Ds. D. Heemskerk (HHK): In toga en met een hoed

Informeel
Ds. D. Heemskerk. beeld RD, Anton Dommerholt

De informalisering, zelfs op het kerkelijk erf, kan ds. D. Heemskerk niet bekoren. „We zijn daar bezig met het heilige. Dat mag ook aan de vorm worden gezien.”

Ds. D. Heemskerk (65) is niet het type dat iemand snel tutoyeert. Ook mensen die beduidend jonger zijn spreekt hij beleefd met ”u” aan, zelfs na meerdere ontmoetingen. Het is een stijl waarbij hij zich prettig voelt en die hij van huis uit meekreeg.

„Ik kom uit een eenvoudig hervormd gezin in Katwijk aan Zee. Allerminst formeel, maar er werd ons wel beleefdheid bijgebracht. Het sprak voor zich dat je tegen ouderen en mensen die je niet kende ”u” zei. Geen twijfel over mogelijk.”

De hersteld hervormde predikant van Ouderkerk aan den IJssel zette die traditie voort in zijn eigen gezin, dat elf kinderen telt. „Ik ben voor mijn gevoel niet autoritair, maar we hechten wel aan omgangsvormen. Het verschil tussen ouders en kinderen hoeven we niet te verdoezelen.”

Bijzonder werk

Op de belijdeniscatechisatie spreekt hij jonge mensen die hij al jaren op catechisatie heeft gehad, bij de voornaam aan. „Dat zijn ze gewend. Tegen mensen van veertig of ouder, zeg ik ”u”. Mijn vicariaat deed ik bij ds. S. de Jong, die me ook heeft bevestigd in mijn eerste gemeente. In de eerste ontmoeting daarna zei hij: „Noem me vanaf nu maar bij de voornaam, dat is gebruikelijk onder predikanten.” Ik heb het nooit gedaan. Zeker bij een wat groter leeftijdsverschil vind ik het ongepast en onplezierig.”

Daar komt voor de hersteld hervormde predikant nog bij dat het ambt van dienaar des Woords om waardigheid vraagt. Op dit punt weet hij zich gevormd door ds. W. L. Tukker, van wie hij in zijn jonge jaren catechisatie kreeg. „In Maartensdijk had ik een oude, eerbiedwaardige voorlezer, voor wie ik groot respect had. Op een zondag kwamen we tegelijk bij de consistorie aan. Ik wilde hem voor laten gaan, maar dat stond hij niet toe. „U gaat voor, u staat in het ambt.” Dat deed me te meer het gewicht van mijn werk beseffen, zonder me gewichtig te voelen. Daar moeten we voor waken. Ik ben van gelijke beweging als ieder ander, maar het werk dat ik mag verrichten is een bijzonder werk omdat het Woord van God bijzonder is.”

Conflicten

De informalisering van de samenleving staat voor ds. Heemskerk niet los van de devaluatie van het gezag. „De meester is ”Kees” geworden, onze premier ”Mark”. Dat draagt niet bij aan duidelijke gezagsverhoudingen. Met een informele stijl doorbreek je een stukje afstand, maar die afstand kan binnen allerlei verbanden juist heel functioneel zijn. Dat geldt ook voor kerkbesturen. Bij conflicten is het alleen maar lastig als je familiair met elkaar omgaat. Dat maakt het des te pijnlijker als er een beslissing moet worden genomen die niet aangenaam is voor de ander. In het contact met collega’s heb ik er overigens geen moeite mee om elkaar bij de voornaam te noemen.”

Binnen de kerkenraad van de hersteld hervormde gemeente van Ouderkerk aan den IJssel is het de gewoonte dat alle leden elkaar met de achternaam aanspreken. „Dat geeft duidelijkheid. Ik denk dat de meesten elkaar doordeweeks tutoyeren, maar we zitten daar niet als Jan, Piet en Klaas. We zijn bijeen als ambtsdragers.”

Met de hedendaagse vernieuwingsdrang op het kerkelijk erf heeft de voormalige preses van de Hersteld Hervormde Kerk niets. „We zijn bezig met het heilige. Dat mag ook aan de vorm worden gezien.” Daarom houdt hij vast aan de klassieke Statenvertaling, gaat hij lopend naar de kerk en draagt hij zowel binnens- als buitenshuis driedelig zwart.

„Ik stel het op prijs dat ook ouderlingen ambtskledij dragen wanneer ze ambtelijk werk verrichten. Zoals een politieman in functie als agent herkenbaar is. Een echt hervormd gebruik was het dragen van de toga. Die naam is afkomstig van een Latijns woord dat ”bedekken” betekent. Als de rechter een toga draagt, doet zijn persoon niet mee. Het recht staat centraal. Zo staat voor een predikant op de kansel het Woord Gods centraal. Ik vind het jammer dat veel jonge predikanten in de Hersteld Hervormde Kerk niets met een toga hebben.”

Hoed

Tegelijk beseft de traditiegetrouwe predikant dat dergelijke vormen cultureel bepaald zijn. Onder veel calvinisten in het buitenland is het een slecht teken als een predikant in het zwart loopt. Dat wordt gekoppeld aan hoogkerkelijkheid. „Het laat zien dat dit geen hoofdzaken zijn, maar ik wil vasthouden aan wat in ónze traditie altijd als waardig en eerbiedig is ervaren. Het ene na het andere gaat op de helling. Waar is het eind?”

Alleen het dragen van een hoed heeft hij ietwat ingeperkt. „Bij ziekenhuisbezoek in de stad zet ik die niet meer op. Mensen staren je na alsof je van een andere planeet komt. Ik vind het ook wat belastend voor de gemeenteleden bij wie ik op bezoek kom. De kans bestaat dat medepatiënten vanwege zo’n hoed na mijn vertrek vragen: „Van welke sekte ben jij?”

In Ouddorp heb ik er zelfs een ongeluk door veroorzaakt. Een badgast bleef zo lang omkijken dat hij geen oog had voor de auto die voor hem geparkeerd stond. Mijn zwarte pakken zal ik echter blijven dragen, ik heb geen andere. Maar het is niet de bedoeling dat mensen door mijn verschijning brokken maken.”

Bekijk hier alle artikelen uit het thema Informeel.

----

Lees ook in Digibron

Bevestiging en intrede ds. D. Heemskerk te Ouderkerk a/d IJssel e.o. (Kerkblad, 01-06-2013)

“Kerkpolitiek hoort niet op de preekstoel” - interview met ds. D. Heemskerk (Reformatorisch Dagblad, 12-01-2008)