Bisschop De Korte herdenkt Reformatie – en soms viert hij die

Reformatie
Dr. G. J. N. de Korte, bisschop van Den Bosch. beeld RD, Anton Dommerholt

Hij is ervan overtuigd dat de overeenkomsten tussen rooms-katholieken en protestanten groter zijn dan de verschillen. Mgr. dr. G. J. N. de Korte is hoopvol gestemd over de oecumene tussen beide groepen, die 500 jaar geleden tijdens de Reformatie uit elkaar gingen. Maar de Bossche bisschop is ook realistisch: er zijn nog wel wat harde theologische noten te kraken.

In het bisschoppelijk paleis aan de Parade, schuin tegenover de gotische Sint-Janskathedraal, ontvangt dr. De Korte zijn gast met koffie en citroenkoekjes. Aan de muur hangt een crucifix; in de boekenkast staan veertig met goud bedrukte banden van de ”Geschichte der Päpste”, een geschiedenis van de pausen.

korte

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Voor veel protestanten is mgr. De Korte (61) zo’n beetje het gezicht van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland. Hij gaat graag in op uitnodigingen om te komen spreken, want oecumene heeft zijn hart. De bisschop leest het Nederlands Dagblad, Theologia Reformata en andere protestantse tijdschriften – allemaal om op de hoogte te blijven van wat er in de gereformeerde wereld speelt.

Zijn belangstelling voor de Reformatie stamt uit de jaren zeventig, toen hij in Utrecht geschiedenis studeerde. „Ik maakte tijdens mijn studententijd een geloofsverdieping door”, zegt hij. „Ik hield me bezig met de grote vragen van het leven: Wat is de zin van alles? Waar komen kwaad en lijden vandaan? Toen ben ik veel in de Bijbel gaan lezen en lid geworden van een oecumenische Bijbelgroep, waar ik in contact kwam met protestantse christenen. Dat leidde ertoe dat ik me ging oriënteren op de Reformatie.

Tijdens mijn studie theologie in de jaren tachtig raakte ik ook in de protestantse theologie geïnteresseerd. Ik las Miskotte, Noordmans en andere grote protestantse theologen uit de twintigste eeuw. Uit nieuwsgierigheid volgde ik colleges bij prof. dr. C. Graafland. Hoe theologiseerden zij?”

Waar bestond die „geloofsverdieping” uit?

„Ik was op zoek naar de kern van het christendom. In de brieven van Paulus merkte ik hoe sterk de apostel gegrepen was door de God van Israël, Die in Christus tot ons is gekomen. Er zijn passages waarin de Naam van Christus zo veel voorkomt dat de woorden als het ware over elkaar heen rollen. Paulus was gegrepen door de Persoon van Jezus, Gods gelaat in ons midden. Dat raakte me. Wil je weten Wie God is, kijk dan naar Jezus Christus.”

Is de Reformatie een gebeurtenis die u herdenkt of viert?

„Luther heeft een belangrijke notie van het christendom herontdekt: de rechtvaardiging van de goddeloze uit genade. Die gebeurtenis kan ik vieren.

Overigens heeft de christelijke waarheid die Luther herontdekte, altijd een plaats in de katholieke traditie gehad. Paulus en Augustinus leerden ook een geschonken gerechtigheid. Het is dus niet vreemd dat protestanten en katholieken elkaar op dit punt hebben gevonden, zoals uit de verklaring over de rechtvaardiging uit 1999 blijkt. Dat betekende een enorme oecumenische doorbraak.

De Reformatie leidde echter ook tot een breuk. Dat maakt de herdenking van 500 jaar Hervorming wat dubbel. Een breuk in het lichaam van Christus kan ik niet vieren. Dan gebruik ik liever het woord herdenken.”

Denkt u dan niet diep in uw hart: „Was Luther er maar niet geweest”?

Hij glimlacht. „Nee, ach. Luther was een van de velen die naar hervorming streefden. Als historicus plaats ik Luther binnen de beweging die al in de vijftiende eeuw de hervorming van de kerk op het oog had. Zo wilde de moderne devotie van Geert Groote en Thomas a Kempis terug naar een sober christendom, waarin broederschap en zusterschap rond de Persoon van Christus centraal staan.

