„Doop en besnijdenis zien op Christus als het Middelpunt”

beeld RD, Anton Dommerholt
5

„Kun je je voorstellen dat God in het Oude Testament de kinderen bij het verbond betrok, maar dit in het Nieuwe Testament niet doet?” Deze vraag stelde prof. dr. G. Kwakkel maandag aan (aanstaande) studenten theologie, tijdens een studiebijeenkomst in Elspeet.

Het antwoord van de hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Universiteit Kampen op deze vraag luidde: „Als God nu zou zeggen dat de kinderen er niet bij horen, begrijp ik niet hoe het komt dat alles in het Nieuwe Testament mooier wordt en dit niet. Zou dat waar zijn?”

Prof. Kwakkel, die zei dat de opdracht tot de kinderdoop niet rechtstreeks uit het Nieuwe Testament komt, noemde deze redenering het sterkste argument voor de kinderdoop.

Middelpunt

De doop staat centraal tijdens een studieweek voor (aankomende) studenten theologie, die is georganiseerd door de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland. Op de bijeenkomst in Mennorode in Elspeet, die duurt van maandag tot en met donderdag, zijn ongeveer 25 studenten aanwezig.

Prof. Kwakkel sprak over besnijdenis en doop. Later in de studieweek komt de doop vanuit het perspectief van het Nieuwe Testament aan de orde. Daarna wordt ingezoomd op diverse andere gezichtspunten die verband houden met de doop.

De hoogleraar wees op grote overeenkomsten tussen de besnijdenis en de doop. „De besnijdenis wijst vooruit naar de heilswerkelijkheid van Christus. De doop wijst terug naar die heilswerkelijkheid. Beide zien op Christus als het Middelpunt. Belijdenis en doop roepen beide op om te leven in gehoorzaamheid aan God.”

Een van de verschillen tussen besnijdenis en doop is, zo zei prof. Kwakkel, dat de doop niet expliciet verbonden is met het verbond. „Er staat geen tekst in de Bijbel die aangeeft dat de doop het teken van het nieuwe verbond is.” Even daarvoor had hij betoogd dat God bij de instelling van de besnijdenis juist wel gezegd had dat het een verbondsteken was.

Bewogen herder

De hervormde emeritus predikant ds. M. Goudriaan uit Ede ging in zijn lezing in op het leven van ds. I. Kievit (1887-1954). Deze hervormd-gereformeerde predikant kreeg in en buiten zijn eigen kerk gezag vanwege zijn grondig theologiseren en daarnaast ook door zijn leven in de omgang met de Drie-enige.

Ds. Goudriaan tekende ds. Kievit als een geharnaste en bewogen herder, die „rusteloos en ingespannen bezig was om mensen als herder te leiden. Hij kon strijdlustig zijn, maar tegelijkertijd was hij uiterst bewogen.”

Zijn actualiteit voor vandaag ligt, aldus de Edese predikant, in het weergeven van de juiste verhouding tussen wet en Evangelie. „Dat onderwerp is in alle tijden belangrijk geweest.”

Als tweede actuele punt noemde ds. Goudriaan ds. Kievits visie op het statische en het dynamische in cultuur en theologie. Als statisch benoemde ds. Kievit onder andere de trouw en waarheid van God, de waarheid van de Schrift en van de belijdenis. Het dynamische kwam onder meer tot uiting in een veranderd Schriftverstaan en een ander verstaan van de belijdenis. Ds. Kievit constateerde dat het dynamische sterker werd en hij waarschuwde ertegen in polemieken met andere theologen.

Ds. Kievit zag ook de andere kant, aldus ds. Goudriaan. „Bij het leggen van de nadruk op het statische bestaat de kans op zelfgenoegzaamheid en formalisme, met het risico van verstarring en verstening. Ds. Kievit wilde oppassen voor het onderbrengen van het geestelijk leven in schema’s, omdat dit verstarring met zich mee kan brengen. Wanneer kan de kerk zeggen, en dat geldt ook voor het verstaan van de heilgeheimen van Christus: „Dat weten we al”? Leven met God is vol van beweging en ongedachte zwenkingen.”

Tijdens de vragenbespreking wees de predikant op de hernieuwde belangstelling voor de erfenis van ds. Kievit in de breedte van de gereformeerde gezindte.

Schepping

De studenten kregen de gelegenheid om het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond vragen te stellen. Algemeen secretaris drs. P. J. Vergunst vertelde dat de Bond bezig is met het zoeken naar een opvolger voor prof. dr. H. van den Belt aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Deze universiteit wil echter geen bijzonder hoogleraar meer benoemen voor 0,5 fte, maar slechts voor 0,2 fte.

Gevraagd naar gevaren van deze tijd, wees Vergunst erop dat Jezus Christus tijdens de prediking in het middelpunt moet staan. Verder noemde hij het leerstuk van de vergeving van zonden van wezenlijk belang. „De toe-eigening van het heil moet de aandacht blijven houden.”

De algemeen secretaris zei dat hij de laatste tijd nogal eens benaderd wordt als er spanningen zijn in kerkenraden. Die zijn dan mede ontstaan door allerlei nieuwe vragen die zich aandienen, onder meer over gender. Vergunst noemde het belangrijk dat christenen elkaar vasthouden en tegelijkertijd dat een kerkenraad duidelijk leidinggeeft.