CGK onderstrepen belang evangelisatie

Synode CGK 2019
beeld RD

Christelijke gereformeerde kerken moeten zich sterker instellen op de zendingssituatie in Nederland. Daar hoort ook bezinning op de missionaire opdracht bij.

Dat heeft de generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) woensdag besloten.

Kerkenraden worden opgeroepen „zich metterdaad te richten op de bezinning op en de uitvoering van de missionaire opdracht van de gemeente van Christus.”

Zendingsgemeenten en pioniersplekken moeten in het onderwijs voor de sacramentsbedieningen putten uit de bestaande formulieren. Daarbij dienen minstens een aantal aspecten van doop of avondmaal aan de orde worden gesteld.

De regelingen voor de permanente educatie van predikanten worden ook van toepassing op evangelisten (naar artikel 4 van de kerkorde).

„Als kerk zijn we vaak teveel naar binnen gericht”, zei ds. H. Peet woensdag in zijn beantwoording van vragen van synodeleden. „Aangrijpend dat een steeds grotere groep landgenoten Jezus Christus niet als Borg en Zaligmaker kent.”

De predikant noemde het echter „zeer onvruchtbaar” om het werk in en buiten de kerk tegenover elkaar te zetten. „Ze zijn allebei onze verantwoordelijkheid. De Heere zendt ons tot hen die buiten en die binnen zijn.”

Ds. Peet gaf onder meer aan dat een huisgemeente –in een gebied waar de kerk gemarginaliseerd is– een „ambtelijke inbedding” moet hebben.

Deputaat ds. R. G. den Hertog stelde dat alle kerken „principieel” missionair zijn en zich moeten verhouden tot de omliggende cultuur. De regeling voor huisgemeenten is bedoeld voor kleine gemeenten die de ambten niet meer kunnen vervullen en die toch in een bepaald gebied aanwezig willen blijven.

Worden zendingsgemeenten meer of minder gereformeerd? Dat is een onderwerp voor kerkvisitatie, zei ds. Den Hertog. „Er bestaat een grote diversiteit in vormgeving en organisatie binnen zendingsgemeenten.”

Synodeleden deden voorstellen om het voorgenomen besluit op bepaalde punten aan te passen. Zo vindt ds. P. D. J. Buijs (Nunspeet) het te algemeen gesteld om kerkenraden op te roepen de komende drie jaar de mogelijkheid te onderzoeken om nieuwe pioniersplekken te starten. „Er zijn kleine gemeenten die zelf moeite hebben het hoofd boven water te houden.” Hij spreekt liever over een „overweging.”

Ds. L. A. den Butter (Rijnsburg) vroeg aandacht voor het waarborgen van de gereformeerde identiteit van zendingsgemeenten.

Op verzoek van ds. A. Versluis (Ede) werd het voorstel om kerkenraden op te roepen om de komende drie jaar met hun predikanten het gesprek over de lokale missionaire situatie te voeren, wat aangepast. Dat gesprek moet niet alleen met predikanten worden gevoerd, maar binnen kerkenraad en gemeente.

De synode sprak woensdagmiddag en -avond over een rapport van de commissie kleine kerken. Het kerkverband kan kleine gemeenten tot 200 leden financieel steun of praktische hulp bieden in de vorm van een deeltijd-predikant.

Besluiten zijn er woensdag niet genomen; dat zal in maart gebeuren, als het onderwerp weer op de synodetafel ligt.

De vergadering besloot een commissie te benoemen voor de bestudering van de kerkelijke omgang met echtscheiding in het algemeen en de echtscheidingsgronden in het bijzonder.