CGK maken zich zorgen over kerkverlating jongeren

Synode CGK 2016
Synodeleden van de Christelijke Gereformeerde Kerken. beeld Jan W. Toonstra
3

De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) maken zich grote zorgen over jongeren die de kerk verlaten. Kerkenraden en gemeenteleden moeten zich meer bewust worden van dit probleem.

Dat kwam woensdagavond naar voren op de generale synode van de CGK in Nunspeet. De synodeleden bespraken het rapport van deputaten kerkjeugd en onderwijs, waaruit blijkt dat er ook onder de jeugdbonden CGJO en LCJ zorgen leven over kerkverlating onder jongeren. De bonden geven bovendien aan dat steeds meer gemeenten geen binding meer hebben met een van beide jeugdwerkorganisaties.

In 2014 verlieten 883 leden de Christelijke Gereformeerde Kerken. „Hoewel we geen cijfers hebben over de leeftijd van deze groep, zijn er ongetwijfeld veel jongeren bij”, aldus deputaten. „Gezien deze aantallen verdient bezinning hoge prioriteit, ook te midden van de vele andere belangrijke zaken die in de kerk spelen.”

„We raken jaarlijks heel veel jeugd kwijt”, zegt rapporteur ouderling A. Kok uit Veenendaal. „En iedere jongere is er een te veel.”

Deputaten constateren dat in de veelheid van kerkelijke activiteiten en hoge vergaderdruk van kerkenraden jongeren gemakkelijk buiten beeld raken. „Dit betekent niet dat er in de gemeente geen wijsheid en betrokkenheid op jongeren is, maar ze kunnen gemakkelijk ondergesneeuwd raken. Daarnaast kan er grote verlegenheid zijn bij het omgaan met jongeren en het kerk-zijn voor jongeren, zeker als zij minder bij het geloof en de kerk betrokken raken.”

Deputaten willen ook bij de classes „bewustwording” op gang brengen: „Geloof en kerk verliezen hun relevantie voor jongeren.” Volgens ouderling Kok kan de ene gemeente leren van de aanpak van een andere gemeente. „Duidelijk is dat er bezinning nodig is: onze jongeren zijn in nood.”

De commissie die het rapport van deputaten heeft bestudeerd, vraagt zich af of kerkenraden de jongeren wel voldoende ruimte geven om met hun vragen te komen. „Zijn we echt voor hen identificatiefiguren?”

Ds. A. C. Uitslag (Urk): „We spreken vaak van een jongerenprobleem, maar misschien is er ook wel een ouderenprobleem: zijn we wel identificatiefiguren?”

Ouderling Kok zegt dat het belangrijk is als jongeren gemeenteleden ontmoeten die de „vreze des Heeren” kennen. „Wie is de Heere Jezus voor u, wat betekent het geloof voor u? En laten jongeren ook in de preek ervaren dat het Woord heel dicht bij hen wordt gebracht.”

Een ander synodelid vindt het belangrijk om niet het voorgenomen driejarig onderzoek naar de visie op jongeren af te wachten. „Laten we vooral blijven bidden en contact zoeken met jongeren. Er is veel aandacht voor doeners in de kerk, maar laten we de denkers niet uit het oog verliezen. Ik hoor hen wel eens over de jeugdvereniging of catechisatie zeggen: ”boring”.”

Ambtsbroeders

Schipperspredikant ds. H. van der Ham presenteerde woensdag op de synode zijn boek ”Ambtsbroeders”. Daarin staan levensschetsen, overdenkingen en preken van ds. Jac. Wisse (1843-1921) en ds. F. P. L. C. van Lingen (1832-1913), grondleggers van de Christelijke Gereformeerde Kerken.