Angst voor hel drijft radicale moslims tot aanslagen

Christenen en moslims in gesprek in Kameroen. beeld Egbert Brink
3

Moslims zijn erg bang voor de hel en dat drijft radicalen tot het plegen van aanslagen. Zij hopen daarmee rechtstreeks toegang te krijgen tot het paradijs, zegt evangelist en ex-moslim Sylvador Abdelrahman. „Al kan Allah ook dan op het laatste moment nét anders beslissen.”

Hij was ooit een bekende en fanatieke imam in Soedan. Op een gegeven moment meende Abdelrahman een doeltreffend middel ontdekt te hebben om christenen te bestrijden. Hij zou zelf het Evangelie naar Johannes gaan lezen, daarin de tegenstrijdigheden ontdekken en vervolgens het christelijk geloof ontkrachten vanuit de Bijbel zelf. Het gevolg was echter dat hij, met name door het lezen van Johannes 3 –de geschiedenis van Jezus en Nicodemus– zélf christen werd.

Pas een jaar na zijn bekering vertelde Abdelrahman aan zijn vrouw en familie dat hij christen was geworden. Zijn schoonvader kwam zijn dochter halen en het echtpaar en hun vier kinderen scheidden. Abdelrahman hertrouwde met een Soedanese verpleegster.

In 1993 werd Abdelrahman veroordeeld tot de dood door steniging of kruisiging, omdat hij in zijn land betrapt was op evangelisatie. Abdelrahman kon een dag voordat zijn vonnis zou worden uitgevoerd met hulp van Amnesty International naar Nederland vluchten. Sinds 1999 werkt hij als evangelist onder moslims samen met de vrijgemaakt gereformeerde kerken van Den Haag-Centrum en Delft.

Kameroen

Abdelrahman bezocht eerder dit jaar diverse conferenties in Noord-Kameroen, waarin de dialoog tussen moslims en christenen centraal stond. Dit gebied, voor tachtig procent islamitisch, is sinds 2015 het toneel van aanslagen van terreurbeweging Boko Haram. Een van de conferenties, ”Living Together”, was georganiseerd door de christelijke universiteit Institut Universitaire de Développement International (IUDI) in Kameroen. Het was een bijzondere ervaring voor Abdelrahman. „De conferentie duurde veel langer dan gepland, omdat mensen niet weg wilden gaan. Voortdurend kreeg ik vragen, ook van imams. Er zijn meer dan tachtig moslims tot geloof in Jezus gekomen.”

Het is moeilijk voor christenen om in een islamitische omgeving het Evangelie te brengen. Abdelrahman onderschat de problemen niet, maar hij denkt dat de tot het christendom bekeerde moslims soms ook té voorzichtig zijn. Abdelrahman laat een filmpje zien van een vrouw die zich eerst fel tegen het christendom verzette en nu in een bewogen toespraak haar familieleden oproept om hun leven aan Jezus te geven. „Deze keuze kan geen uitstel lijden. Het is nog niet te laat, maar de tijd tikt wel door”, zegt ze emotioneel.

Balans

Abdelrahman onderscheidt drie soorten moslims: radicale, gewone en ongeletterden – zij die niet kunnen lezen of schrijven. „De tweede groep is de grootste. Zij roepen doorgaans geen problemen op. Zij bidden en vasten en hoeven niet per se de koran te lezen. Het belangrijkste doel is voor hen het bereiken van het paradijs. Daarom gaan ze naar de moskee en voldoen ze aan de rituele verplichtingen. In het leven doet men zowel goed als kwaad. Aan het eind van het leven maakt Allah de balans op. Wegen de goede daden het zwaarst, dan mag de moslim naar het paradijs, overheersen de kwade, dan komt hij in de hel.”

In Den Haag zijn 25 moskeeën, waarvan sommige vroeger als kerk dienstdeden. „Ik discussieer met moslims vooral vanuit de koran”, vertelt Abdelrahman. „De koran spreekt over Jezus en ik leg uit wie Hij werkelijk is. Er worden veel tegenstrijdige dingen in de koran over geweld tegen ongelovigen geschreven. Dat heeft te maken met de verschillende perioden waarin de teksten zijn geschreven. Imams raden moslims echter aan om de koran alleen maar te lezen en niet te interpreteren.”

Franstalig

In juni was er voor het eerst een Franstalige internationale conferentie in Yaoundé, de hoofdstad van Kameroen, georganiseerd door stichting De Verre Naasten en gefaciliteerd door IUDI. Gedurende twee weken kwamen leiders en voorgangers uit twintig verschillende Franstalige, met name Afrikaanse landen samen.

Dr. Egbert Brink, docent Oude Testament en Bijbelse Theologie aan de Theologische Universiteit Kampen en gastdocent in Bangui (in de Centraal-Afrikaanse Republiek) en IUDI, nam deel aan de conferentie en was erg enthousiast. „Het thema raakte een ieder, in zijn eigen omstandigheden. Vooral het getuigenis van een voorganger in Haïti over de impact van het slavernijverleden maakte indruk, omdat Afrikaanse broedervolken in Kameroen hieraan hadden meegewerkt. De rector vroeg knielend vergeving voor de schuld van zijn voorgeslacht.”

Verder werd de waarde van de reformatorische beginselen niet alleen gedeeld, maar volgens dr. Brink ook in de Afrikaanse context geactualiseerd. „Indrukwekkend om te zien hoe moslims zelf ook radicaliteit haten en daarom rijp zijn voor ontmoeting met Isa, zoals ze Jezus noemen.”