Brommende beer steelt de show in Missiemuseum Steyl

Christelijke musea
Conservator Jan Euwals staat tussen de opgezette dieren in het Missiemuseum in het Limburgse Steyl. beeld RD, Henk Visscher
2

Met grote ogen staart de peuter naar de opgezette zwarte beer in het Missiemuseum in Steyl. Nadat hij een muntje in de berenbuik heeft gestopt, maakt hij dat hij wegkomt.

De opgezette 1,75 meter hoge Russische beer is het icoon van het Missiemuseum in het Limburgse Steyl. Voor 50 cent, die de bezoeker in een gleuf in de borstkas van de beer stopt, draait hij zijn kop heen en weer en laat hij een vervaarlijk gebrom horen.

Broeder Berchmans, de eerste conservator van het Missiemuseum, schafte de bijzondere beer in 1932 aan. Met het dier wilde hij geld ophalen voor de missie, de rooms-katholieke benaming voor zending. Het bleek een slimme zet te zijn. Onmiddellijk werd de attractie de trekpleister van het museum.

Na 88 jaar vertoont de Russische bruine beer –met een staf in zijn hand– nog altijd zijn kunsten bij de ingang. „Kinderen vinden hem vaak wat eng, maar hij blijft wel hangen in hun geheugen. Soms komen ze na jaren terug met hun eigen kinderen om het beest nog eens te zien”, zegt conservator Jan Euwals.

De beer is niet het enige dier in het museum. De zalen staan vol met maar liefst 1500 opgezette dieren in hoge en diepe vitrines van donker hout en glas. Een koningstijger die een kalf aanvalt, een ijsbeer die uithaalt naar een zeehond, een Javaanse panter die een zwijnshert in zijn klauwen heeft, een pelikaan met een vis in zijn bek. Een complete dierentuincollectie, maar dan statisch.

Rooms-katholieke missionarissen die in de negentiende eeuw vanuit Steyl werden uitgezonden namen de dieren als huid mee uit de landen waar ze werkten. Diverse preparateurs zetten ze vervolgens op. Om de beesten in hun volle glorie te herstellen, zijn ze in de jaren tachtig en negentig door een preparateur uit Venlo gerestaureerd. Die had er vier winters voor nodig om alle exemplaren onder handen te nemen.

De paters en zusters zonden niet alleen zoog- en landdieren naar Steyl, maar ook insecten. In een aparte zaal bevindt zich een duizelingwekkend insectenkabinet met 1100 opgeprikte vlinders, 1300 kevers, talloze sprinkhanen en andere kleine dieren van over de hele wereld. Grote, kleurrijke vlinders, maar ook harige spinnen, zwarte torren, kakkerlakken en wandelende takken.

Daarnaast zijn er vitrines met volkenkundige voorwerpen. Op land en op soort gerangschikt en –volgens negentiende-eeuws gedachtegoed– in de volgorde van ‘mate van ontwikkeling’ van volkeren. China en Japan golden als meest beschaafd, daarna volgden India, Indonesië, Papua Nieuw Guinea en Afrika. Bijzonder zijn de met bloed besmeurde gewaden van de paters Franz Nies en Richard Henle. Ze werden in 1897 op een missiepost in China vermoord.

De collectie is niet zozeer bedoeld om de geschiedenis van de zending weer te geven, zegt Euwals. „Ze werd gebruikt bij de opleiding van missionarissen om hen een beeld te geven van de cultuur en natuur in verschillende landen.” Wat nu het doel is van het museum? „We hopen dat mensen verwonderd raken over de schepping.”

Ruim 15.000 bezoekers trekt het Missiemuseum jaarlijks. Daaronder zijn veel toeristen, maar ook wetenschappers die geïnteresseerd zijn in de historische opstelling. Het museum oogt vandaag nog exact hetzelfde als bij de opening in 1931. Euwals: „Het museum is zelf een museum geworden.”

Het museum luidde begin dit jaar de noodklok. Zonder structurele financiële hulp zou het vanaf november de deuren moeten sluiten. De gemeente Venlo schoot te hulp met een extra subsidie voor dit jaar. Daarmee lijkt het einde van het Missiemuseum voorlopig afgewend.

Serie Religiemuseum

In een serie van zeven artikelen wordt stilgestaan bij kleine religieuze musea in Nederland. Deel 2: Missiemuseum Steyl