Er was in de zestiende eeuw natuurlijk wel degelijk iets aan de hand. Als je ziet hoe de paus en het Vaticaan functioneerden, dan is daar –om het maar heel voorzichtig te zeggen– geen enkele katholiek trots op.

Je kunt de geschiedenis niet terugdraaien. Misschien had de breuk voorkomen kunnen worden als er een andere paus was geweest, zoals de Nederlander Adrianus VI in de jaren twintig van de zestiende eeuw. Er waren binnen de Roomse Kerk...”

Hij onderbreekt zichzelf even. „Nu gebruik ik een protestants woord.”

Dan: „Kijk, er waren binnen de Romana ook mensen die naar hervorming, vernieuwing en zuivering streefden. Ze bleven, zoals Erasmus, binnen de kerk. Vroeger legden protestanten alle schuld bij de paus en katholieken bij Luther, maar die tijd is gelukkig voorbij. Aan beide kanten zijn er fouten gemaakt.”

Rome deed Luther in de ban. Zou een officiële rehabilitatie niet een mooi oecumenisch gebaar zijn?

„De ban en de excommunicatie zijn vervallen toen Luther overleed. Vergeet ook niet dat recente pausen heel mooie dingen over Luther hebben gezegd.

We kunnen de geschiedenis helaas niet veranderen. Katholieken en protestanten hebben heel lelijke dingen over elkaar gezegd en geschreven. Christenen hebben elkaar vermoord, dodelijk gehaat. Daar schamen we ons voor. We hebben niet gezien dat we allebei ledematen van het Lichaam van Christus zijn. We moeten loskomen van de haat van de eerste generaties.

Wat ons bindt, is groter dan wat ons scheidt. We geloven samen in de God van Israël, de menswording van Christus, de verzoening aan het kruis en de Drie-eenheid. We hebben een gemeenschappelijke traditie van vijftien eeuwen. De laatste vijftig jaar is er ongelooflijk veel bereikt in de oecumene. Vroeger hadden we het over papen en ketters, nu spreken de meeste christenen over elkaar als broeders en zusters in Christus.”

Wat kunt u met de kernpunten, de „sola’s” van de Reformatie: alleen door het geloof, alleen uit genade en alleen de Schrift?

„Een katholiek vindt ook dat alles genade is. Sola gratia is dus het gemakkelijkst te aanvaarden.

Vooral bij sola Scriptura ligt het ingewikkelder. Hoe verhoudt de Schrift zich tot de traditie? De evangeliën en brieven zijn binnen de christelijke gemeenschap ontstaan en op een gegeven moment werden ze tot canonieke geschriften verklaard. Je zou dus kunnen zeggen dat de Schrift een product is van de christelijke traditie.”

Je zou ook kunnen zeggen: de Schrift is openbaring.

„Zeker, daar is geen discussie over. Bepaalde geschriften behoren tot de canon omdat we geloven dat ze goddelijk geïnspireerd zijn.

De vraag is ook wat de Reformatie met het sola Scriptura doet. Als je ziet hoe belangrijk protestanten de belijdenisgeschriften uit de zestiende en de zeventiende eeuw vinden, dan is dat ook een stukje traditie.

De Reformatie spreekt ook over solus Christus, alleen Christus. Natuurlijk, Hij is de onovertrefbare openbaring van God. Een uitdagende vraag is wat dit betekent voor de verhouding tussen het christendom en de andere wereldgodsdiensten. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft in de jaren zestig gepoogd zo positief mogelijk over andere godsdiensten te spreken. In het document Nostra Aetate staat dat we Christus belijden als de Weg, de Waarheid en het Leven, maar dat we goddelijke elementen van waarheid, goedheid en schoonheid in andere godsdiensten zien. Dat is het werk van de Heilige Geest, en in die zin een voorbereiding op het Evangelie.”

Gaat dat niet in tegen de unieke Persoon van Jezus Christus, als de enige Weg tot behoud?

