerste wereldtaal” geeft prof. Gzella, hoogleraar Hebreeuwse en Aramese taal- en letterkunde aan de Universiteit Leiden, een wetenschappelijke weergave van de geschiedenis van het Aramees.

Oude teksten kunnen dienen als basis voor onze kennis, zo stelde de hoogleraar gisteravond. „Het Aramees is in dit opzicht extra bijzonder, omdat het een taal is met een geschiedenis die nog steeds doorgaat.” Ter illustratie daarvan wees hij onder andere op de moderne Syrische inscriptie aan de buitenkant van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Amsterdam.

De verhouding tussen Aramees en Hebreeuws omschreef de hoogleraar als „een interactie.” Beide talen beïnvloedden elkaar. In dat proces „kreeg het Hebreeuws de status als taal van de eigen geschiedenis, terwijl het Aramees gezien werd als de taal van het overheersende rijk.”

Het verhaal uit Daniël 5, waar een tekst op de muur verschijnt, is een goed voorbeeld van die interactie. Het onderscheid tussen het Aramees en het Hebreeuws is in deze geschiedenis namelijk van belang. Het Aramees was de ambtelijke taal en de Aramese woorden op de muur werden door de geleerden als gewichtsaanduidingen begrepen. „Alleen Daniël, die door de alledaagse betekenis heen kijkt, begrijpt de diepere betekenis ervan.” De interactie tussen Hebreeuws en Aramees blijkt ook uit de vele woorden in het Nieuwe Testament die een Aramese afkomst hebben.

Het succes van het Aramees is volgens prof. Gzella af te lezen uit het feit dat in jodendom, christendom en islam veel gebruik is gemaakt van deze taal. Ook de grote geografische verspreiding van het Aramees in het oude Nabije Oosten, onder andere op boekhoudkundig gebied, wijst daarop.