Appèl Kerk en Israël: Zeg voortaan dat kerk „schatplichtig” is aan Israël

Gespreksmiddag van Stichting Platform Appèl Kerk en Israël in Utrecht. beeld RD
2

Onopgeefbaar verbonden, zegt de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland over de relatie met het volk Israël. Maar wat wordt hier nu eigenlijk mee bedoeld? „Gebruik voortaan de term „schatplichtig””, stelt Platform Appèl Kerk en Israël.

In een recent manifest stellen liberale theologen dat de speciale plaats van Israël in de christelijke theologie moet worden geschrapt. Naar aanleiding daarvan had Stichting Platform Appèl Kerk en Israël maandag een gespreksmiddag belegd in het Landelijk Dienstencentrum van de PKN in Utrecht. Er waren zo’n zestig belangstellenden.

Ds. J. G. Offringa, opsteller van het manifest en protestants predikant in Wijk bij Duurstede, belicht de verhouding tussen jodendom en christendom. In de liberale theologie wordt „de God voorbij God” gezocht, zegt hij. „Het gaat om God als de Heilige, de Ander, het onkenbare geheim van de wereld.”

Het liberale christendom heeft volgens de predikant geen behoefte aan een aparte Israëltheologie of een „onopgeefbare verbondenheid” met het volk. „Onhelder is wie, wat of waar Israël is, en welke lading Israël moet dekken. Bedoel je het religieuze jodendom zoals dat al eeuwenlang vorm krijgt in en om de synagoge?”

Volgens ds. Offringa speelt schuldgevoel een grote rol. Hij noemt het nog altijd verontrustende antisemitisme. „Maar voor de bestrijding daarvan hoef je toch niet „onopgeefbaar verbonden” te zijn? Het is onnodig geflirt als christenen in de kerk de seidermaaltijd houden of dat er een menora of zelfs vlag van Israël in de kerk staat.”

Ds. Offringa laat zien waarom het christendom niet terug kan en wil naar het jodendom en de Thora. „We moeten met twee woorden spreken. Er is een grote verwantschap. En er is een onomkeerbare breuk. De kerk is geen afsplitsing, maar een eigenzinnige voortzetting van het jodendom. Er is in de eerste eeuw een veelkleurig jodendom dat in meerdere stromingen uiteengaat. Op den duur ontstaat zo een rabbijns jodendom met sterk exclusieve trekken. En in het voetspoor van Jezus ontstaat een messiaanse stroming met universele trekken. Over die twee stromingen moeten we het hebben: twee stromen uit één bron.”

Volgens de apostel Paulus hoeven navolgers van Jezus niet de Thora te volgen, vervolgt ds. Offringa. „De Thora raakt zijn dominante plek kwijt, de Persoon van Jezus gaat een steeds grotere rol spelen.” Na de breuk lukt het de kerk niet meer te geloven dat God iets speciaals heeft met een volk, land of staat. In het Nieuwe Testament geldt nadrukkelijk: in God is geen onderscheid. Daarom verdient Israël in onze theologie ook geen aparte plek.”

Ds. M. van den Beld, lid van Platform Appèl Kerk en Israël, reageert op ds. Offringa. Ze geeft hem gelijk dat de kerk niet gediend is met vaagheden. Toch is onduidelijk voor Van den Beld wat Offringa nu precies wil. „Het klinkt als een theologische brexit: eruit willen stappen, maar toch nog van alles willen behouden.”

Stichting Platform Appèl Kerk en Israël stelt voor om voortaan het begrip „schatplichtig” in plaats van „onopgeefbaar verbonden” te gebruiken. „Het christendom is schatplichtig aan Israël omdat daar de bron ligt van de schat aan verhalen, normen en waarden die de kerk kreeg overgeleverd. We hebben de plicht die schat op onze eigen manier door te geven, zodanig dat we ons de buit niet toe-eigenen.”

Wetenschappelijk publicist Marcus van Loopik, zelf Joods, keert zich tegen het schrappen van de onopgeefbare verbondenheid. Van Loopik zegt „pijnlijk geraakt” te zijn door ds. Offringa’s betoog. „Een vreemd signaal in een tijd van groeiend antisemitisme.” Volgens Van Loopik stellen christelijke theologen steeds weer de relatie met Israël ter discussie. Hij wijst op christenen die hun godsdienst zien als een betere versie van het jodendom, wat gepaard gaat met superieure gevoelens.