Als zending je leven kost

Chau. beeld Facebook
5

Sinds het pinkstervuur brandt, gaan christenen uit naar onbereikte volken. Dat is niet zonder gevaar. In november 2018 kwam op een onheilspellend eiland in de Indische Oceaan een abrupt einde aan het leven en de missie van de jonge zendeling John Chau. Hij kreeg postuum een golf van kritiek over zich heen. Wat zegt deze reactie over de visie op zending in de 21 eeuw? En hoeveel risico’s mag een zendingswerker nemen?

Na een gedegen voorbereiding legt zendeling Jim Elliot samen met vier collega’s in 1956 contact met de Auca’s, een indianenstam in het noorden van Ecuador. De missie is goed voorbereid. De mannen kennen de risico’s van deze onderneming. Door de eeuwen heen heeft de stam slachtoffers gemaakt, zoals de jezuïtische priester Pedro Suarez, in 1667. Veel later, in 1942, brengen de Auca’s drie Shell-medewerkers om het leven.

Vanaf veilige hoogte, met behulp van een MAF-vliegtuig, maken de zendelingen een voorzichtig begin. Door een microfoon roepen ze zinnen in de Aucataal naar beneden: „Wij houden van u” en „Wij komen bij u op bezoek.” Cadeaus gaan over en weer, met behulp van een lijn. De kust lijkt veilig, de grond vruchtbaar voor het zaad van het Evangelie. Op een zandbank in het Aucagebied slaan de mannen hun bivak op en na enkele spannende dagen van afwachten laten zich drie stamleden zien, twee vrouwen en een man. Er is gebrekkige communicatie. De vijf demonstreren elastiekjes, ballonnen en een jojo en ze serveren limonade en hamburgers.

‘s Nachts verdwijnen de bezoekers weer. De zendelingen verlangen naar een volgend bezoek en naar een uitnodiging van de indianen. De volgende dag komt er inderdaad een groep Auca’s naar de kampeerplaats op het strandje. Maar niet met vriendelijke bedoelingen. Ze doorboren de zendelingen met hun speren.

Ruim zestig jaar later, in november 2018, maakt de 26-jarige arts en zendeling John Allen Chau zich klaar voor een eerste ontmoeting met de bewoners van het tropische eiland Noord-Sentinel, onderdeel van de Andamanen. Chau weet wat er op het spel staat. De bewoners van Sentinel vallen onbekende bezoekers aan, of dat nu antropologen of lokale visserlui zijn, omdat ze hen van het eiland willen weren. In 2006 doodden ze twee vissers die te dichtbij kwamen. Dat weerhoudt de Amerikaan er echter niet van zijn plan uit te voeren.

Chau. beeld Facebook

Met de hulp van christelijke vissers nadert de gedreven zendeling op vrijdag 16 november het eiland. Op veilige afstand gaat de boot voor anker, de visserlui willen niet verder. In zijn ondergoed, om de Sentinelezen op hun gemak te stellen, peddelt Chau in een kajak naar de kustlijn. „Mijn naam is John”, schreeuwt hij naar de eilandbewoners, die zich met geel geschilderde gezichten uit hun hutten haasten. „Ik hou van jullie en Jezus houdt van jullie.” Als de mannen hun bogen spannen, raakt Chau in paniek, gooit hen de vis toe die hij als gift had meegenomen, en keert terug naar de vissersboot. Later die dag doet hij een nieuwe poging. Zes toekijkende stamleden tolereren weliswaar dat hij aan land komt, maar de ontmoeting eindigt met een pijl, die in zijn Bijbel blijft steken. Opnieuw moet Chau de aftocht blazen.

Wat er de volgende morgen precies gebeurt, is onduidelijk, omdat de jonge Amerikaan de vissers niet in gevaar wil brengen en daarom een flinke afstand alleen aflegt. Op een zeker moment zien de mannen vanuit de verte hoe de Sentinelezen een lichaam over het strand dragen en in het zand begraven. John Chau is om het leven gebracht.

Roekeloos

De verhalen van Jim en John zijn voor een deel identiek. De reacties die volgen op hun dood zijn echter totaal verschillend. Het nieuws over de dood van de vijf pioniers schokt in 1956 de wereld. Jim Elliot en zijn team halen de voorpagina van het beroemde Amerikaanse weekblad Life Magazine. Hun verhaal gaat de wereld over en inspireert mensen om hun leven in dienst van de zending te stellen. Vier van de vijf weduwen gaan door met het werk van hun overleden echtgenoten.