„Zoals gezegd, Christus is de onovertrefbare openbaring van God. Er zijn openbaringselementen in andere godsdiensten, maar mensen zijn uiteindelijk geroepen om Christus te volgen. We hebben vanuit het Evangelie de opdracht om zo veel mogelijk mensen tot Christus te brengen en hen te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Dat roept wel grote theologische vragen op. Wat betekent het dat twee derde van de wereldbevolking niet gedoopt is? Hebben die mensen geen waarde voor God? Alverzoening is als leer een ketterij, maar als hoop niet. Alle mensen, met welke levensbeschouwing dan ook, blijven schepselen van God.

Hoe Gods barmhartigheid zich dan met Zijn rechtvaardigheid verhoudt? In de katholieke traditie leeft een sterke hoop dat uiteindelijk alle mensen door God aanvaard zullen worden. Dat is een kwetsbare theologische positie, ik weet het. Als Adolf Hitler en Moeder Teresa allebei door God aanvaard zouden worden, leidt dat dan niet tot ethisch relativisme? Aan de andere kant: de calvinistische leer van de dubbele predestinatie kan daar ook toe leiden. „Als ik niet uitverkoren ben, dan leef ik maar als een verdoemde.””

Wat als de uitleg van de kerkelijke traditie in strijd is met de Schrift of daarin niet is terug te vinden? De transsubstantiatie bijvoorbeeld, de gedachte dat brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus veranderen.

„De ”presentia realis”, de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie, vind ik terug in de Schriften. Wat provocerend gezegd: ik geloof helemaal niet in de transsubstantiatie. Want transsubstantiatie is filosofie, een poging van de kerk om met een begrip uit de natuurfilosofie van Aristoteles het geheim van de ”presentia realis” onder woorden te brengen. In het theologisch gesprek hoeft de transsubstantiatie dan ook niet centraal te staan. Het gaat eerder om de vraag: wat betekent het dat zowel het protestantisme als de Romana over de werkelijke tegenwoordigheid van Christus spreekt? Want Calvijn doet dat ook in zijn Institutie.

In spiritueel opzicht zijn er natuurlijk verschillen tussen katholieken en protestanten. Wij geloven in een blijvende tegenwoordigheid van Christus, vandaar dat er in elke katholieke kerk een tabernakel staat waarin het eucharistisch brood wordt bewaard voor de zieken en tegenwoordig ook voor de communiediensten. In protestantse kerken blijft de ”presentia realis” binnen de grenzen van de viering. De meeste calvinisten beleven het heilig avondmaal zoals Zwingli leerde: Christus is alleen aanwezig door het geloof. Als er geen geloof is, dan is Hij er niet. Dat is een gesubjectiveerde visie, vind ik.”

Dan zijn er nog recente dogma’s als de onbevlekte ontvangenis en de tenhemelopneming van Maria.

„De Maria-Tenhemelopneming is een vrij nieuw dogma, uit 1950, maar wel een met oude wortels. Zowel in de oosterse als de westerse traditie heeft de gedachte dat Maria is ontslapen en in de hemel opgenomen, heel oude papieren. Nee, dit dogma staat nergens letterlijk in de Schrift. De geloofsgemeenschap, geleid door de Heilige Geest, heeft uiteindelijk gesteld dat de kerk hoopt en gelooft dat Maria als eerste in de opstanding van haar Zoon mag delen.

Dat is de kern van het dogma. Ik denk dat het goed is dat protestanten beseffen dat Maria aan onze kant staat, als gelovig mens. Vergoddelijking van Maria moet worden afgewezen, ook in de katholieke theologie. Dat het in de katholieke spiritualiteit en het volksgeloof soms anders lijkt, is een andere kwestie.

De onbevlekte ontvangenis is misschien een wat ingewikkelder dogma. Met het oog op wat Christus zou bewerkstellingen, heeft God Maria gevrijwaard van zonde.

Alle aandacht voor Maria moet leiden tot Christus. Na Vaticanum II krijgen de Mariafeesten dan ook nieuwe namen. Zo heet ”Maria-geboorte” nu ”Aankondiging van de Heer.”

