Dr. Jan Hoek: Ons voorstellingsvermogen schiet hoopvol tekort

Apostolicum
Dr. Jan Hoek. beeld Sjaak Verboom

De leer van de laatste dingen geeft hoop, daarvan is dr. Jan Hoek (66) overtuigd. Maar hoeveel hij ook over de eschatologie heeft nagedacht, heel veel weet de hervormde theoloog nog altijd niet. „Ons voorstellingsvermogen schiet hoopvol tekort.”

Het hele Apostolicum is hem lief. „Deze belijdenis geeft je het besef van verbondenheid met de kerk der eeuwen. Je zingt mee in het grote koor. En wie deze twaalf artikelen met zijn hart beaamt, is zalig.”

Binnen het Apostolicum hebben met name de artikelen over de laatste dingen dr. Hoek altijd beziggehouden. Dat begon al toen hij nog gemeentepredikant was. „Hier in Veenendaal deed ik veel ouderenpastoraat. Bij nogal wat mensen liet de geloofszekerheid te wensen over. En als ze wel houvast hadden, had dat vaak betrekking op het leven direct na dit leven: de verwachting van de hemel. Maar over de grote toekomst in het einde der tijden hoorde je niet veel. Ik denk dat daar mijn belangstelling voor de eschatologie is gewekt.”

Het begint in het Apostolicum met Jezus’ zitten aan de rechterhand van de Vader: de wereldregering ligt in Zijn handen. Velen zeggen: daar zie ik niks van.

„Dit is een belijden tegen de klippen op. Het Nieuwe Testament belijdt dat Christus alle macht, alle bevoegdheid heeft in hemel en op aarde. Maar tegelijk zegt de Hebreeënbrief dat wij dat nu nog niet zien. Jezus’ koningschap is een werkelijkheid, maar op verborgen wijze, in het teken van het kruis. Het Lam heeft in Openbaring 4 en 5 de boekrol van de wereldgeschiedenis in handen. Er wordt geregeerd. Maar meestal achter de schermen. De kerkgeschiedenis staat vaak in het teken van Goede Vrijdag. Soms breekt echter het licht van Pasen even door. In dingen die gebeuren in je leven. Maar ook bijvoorbeeld in Gods wonderlijke weg met Israël.”

Jezus komt om te oordelen. De Bijbel spreekt in tal van beelden over dat eindgericht. Zijn al die voorstellingen te harmoniseren?

„Amerikaanse christenen doen nog weleens pogingen. Het scheiden van de schapen en bokken in Mattheüs 25 zou dan bijvoorbeeld het begin van het vrederijk inluiden, de situatie zoals Openbaring 20 die beschrijft zou het einde van het vrederijk zijn. Ik denk niet dat we die kant op moeten. Er wordt met al die beelden een onvoorstelbare werkelijkheid aangeduid. Ze geven ons wel informatie over hoe het zal gaan in de eindtijd, maar ze vormen geen bouwstenen voor een scenario. Het is net als met de verschijningen na Pasen: in welke volgorde gebeurden die precies? Zo moet je ook die veelheid aan apocalyptische voorstellingen niet willen harmoniseren.”

Hoe kan het oordeel troostvol zijn?

„Veel christenen ervaren huiver bij dit artikel. Maar het héle Apostolicum is als troostrijke belijdenis bedoeld. Het zevende artikel vormt in dat geheel geen dissonant. Inderdaad, we zeggen nogal wat als we uit volle borst zingen: „Hij komt, Hij komt, om de aarde te richten.” Maar die verwachting leeft al diep in het Oude Testament: God komt als Rechter, om orde op zaken te stellen. Als je bedenkt hoeveel ellende en onrecht er is, dan kun je als christen toch niet leven met de gedachte dat het onrecht zegeviert, dat de beul het altijd wint van het slachtoffer? De zielen onder het altaar roepen in Openbaring 6 om het oordeel over de beulen.

In je persoonlijk leven speelt dat op een andere manier. Daar is het verdriet dat je zo vaak weer in de fout gaat, de Heilige Geest bedroeft. Het uitzicht dat je eens geen tweemens meer zult zijn, is hoopvol. Het is aangrijpend dat veel mensen in onze traditie aan de troost van de wederkomst niet toekomen, omdat ze alleen bezig zijn met de vragen van de heilszekerheid. Dat was bij de nieuwtestamentische gemeente anders. En bij Calvijn ook.”

De wederopstanding van het vlees: kunt u zich daar een voorstelling van maken?

„In de kerkgeschiedenis is vaak gesteld dat iedereen zal opstaan met een lichaam van 33 jaar oud: jong en sterk. Ook embryo’s die in de moederschoot zijn overleden, ook mensen met beperkingen, ook grijsaards. Ik moet eerlijk erkennen: ik weet het niet. We weten het belangrijkste, dát ons lichaam op zal staan. Maar hoe? Al die mensen uit alle eeuwen die op zullen staan: is er dan ruimte genoeg? Zullen er geen jonge kinderen zijn op de nieuwe aarde? Ons voorstellingsvermogen schiet hier hóópvol tekort. Niet hopelóós. We krijgen een opstandingslichaam zoals Jezus dat heeft. Hij is ons een stap vooruit. Maar hoe dat precies zal zijn? Het is mooi om daar gelovig over te fantaseren.”