De dood van John Chau in november 2018 wordt eveneens wereldnieuws, maar de teneur van de reacties is overwegend negatief en afwijzend. Uit de Nederlandse verslaggeving blijkt op z’n minst dat de sympathie ligt bij de eilandbewoners, die het recht zouden hebben om hun cultuur en leefwijze te beschermen. Het doel heiligt niet alle middelen, zegt hoogleraar missiologie dr. Stefan Paas tegenover het Reformatorisch Dagblad, dan nog onwetend over de achtergronden van de missie. Trouwcolumnist Ephimenco meent dat je als buitenstaander niet moet proberen je religieuze doctrines, je ideologische zekerheden, je normen, waarden en gewoonten op te dringen aan een autochtone groep.

Een radiopresentator vraagt aan cultureel antropoloog Tessa Minter: „Eigen schuld, dikke bult was overal de samenvatting, vindt u dat terecht?” Minter wil uit respect voor Chau en zijn familie geen antwoord geven op deze vraag. Wel benadrukt ze dat het tegenwoordig zeldzaam is dat „iemand er in zijn eentje op uittrekt, zonder organisatorische inbedding” om willens en wetens een geïsoleerde stam te benaderen. „Meestal werken deze mensen met organisaties die vandaag de dag heel overwogen te werk gaan en dat heeft hij niet gedaan. In die zin is zijn verhaal niet representatief.”

Uit andere –vooral sociale– media rijst een beeld op van een roekeloze fanaticus die een verboden gebied indringt zonder enige voorbereiding en zonder er rekening mee te houden dat hij zichzelf en de eilandbewoners in gevaar brengt. Vooral dat laatste maakt mensen boos. De mensheid kan maar beter verlost zijn van zulke gekke godsdienstfanatici, staat er op fora te lezen. Voor Elliot en zijn vrienden was er lof en respect, Chau wachtte vooral afschuw en afkeuring.

Chau. beeld Facebook

Levensroeping

In de maanden die volgen, wordt het korrelige beeld van de onderneming steeds scherper. Chau’s reis is verre van onvoorbereid, zo blijkt. De Amerikaan rondde succesvol de opleiding sportgeneeskunde af en volgde een training tot EMT, waarbij artsen leren snel en effectief te handelen in medische noodsituaties en bij traumatische verwondingen. De verscheidene vaccinaties die hij kreeg, moesten voorkomen dat hij de gezondheid van de geïsoleerde bevolking in gevaar zou brengen. Voor datzelfde doel bracht hij vele dagen door in quarantaine, voordat hij uiteindelijk op reis ging. De ongehuwde Chau studeerde daarnaast aan een gerenommeerd taalinstituut in de hoop dat hij later de tot dusver ongedocumenteerde taal van de geïsoleerde stam in kaart zou kunnen brengen.

In 2016 klopte hij aan bij All Nations, een internationale zendingsorganisatie die zich vooral richt op ”genegeerde” groepen zoals gangsters en vluchtelingen (niet te verwarren met het All Nations Christian College in Groot-Brittannië). Nadat hij tijdens een eerdere zendingsreis in contact was gekomen met geïsoleerde stammen op de Andamanen, was hij vastbesloten om de bewoners van Noord-Sentinel te vertellen over de liefde en goedheid van Jezus Christus. „Dat was zijn levensroeping”, zei directeur Mary Ho van de zendingsorganisatie eind november tijdens een podcastinterview met Christianity Today. Iedere beslissing die hij nam was daarop gericht. De ”All Nations family”, gesticht door Floyd McClung, traint haar medewerkers om de liefde van Jezus te delen met respect voor de lokale cultuur.

Soloreis

De zendingsorganisatie gaat niet lichtvaardig om met de risico’s van een uitzending. Elke missie afzonderlijk wordt van alle kanten bekeken en geëvalueerd. Tal van factoren spelen in de afweging een rol: mentale, fysieke en emotionele gezondheid, persoonlijkheid, kennis van de cultuur, of de werker een echtgenoot en kinderen heeft en hoe zijn familie de roeping ervaart. All Nations wijst mensen soms af. Ook komt het voor dat zij een alternatieve bestemming aanbeveelt.

Chau, met zijn evenwichtige, kalme persoonlijkheid, fysiek goed voorbereid, kreeg blijkbaar groen licht. Hoewel All Nations zendingswerkers adviseert om ten minste met twee man sterk op pad te gaan, besloot Chau tot een soloreis. Hij wist dat hij zich in een gevaarlijke situatie begaf en wilde de veiligheid van anderen niet in gevaar brengen, luidt de verklaring. Had de zendingsorganisatie voet bij stuk moeten houden? Vraag is ook waarom de Amerikaan contact bleef zoeken met de stam, terwijl de Sentinelezen hem een dag eerder met pijlen onthaalden. Maar welke inschattingsfouten er ook gemaakt zijn, het verwijt aan Chau’s adres dat hij roekeloos, onzorgvuldig en zonder enige organisatorische inbedding te werk zou zijn gegaan, is niet terecht. De heftigheid van de reacties geeft aan dat er onder de oppervlakte van deze discussie nog iets anders wringt.