Wat waardeert u vooral in protestanten?

„Liefde voor Christus, liefde voor de Heilige Schrift en de rijke liedcultuur.”

En wat kunnen ze van u leren?

„Het belang van het beeld, het visuele. De Reformatie is erg sterk op het gehoor gericht.

Daarnaast onderwaarderen protestanten het sacrament, zoals het avondmaal. In de katholieke eredienst zijn Woord en sacrament in evenwicht. Hoe vaak wordt het avondmaal in protestantse kring gevierd? Naarmate men orthodoxer wordt, minder vaak. Ik zou de Reformatie meer sacramenteel besef gunnen, met name in de beleving van het avondmaal.”

Over welke verschillen tussen rooms-katholieken en protestanten wilt u het gesprek aangaan?

„De rol van de traditie, de kerk en haar ambten en de sacramenten. Dat zijn theologisch gezien best zware thema’s. Welke plaats heeft de bisschop van Rome in de kerk? Hoe zien we de sacramenten, met name het avondmaal? Hoe moet de kerk, het Lichaam van Christus, gestructureerd zijn? Daarbij speelt ook de vraag naar de eindeloos veel kerkscheuringen die er sinds de Reformatie zijn onstaan. Katholieken hebben daar hun vraagtekens bij. Je kunt een lichaam niet eindeloos splitsen als je op zoek bent naar waarheid.

Maar ik ben hoopvol. Duizend jaar scheiding tussen de Oosterse en de Westerse kerk, vijfhonderd jaar scheiding tussen Rome en Reformatie, vijftig jaar oecumenische beweging – als ik dan zie welke resultaten er in een relatief korte tijd zijn bereikt, dan ben ik erg hoopvol gestemd. Als we er nog eens vijftig jaar bij rekenen, kan er zeker meer verzoening en eenheid komen.”

Wat is uw stip aan de horizon?

„Zichtbare eenheid blijft voor mij een wenkend perspectief, al weet ik dat er nog heel wat stappen gezet moeten worden. Behalve theologische verschillen bestaan er nogal wat verschillen in nestgeur. Een gemiddelde katholieke eredienst ademt een heel andere sfeer dan een protestantse. Ook het woordgebruik verschilt. Katholieken hebben het over „Onze lieve Heer”, protestanten zeggen „de Heere God.” Dergelijke dingen kunnen vertragend werken in het zoeken naar onderlinge eenheid. We moeten wat meer aan elkaar snuffelen en wennen aan elkaars traditie.”

Voor veel reformatorische christenen is die eenheid tien stappen te ver.

„Ja, maar voor de hoofdstroming van het protestantisme niet. Ik zie bij veel protestanten en katholieken het verlangen om samen te vieren. Als sommige reformatorische christenen de paus als antichrist zien, wordt de oecumenische ontmoeting wel heel moeilijk. Je gaat niet met de antichrist dialogiseren. Ze moeten wel willen bewegen, om het zo maar te zeggen, en de paus in ieder geval als broeder in Christus beschouwen.”

Wanneer zou de paus acceptabel kunnen zijn voor protestanten?

„Als ze hem zien als Petrus, als een van degenen die geroepen zijn om de opgestane Heer te verkondigen. Je ziet dat getuigenis terug bij de vorige paus, Benedictus XVI. Ook protestanten lezen zijn boeken over Jezus van Nazareth graag.

De huidige paus Franciscus is een getuige van Christus, iemand met een sterk diaconale inslag. Vanuit een diepe Christusvroomheid komt hij op voor armen, vluchtelingen en voor het beheer van de aarde als ons gemeenschappelijk huis. Zo’n paus is misschien ook wel acceptabel voor protestanten.”

Zie ook:

Bisschop De Korte: Nestgeur hindert toenadering Rome en Reformatie, RD.nl (06-04-2017)

In debat over verschil Rome en Reformatie, Reformatorisch Dagblad (03-12-2016)

„Ik ben niet van de knuffeloecumene”, Reformatorisch Dagblad (03-10-2015)

”Gesprek met Rome moet gaan over sacrament”, Reformatorisch Dagblad (21-05-2010)