Dr. Emanuel Rutten: Geloof en wetenschap vullen elkaar aan

Geloof en wetenschap
Dr. Emanuel Rutten: „Ik argumenteer niet voor christendom of islam, maar voor bestaan van God.” beeld VidiPhoto
3

„Het conflict tussen geloof en wetenschap is een mythe. Geloof en wetenschap vullen elkaar juist prachtig aan”, vindt dr. Emanuel Rutten.

De christelijke filosoof, werkzaam aan de Vrije Universiteit Amsterdam, hield woensdagavond aan de Radboud Universiteit Nijmegen een lezing over rationele argumenten voor het bestaan van God. Het Nijmeegse dispuut van de studentenvereniging CSFR, Quo Vadis, had Rutten uitgenodigd om te komen spreken op de negende verjaardag van de vereniging.

Rutten was ook al uitgenodigd door de Moslimstudenten Vereniging (MSV), op dezelfde avond. Daarom werd op initiatief van Rutten besloten de bijeenkomst gezamenlijk te organiseren met MSV en Awaz, de faculteitsvereniging van de opleidingen theologie, religiewetenschappen en islamstudies van de Radboud Universiteit. Volgens de organisatoren van Quo Vadis een unieke kans om elkaar rond het thema van de lezing te ontmoeten.

Definitie

Voor de zeventig aanwezigen beklemtoont Rutten dat hij geen bewijzen, maar argumenten voor het bestaan van God geeft. „Bewijzen wordt gedaan in de wiskunde, in de filosofie willen we redelijke argumenten geven, aantonen dat iets plausibel is.”

De filosoof deelt zijn argumenten, in de hoop dat er een klimaat ontstaat waarin geloof in God als redelijke optie wordt gezien – „in plaats van dat het weggezet wordt als irrationeel en onzinnig.”

Voor de argumenten voor het bestaan van God is het belangrijk om te beginnen met een definitie van God, aldus Rutten. „Ik definieer God als een immateriële Persoon Die de grond is van de werkelijkheid. Een persoonlijke eerste oorzaak van de werkelijkheid. Ik argumenteer niet voor het christendom of de islam, maar voor het bestaan van God.”

Het eerste argument dat Rutten ter sprake brengt is het zogenoemde kosmologische argument. De eerste aanname voor dit argument is dat alles wat begint te bestaan een oorzaak heeft voor zijn of haar bestaan. „Dan gaat het om de ontstaansoorzaak van alle ruimte, tijd en materie.” Een tweede aanname is dat het universum ooit begonnen is te bestaan. Rutten verwijst hierbij naar de huidige inzichten in de natuurkunde, dat het universum 13,8 miljard jaar geleden zou zijn begonnen met de oerknal. „Een eindig verleden dus.”

Uit deze twee aannames volgt logischerwijze dat er een lichaamloze geest moet bestaan die aan het begin staat van de werkelijkheid. „Dat mag je redelijkerwijs God noemen.”

Het tweede argument voor het bestaan van God noemt Rutten het ”finetuning-argument”. Dit argument heeft te maken met bepaalde constanten in de natuurkunde, zoals de zwaartekrachtconstante. „Het blijkt dat als de waarden van die constanten maar een klein beetje veranderd worden, er dan geen universum beschikbaar zou zijn voor leven.” Rutten noemt verschillende verklaringen, maar betoogt dat de meest logische verklaring is dat de waarden gewild zijn door God.

Meerdere wegen

Het derde argument voor het bestaan van God heeft Rutten zelf ontwikkeld. „Het is een puur filosofisch argument, een nieuw soort argument.”

De eerste aanname in deze redenering is dat alles wat mogelijk waar is, kenbaar is. „Als iets mogelijk waar is, dan kan dat gekend worden.” De tweede aanname voor het argument is dat het onmogelijk is om te weten dat God niet bestaat. Rutten stelt dat voor deze aanname kenbronnen nodig zijn zoals logische bewijsvoering en zintuiglijke waarneming. „Met deze kenbronnen kun je niet weten dat God niet bestaat. Dus bestaat God noodzakelijk.”

Tot slot geeft de christelijke filosoof zijn hoorders mee dat hij gelooft dat de rationele weg niet de enige weg is die naar God leidt. Er zijn meerdere wegen om God te kennen: „niet alleen het verstand, maar ook het gevoel, de beleving en de ervaring.”