Blunders

De bekende evangelicale voorganger en missioloog Ed Stetzer wijst er in een opinieartikel op Christianity Today op dat de hele idee van een protestantisme dat bekeerlingen wil maken velen in de westerse wereld tegen de borst stuit vandaag de dag. De geschiedenis van het zendings- en evangelisatiewerk staat bol van de verhalen over moed, dapper gedragen martelaarschap en positieve veranderingen, maar is ook getekend door mislukking, kolonialisme en culturele blunders. Deze problemen hebben de mening over missiewerk gevormd en beïnvloed. In reactie daarop is er steeds meer oog gekomen voor de gelijkwaardigheid van en wederkerigheid tussen de zendende en ontvangende partij.

Ds. J. P. Ouwehand, directeur van de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) vermoedt dat de weerzin vooral voortkomt uit cultuurrelativisme, zegt hij in een reactie. „Wie wil er tegenwoordig nog iets uitdragen, laat staan iemand dwingen andere gedachten aan te nemen? Gevolg is dat de geloofsoverdracht kwijnt. Althans, waar God en de plaats van godsdienst in de samenleving in het geding zijn. De overdracht van onze westerse normen en waarden ten aanzien van huwelijk en mensenrechten vinden we nog steeds belangrijk.”

Noord-Sentinel. beeld gq.com.au

Een tweet van dr. Paas, die hij plaatst nadat Chau’s dood in Nederland bekendheid krijgt, heeft dezelfde strekking. „Hier in het westen kan vrijwel niemand zich meer voorstellen dat je bereid zou zijn om te sterven voor je levensovertuiging.” Een spannende vraag is of die uitspraak ook voor christenen geldt. Je zou kunnen denken dat zij –die immers aan de opdracht van Jezus Christus gehoor willen geven en geloven dat iedereen het Evangelie nodig heeft– zich dat nog wél kunnen voorstellen. Of op zijn minst dat ze bereid zouden moeten zijn te lijden voor hun overtuiging.

Was de reactie van christenen op de risicovolle tocht en de dood van John Chau wezenlijk anders dan het algemene geluid? Is de dood van een zendingswerker niet de uiterste consequentie van gehoorzaamheid aan het zendingsbevel? De geschiedenis laat zien dat het werk van Jim Elliot en zijn vrienden vrucht droeg. De moordenaar kwam later tot bekering en in de oerwouden van Ecuador ontstond een Aucakerk. Elliot schreef de beroemde woorden: „Geen dwaas is hij die geeft wat hij niet kan houden om te winnen wat hij niet kan verliezen.”

Blogger Johan van Veen merkt eind 2018 op dat er ook onder orthodoxe christenen in Nederland weinig sympathie voor iemand als Chau bestaat. Inderdaad, de christelijke kranten houden zich min of meer op de vlakte. Er is niemand die Chau’s optreden verdedigt.

Wederkomst

In elk geval blijkt dat de meningen sterk uiteenlopen over hoe en waarom je evangeliseert en welke Boodschap je dan precies brengt. Je zou kunnen discussiëren over de vraag hoe zinvol zendingswerk is als de doelgroep er niet van gediend is. Wat betekenen in dit opzicht Jezus’ verbod om geen parels voor de zwijnen te werpen en Zijn opdracht om het stof van de voeten te schudden als de verkondigers van de Boodschap niet gastvrij worden ontvangen?

Een ander discussiepunt is of het willen redden van zielen van de eeuwige straf een goede motivatie voor zendingswerk kan zijn. Amerikaanse evangelicals, voor wie de Great Commission (het zendingsbevel uit Mattheüs 28) een belangrijk uitgangspunt is, krijgen op dit punt veel kritiek. Hun „extreme christendom” en „op de hel gebaseerde ethiek” zou John Chau de dood in hebben gedreven.

Natuurlijk gaat het in evangelisatie over de realiteit van verloren gaan, zegt ds. Ouwehand, die van 1990 tot 1999 met zijn gezin in Zuid-Afrika woonde. „De hel is een Bijbels gegeven waarmee je ernst moet maken. Maar we geloven toch niet dat iemand verloren gaat omdat wij hem het Evangelie niet verteld hebben? Dan zou het zendingswerk afhangen van de inspanningen van mensen.”

