De rentmeester en het heil van de enkele mens

Wat heeft het christelijk geloof te maken met roken? Of met het eten van vlees? Of met autorijden? Er wordt verschillend over gedacht, maar inmiddels is het besef wel neergedaald dat de gereformeerde gezindte iets moet met rentmeesterschap.

Ik moest eraan denken toen ik een brochure uit 1956 in handen kreeg van een commissie binnen de Hervormde Kerk. Deze gaat niet over roken, maar over de Deltawerken.

Dat enorme project bestaat zestig jaar. In 1958 werd de eerste stormvloedkering bij Krimpen aan den IJssel in gebruik genomen om een herhaling van de Watersnoodramp van 1953 te voorkomen. Wat heeft een kerk te zeggen over het Deltaplan?

De afsluiting van de zeearmen zal de eilandencultuur op haar kop gooien, voorspelde het ”commissariaat voor maatschappelijk en cultureel werk”. Geboren in de tachtiger jaren op een van die eilanden heb ik die veranderingen niet meegemaakt. Maar wat een impact moeten die gehad hebben.

Door ruilverkavelingen en mechanisering liep het platteland leeg. Dorpen van boeren en vissers kregen er in één klap nieuwe beroepsgroepen bij doordat het mogelijk werd om te forensen. „Blijkens mededeling van sommige plattelandspredikanten in de Delta komen op de belijdeniscatechisaties feitelijk geen jonge landarbeiders meer voor, maar wel draglinemachinisten en industriearbeiders.”

Op de eilanden bloeide bovendien het werk in de toeristensector op. ”Overkanters” settelden zich in de dorpen en trokken zich weinig aan van allerlei gewoonten. Traditionele verhoudingen, ook zichtbaar in de kerk, werden dus omgegooid. Het ouderlingenkorps –dat vaak bestond uit de dorpselite van boeren, onderwijzers en middenstanders– moest zien te dealen met de nieuwe bewoners.

Of de integratie van de „import” gelukt is, zou onderzocht moeten worden. Het was in elk geval niet akkoord als bij wijze van spreken het bordje „”Welkom vreemdeling” kleeft aan de vrijplaatsen achter het orgel, de oude armenbanken”, vonden de brochureschrijvers.

Maar voelden de eilanders zélf, van wie destijds zo’n 40 tot 50 procent kerkelijk meelevend was, zich nog wel verbonden met de kerk? Al in de jaren tachtig signaleerden sommige predikanten een andere trend: met de lokroep van de vrijheid zeiden jongeren ook de kerk voorgoed vaarwel.

Hoe dan ook: de kerk had de nood van de eilanden voor ogen. „Deze opdracht houdt in, dat de kerk zich met de concrete samenleving inlaat, dat zij –zonder aan haar gelijkvormig te worden– solidair met deze samenleving wil zijn.”

Solidariteit was in die tijd voor orthodoxe christenen een vies woord. Voor hen stond het voor vrijzinnigheid. Zou deze brochure ook de prullenbak in zijn gegaan? Keurden ze dit af, net als het christelijke protest tegen kernbewapening, geboorteplanning of materiële ongelijkheid? Dat was horizontaal evangelie, vond men. Moest de kerk zich niet houden bij haar corebusiness, de zorg „voor het zielenheil van de enkele mens”?

Tegenwoordige waken kerken ervoor visies over de samenleving te verspreiden. Daar is de tijd niet meer naar. Solidariteit wordt nu van onderop georganiseerd met de nadruk op individuele verantwoordelijkheid. Roken is inmiddels not done, fairtradeproducten winnen terrein en de mobiliteit wordt heel langzaam verduurzaamd met hybrides en volelektrische auto’s. Zo maakt de kerkgeschiedenis, zoals wel vaker, een wonderlijke U-bocht. Of rentmeesterschap nu wel samen kan gaan met het „zielenheil van de enkele mens”? Het lijkt erop. Maar u mag het zeggen.