Calvijn: Luther een groot man, maar was hij maar niet zo driftig

Reformatie
Luther en Zwingli in 1529 in debat over het heilig avondmaal. beeld Wikimedia
2

Dit artikel is samengesteld door Willem van Klinken op basis van uitspraken van Calvijn en Luther.

Luther is een groot man aan wie de kerk van God zeer veel te danken heeft. Hoe treurig dat hij in zijn nieuwste boekje over het avondmaal zo verbitterd raast tegen andere dienaren des Heeren.

Recent verscheen van dr. Maarten Luther ”Korte belijdenis over het sacrament van het avondmaal”. Hierin vaart hij met vreselijk schelden uit tegen al zijn geloofsgenoten die ontkennen dat Christus lichamelijk in het avondmaal tegenwoordig is. Hoe droevig dat wij, gering in aantal en rondom omringd door vijanden, in eigen kring met elkaar in strijd zijn. Er was geen ongelegener tijd denkbaar dan juist nu. God heeft de satan de teugel gevierd, ik kan het niet anders zeggen.

Luther richt zijn pijlen met name op zijn vroegere collega Andreas Karlstadt en de Züricher hervormer Huldrych Zwingli en hun volgelingen. De in 1531 overleden Zwingli is voor de doctor uit Wittenberg een „heiden” aan wiens zielenheil hij twijfelt. Maar hij gaat ook vreselijke tekeer tegen alle anderen die over het avondmaal een andere mening hebben dan hijzelf.

Hij noemt ze „broodvreters en wijnzuipers.” Ze zijn „Schwärmer” (dwaalgeesten) en „vijanden van het sacrament.” Hun leer is „godslasterlijk” en een „lasterlijke en bedrieglijke ketterij.” Zij begaan de „zonde tot de dood” (1 Joh. 5:16). „Ik zou mijzelf met hen in de afgrond van de hel moeten laten verdoemen als ik gemene zaak met hen maak. Ik mag geen gemeenschap met ze hebben en moet iedere brief, boek, groet, zegen, geschrift, naam of gedachtenis van hen uit mijn hart wissen.”

Wie één geloofsartikel ontkent, houdt volgens Luther uiteindelijk niets over. „Alles is verloren, zeg ik, met alle artikelen van het geloof, ongeacht hoe juist en onberispelijk ze die met hun leugenachtige lastermond ook noemen of bevestigen. Want ze loochenen dit ene artikel, als Christus in het sacrament zegt: „Neem (het brood) en eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt.”

Verbitterd

Het is inmiddels meer dan duidelijk dat Luthers prikkelbare karakter hem parten speelt. Hij raakt steeds verbitterder en komt dan –zoals in dit geschrift– tot een razernij en lawaai waarvoor niet de minste reden bestaat. Met zijn aanmatiging en schelden gaat hij alle perken te buiten. Als Luther zozeer naar de roem van de overwinning verlangt, kan er nooit een oprechte gemeenschap in de zuivere waarheid van God ontstaan.

Luther had van meet af aan moeten verklaren dat hij over de tegenwoordigheid van Christus in het avondmaal niet hetzelfde dacht als de papisten dromen. Hoe verkeerd begon hij, toen hij zei: „Het brood is het lichaam van Christus Zelf.” Ook had hij niet de indruk moeten wekken dat het sacrament in plaats van God Zelf wordt aanbeden.

Ongelukkige twist

Tegelijk zijn ook de broeders uit Zürich niet vrij te pleiten. Zij hebben de fout gemaakt dat ze hun energie bijna alleen maar gebruikten om de bijgelovige leer van de papisten omver te werpen, en niet om te bevestigen wat heilzaam is. Ze ontkenden de waarheid niet, maar leerden deze toch niet zo duidelijk als nodig was.

Met maar al te grote ijver beweerden ze dat brood en wijn alleen maar lichaam en bloed van Christus genoemd worden omdat ze het téken ervan zijn. Ze bedachten niet dat er tegelijk iets aan toegevoegd moest worden. Met dit teken is wel degelijk een waarachtige zaak verbonden: de werkelijke gemeenschap met het lichaam en bloed van Christus. Ze hebben niet duidelijk genoeg uitgesproken dat ze dit op geen enkele manier willen ontkennen. Tot die gemeenschap leidt de Heere ons in dit sacrament.

Er zijn dus aan beide kanten fouten gemaakt. Daardoor kon deze ongelukkig twist ontstaan. Wederzijds wilde men niet naar elkaar luisteren, om zonder verkeerde ijver de waarheid te volgen.

Voortreffelijke gaven

Het zou onbillijk zijn om van de Zwitsers te verlangen dat ze deze onheuse bejegening uit Wittenberg over zich heen laten komen. Ik hoop echter dat ze blijven bedenken welk een groot man Luther ondanks alles is, een zeer uitmuntende knecht des Heeren. Hoe dapper en onverschrokken heeft hij altijd gearbeid. Hoe bekwaam, hoe geleerd en hoe actief heeft hij altijd weer bijgedragen aan de verstoring van de heerschappij van de antichrist en de uitbreiding van de leer der zaligheid. Het is waar, hij gaat mank aan grote gebreken. Maar hij blinkt ook uit in grote deugden.

