CGK gaan binnenkerkelijk gesprek over eenheid voeren

Synode CGK 2016
Synode CGK. beeld RD

De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) krijgen geen speciaal deputaatschap binnenkerkelijke eenheid om de onderlinge geestelijke herkenning te bevorderen. Wel worden de classes gevraagd het binnenkerkelijk gesprek te voeren met het oog op de „beleving van de geschonken eenheid” en daarover te rapporteren aan de synode.

De generale synode van de CGK sprak donderdag opnieuw over een voorstel van ds. A. A. Egas. De predikant uit Nieuwkoop wees eerder deze week op het rapport van deputaten eenheid, die constateren dat er binnen de CGK onderling soms geen geestelijke herkenning is. Hij pleitte voor een deputaatschap binnenkerkelijke eenheid om onderzoek te doen naar de oorzaken van interne spanningen en om de onderlinge geestelijke herkenning te bevorderen.

Een commissie onderzocht vervolgens de mogelijkheden van zo’n deputaatschap. Die vindt echter dat de oplossing van de verdeeldheid niet is gelegen in het instellen van een apart deputaatschap, dat naar mate de tijd verstrijkt zelf ook weer voorwerp van beoordeling zal worden.

Uit het voorstel van ds. Egas blijkt volgens de commissie „een hoge urgentie om de binnenkerkelijke eenheid te bevorderen.” De commissie voelt hierin mee, maar vindt dat het aan de kerkenraden en de classes is om het binnenkerkelijke gesprek inhoud te geven. „Daarbij is het de vraag of het werkelijk zo is dat de verdeeldheid vandaag groter is dan tien of twintig jaar geleden. Het is juist de kracht en de zwakte van onze kerken dat ze elkaar in verdeeldheid blijven zoeken en vasthouden.”

Het voorstel van ds. Egas komt bovendien „enigszins prematuur”, aldus de commissie. Het mist bijvoorbeeld een „scherp geformuleerde instructie” voor het gewenste deputaatschap.

Commissierapporteur ds. L. A. den Butter sprak donderdagmorgen van een „sympathiek” voorstel. „Wie zou niet de interne eenheid willen bevorderen? Het is echter de vraag of het op déze manier zou moeten.”

Synodepreses ds. P. D. J. Buijs zei dat hij de nood die ds. Egas verwoordde, deelt. Hij aarzelt echter bij het instellen van een nieuw deputaatschap „Wat zich hier wreekt, is dat het voorstel niet langs de officiële weg van een instructie is gegaan. Dan zou het voorstel nog wat bijgeschaafd kunnen worden. De hartenkreet onderschrijven we, maar het voorstel is niet rijp genoeg.”

Volgens ds. A. Th. van Olst (Antwerpen) onderstreept een deputaatschap binnenkerkelijke eenheid alleen maar de interne verdeeldheid. „Dat zou een verkeerd signaal zijn. Het past niet bij het aanvaarden van elkaars geloofsbrieven. Ik neem geen afstand van de zorgen die er leven, maar deze route is niet de juiste route.”

Deputaat eenheid ds. W. Van ’t Spijker: „Een nieuwe deputaatschap toont weinig vertrouwen in de wil die christelijke gereformeerden altijd hebben gehad om elkaar vast te houden.”

Deputaten eenheid willen de classes best dienen met het aandragen van onderwerpen die de zorgen van ds. Egas raken, aldus de predikant uit Hilversum. „Dan kunnen we daarover in gesprek gaan. Daar is niet een apart deputaatschap voor nodig.”

Ds. Egas: „Dat is precies mijn intentie: met elkaar in gesprek gaan over geestelijke herkenning en de verdeeldheid binnen de kerken. Maar dat mag niet te vrijblijvend zijn. Daarom zou het goed zijn als de classes de gesprekken terugkoppelen, zodat de binnenkerkelijke eenheid iedere drie jaar onderwerp van gesprek is op de synode.”

De synode besloot daarop de classes te vragen het binnenkerkelijk gesprek te voeren met het oog op de „beleving van de geschonken eenheid”. De classes rapporteren daar vervolgens over aan de synode.