Gelovigen zijn na hun sterven direct bij Christus, zegt de Heidelbergse Catechismus in zondag 22. U noemde die belijdenis onlangs een niet onbelangrijke zijlijn in de christelijke toekomstverwachting.

„Dit is in het Nieuwe Testament een zijlijn. Voorpaginanieuws is dat Jezus komt en dat we Hem in heerlijkheid verwachten. Voorstellingen over wat er met ons gebeurt direct na het sterven zijn niet sterk aanwezig. Hier en daar wel, zoals in Filippenzen 1 en 2 Korinthe 5. Dat mogen we niet miskennen. Maar het is niet dé boodschap van het Nieuwe Testament.

Het is zeker een parel in het belijden als de catechismus zegt dat mijn ziel „na dit leven van stonde aan tot Christus zal worden opgenomen.” Maar het is daar wel een bijzin in het spreken over de opstanding van het lichaam. Het is een afwijking van het nieuwtestamentisch getuigenis als die zijlijn gaat overheersen. Helemaal als daar een platoons begrip van een „onsterfelijke ziel” bij komt. Alleen God is onsterfelijk. Maar Hij bewaart onze ziel door de dood heen. De hemel is een mooie wachtkamer. Het gaat uiteindelijk om „het leven ná het leven ná dit leven”, zegt Tom Wright.”

De hel is een heikel onderwerp. Hoe moet deze realiteit een plek hebben in de prediking?

„Oordelen is rechtzetten. Dat houdt ook in dat God de macht van het kwaad vernietigt. Dan blijft over de poel van vuur en sulfer. Ook voor degenen die zich met het kwaad hebben geïdentificeerd. Dat is een realiteit die niet verzwegen mag worden. De nodiging van het Evangelie is nooit vrijblijvend. Er staat veel op het spel. Ook binnen de christelijke gemeente is er kaf onder het koren. Er is een Judas, een Demas. Dit element hoort een plek te hebben in de prediking. Er is iets niet goed als die urgentie verdwijnt.”

Het eeuwige leven: sommigen denken aan altijd zingen.

„Als het alleen om eeuwig zingen gaat, waarom moet het lichaam dan worden herenigd met de ziel? De geloofsbelijdenis van Nicea voegt toe: „Wiens Rijk geen einde zal hebben.” Dat is wat van meet af aan bedoeld is: de mens als rentmeester in de schepping. Niet een zalig nietsdoen, maar een zalig dienstdoen. Het rentmeesterschap ontplooit zich, ook in de herschepping. Er zal geen tempel meer zijn: de eredienst voltrekt zich in het totale leven. Het zal een dynamisch bestaan zijn, eeuwige groei.

Het gaat dus niet alleen om redding van onze ziel, maar dat we als complete mens tot onze bestemming komen. Dat begint hier al. Wij kunnen het Koninkrijk niet bouwen, maar mogen wel in de lijn van het Koninkrijk onze dienst vervullen. Dan ben je als christen bijvoorbeeld ‘groen’. Wat we doen aan milieubeheer is geen druppel op een gloeiende plaat. God laat immers de aarde niet los.”

Hoe kan de verwachting van de toekomst ons leven stempelen?

„Als christen kijk je vol spanning naar wat God nog gaat doen in de geschiedenis. De spade regen van de Geest, de vervulling van Gods plan met Israël: zal ik dat nog meemaken? Je hoopt steeds nieuwe tekenen van Pasen te zien. Tegelijk heb je geen ”bucketlist” van zaken die nog zo nodig moeten, zoals een reis naar Australië of een keer bungeejumpen. Het gaat niet om het „voltooide leven” hier en nu. We zijn beginnelingen van het eeuwige leven.”

Het Apostolicum zegt een heleboel níét over de eschatologie. Wat zou u willen toevoegen?

„Het thema van het Koninkrijk Gods, waarbij de aarde in het vizier is. Het is verbazingwekkend dat theologen daar pas in de 20e eeuw aandacht voor kregen.

En Israël. Het Apostolicum ontstond in een tijd waarin de afstand tot het Jodendom groot was. Maar we belijden de God van Abraham, Izak en Jakob. Het blijft aangrijpend dat de Vroege Kerk weinig oog heeft gehad voor de toekomst van Israël.

En als derde de christologie: Jezus heeft niet alleen geléden maar ook gelééfd. Ook Zijn omwandeling op aarde heeft betekenis. Berkhof zei dat in Hem het verbond van God eindelijk „geland” is. Jezus heeft het ware menszijn laten zien, zoals God het bedoeld heeft. Dat zou een plek mogen krijgen in onze belijdenis.”

serie Apostolicum

Serie interviews over de artikelen van het Apostolicum met christelijke denkers en theologen. Vandaag deel 4: artikel 6, 7, 11 en 12.

Dr. J. Hoek

Dr. Jan Hoek (66) uit Veenendaal was vanaf 1975 hervormd predikant in Blauwkapel-Groenekan en Veenendaal. In 1994 werd hij predikant met een bijzondere opdracht voor de kerk in het geheel. Hij werkte bij de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond (HGJB) en was docent en opleidingsmanager aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Namens de Gereformeerde Bond was hij tot 2015 bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) in het Belgische Leuven is hij nog altijd als hoogleraar systematische theologie verbonden.

Dr. Hoek heeft een groot aantal publicaties over een breed scala aan theologische onderwerpen op zijn naam staan. In 2004 verscheen zijn magnum opus: ”Hoop op God. Eschatologische verwachting”.