Had hij zich er maar meer toe gezet zijn onstuimig karakter in toom te houden. Had hij zijn aangeboren driftigheid maar meer op Gods vijanden botgevierd dan op de dienaren des Heeren. Had hij zich maar meer moeite getroost om zijn eigen gebreken te zien.

Maar al moeten we in hem berispen wat afkeuring verdient, zijn voortreffelijke gaven moeten we altijd blijven erkennen. We hebben in Luther te doen met een eersteling onder Gods knechten. We hebben allen veel aan hem te danken. In onze tijd is het Evangelie van Wittenberg uitgegaan. Ik zou graag zien dat Luther in het hoogste aanzien zou blijven, als hij zichzelf maar wist te beheersen. Op deze manier is het heel moeilijk om de storm als gevolg van alle botsende meningen te bedaren.

Overeenstemming

Als de gemoederen niet zo verhit waren geraakt door de wederzijdse verdachtmakingen, had de breuk gemakkelijk geheeld kunnen worden. Dat durf ik gerust te zeggen. Zowel Luther als Zwingli heeft immers al zijn krachten gegeven aan het herstel van het rijk van Christus.

We moeten niet vergeten dat Luther en de Zwitsers in heel de leer van de godzaligheid op een bewonderenswaardige manier overeenstemmen. Als uit één mond leren zij wat de zuivere dienst van God is. Die dienst willen ze reinigen van oneindig veel bijgeloof, afgodendienst en ellendige menselijke leugens.

Ze verstoren het vertrouwen op de werken, waarmee de arme mensen bedwelmd en betoverd werden. Ze leren dat heel ons heil rust op de genade van Christus. Ze zijn het eens over wat de juiste manier is om God aan te roepen, wat de kracht en de plaats is van de boetvaardigheid, waar ze vandaan komt en welke vruchten het geloof voortbrengt; wat de juiste wijze van kerkregering is.

Alleen over de tekenen van brood en wijn bestaat er een verschil van inzicht. Toch stemmen we allen overeen over het juiste gebruik van de sacramenten. We leren allemaal dat de sacramenten zijn ingezet om Gods beloften aan onze harten te verzegelen; dat ze ons geloof ondersteunen en getuigenissen zijn van Gods genade. Brood en wijn zijn geen lege en dode tekenen, want ze zijn werkzaam door de kracht van de Heilige Geest. God geeft daadwerkelijk wat Hij in de tekenen aan ons uitbeeldt, door de verborgen kracht van dezelfde Geest. Aan het avondmaal genieten onze zielen Christus Zelf tot een geestelijk voedsel. Daardoor zijn brood en wijn echte tekenen en zegels van de gemeenschap die de gelovigen hebben met Christus hun Hoofd.

Broederlijke vriendschap

Hierover zijn we het allemaal eens. Want hoe vaak heeft ook Luther beleden dat hij voor niets anders streed dan dat vastgelegd werd dat God met ons geen spel speelt met lege tekenen. Wat Hij ons voor ogen stelt, dat vervult Hij ook aan onze harten. Op zo’n manier, dat de zichtbare tekenen en de werking van het sacrament nauw verbonden zijn.

Ik geef toe, in de beschrijving van de manier waarop wij deel krijgen aan Christus zijn er onderling wat verschillen. De een kan dat beter beredeneren en uiteenzetten dan de ander. Niet iedereen heeft immers dezelfde gave gekregen of dezelfde mate des geloofs.

Dat neemt niet weg dat er een broederlijke vriendschap en verbintenis onder de kerken kan zijn, die berust op de gemeenschappelijke belijdenis van ons allen: als we het sacrament gelovig ontvangen, krijgen we werkelijk deel aan het wezen van het lichaam en bloed van Christus.

List van de satan

Onze tegenstanders zullen deze twist aangrijpen om de evangelische leer verdacht te maken. Dat is de oude list van satan. Hij zet Gods dappere knechten aan tot strijd met elkaar, om zo de loop van de gezonde leer te stuiten. Op dezelfde manier ontaardde het meningsverschil tussen Paulus en Barnabas in een openlijke ruzie. Men moet echter vanwege zulke woelingen niet het Evangelie verwerpen.

Wie door deze verdeeldheid aanstoot neemt aan de evangelische leer, moet zich realiseren uit wat voor verschrikkelijke mist van roomse dwalingen we tevoorschijn zijn gekomen. Het blijft een groot wonder van God dat Luther en zijn medewerkers zich langzamerhand van de dwaalleer konden losmaken. Bij het eerste verschijnen van het morgenrood ziet men toch ook niet meteen de zon? Men moet aan Gods knechten ook vooruitgang gunnen, en groei aan het Rijk van God.

Met deze onderlinge strijd doen we de ongelovigen een plezier. Laat bij ons niet gebeuren waarvoor Paulus waarschuwt, namelijk dat we door elkaar te bijten en te vereten zelf verteerd worden.

Het is goed wanneer we inzien dat de Heere ons met deze gesel slaat. Dan zullen we geduldiger verdragen wat anders ontzettend bitter zou zijn. Wat ons hier op aarde niet geschoken wordt, zal binnenkort, naar ik hoop, in het Koninkrijk van God ons deel zijn.

----

Boekinfo

Korte belijdenis over het sacrament van het avondmaal, Maarten Luther; uitg. Hans Lufft, Wittenberg, 1544; 55 blz.