Theologische motieven van evangelisten zijn niet altijd zuiver. „Sommigen willen geïsoleerde volken bereiken om de wederkomst te bespoedigen. Vooral in de negentiende eeuw leefde die gedachte en nog steeds zijn er mensen die zo denken. Als wij de laatste bereikt hebben, komt Jezus terug. Dat is niet de opdracht die de Bijbel ons geeft. De liefde van Christus en de bewogenheid met mensen drijft ons.”

beeld AFP/Getty Images

Risico

En dan komt toch weer het veiligheidsvraagstuk op tafel. Hoeveel risico mag je nemen op het zendingsveld, zelfs als je goed voorbereid bent? De GZB-directeur waakt ervoor om zich een oordeel aan te matigen over de manier waarop Chau te werk ging en wil „uiterst voorzichtig” zijn met het geven van zijn mening. „Op het moment dat iemand op voor hem goede gronden een keuze maakt die deze ultieme prijs met zich meebrengt, dan kun je als omstanders het beste zwijgen. Vervolgens is het onze vraag: hoe maken wij de afweging?”

Als ds. Ouwehand vertelt over hoe de GZB met risico’s omgaat, is hij desalniettemin duidelijk. „Ik zou andere keuzes hebben gemaakt. God is niet afhankelijk van mijn actie en mijn daden. Daar waar wij niet kunnen komen, heeft Hij andere mogelijkheden. We hoeven ook niet krampachtig te denken dat als wij niet gaan, God hen niet bereiken kan. Dat geeft ruimte om op een verantwoorde manier met veiligheidsvragen om te gaan.”

Goed omgaan met je verantwoordelijkheid houdt voor de predikant-directeur in dat hij de veiligheid van zijn mensen heel serieus neemt. Dat betekent niet dat zendingswerkers niets kan overkomen, tekent hij aan. Als zendelingen overlijden, is dat meestal door een auto-ongeluk. De GZB zou de grens van het Indiase eiland hoogstwaarschijnlijk niet passeren. „Niet omdat we ons per se aan de wet willen houden. We werken immers in tal van landen waar de regering evangelisatie verbiedt. De vraag die hier telt, is: neemt je als westerling een onnodig groot risico door dit gebied te betreden? Het martelaarschap mag nooit bewust worden gezocht. Al in de vroege kerk was dat helder. We leven in een gebroken wereld waarin dingen je kunnen overvallen, ondanks al ons goede nadenken. Dan kun je op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. Dat is martelaarschap. Maar we zoeken het nooit.”

Geloofszending en kerkelijke zending

Hoewel zendingsorganisatie All Nations John Chau afraadde om alleen op pad te gaan, was de jonge Amerikaan niet van zijn plan af te brengen.

De Britse historicus William Svelmoe wijst er in een online publicatie op dat de activiteiten van Chau geworteld zijn in evangelicale zending, zoals die in de VS vorm kreeg in de loop van de negentiende eeuw. Zendingswerkers werden aanvankelijk goed opgeleid en goed onderhouden. Daar kwam verandering in toen leiders vonden dat de kerstening van de wereld niet snel genoeg verliep. Het eeuwig behoud van mensen stond immers op het spel. Er volgde een periode waarin zendelingen zonder al te veel voorbereiding haastig de wereld in werden gestuurd, vaak ook zonder te weten hoe ze in hun levensonderhoud konden voorzien. Volgens Svelmoe ligt deze „haast” aan de basis van de evangelicale uitzendingen in de late negentiende eeuw. Dit is het begin van wat later geloofszending ging heten. Er ontstonden tientallen zendingsbewegingen die allemaal een specifiek deel van de wereld wilden bereiken, zoals de China Inland Mission, de Sudan Interior Mission en de Central American Mission.

Dat er ongelukken gebeurden, is volgens Svelmoe niet verrassend. Zo stierven of stopten rond het jaar 1890 alle zestien rekruten die de Africa Inland Mission naar Afrika stuurde. A. T. Pierson, een drijvende kracht achter deze vroege geloofsmissie, schrijft daarop: „Het waarmerk van God voor welk werk dan ook, is de dood. God heeft ons dat waarmerk gegeven. Nu is het de tijd om voorwaarts te gaan.”

Het overlijden van werkers werd volgens de historicus geaccepteerd als iets wat erbij hoorde. Officiële schattingen van het aantal sterfgevallen zijn echter niet voorhanden. Het bestuur van de Nazarene Missions International stuurde ooit een brief naar twee zieke zendelingen met de mededeling: „We gaan ervan uit dat u al overleden bent”, om daarmee uit te leggen dat er die maand geen geld voor het levensonderhoud zou worden verstuurd. De zendelingen knapten weer op.

Vanouds ligt bij geloofszending de nadruk op persoonlijke roeping en het geloof van de zendingswerker, terwijl kerkelijke zending vooral uitgaat van de gemeentelijke roeping en de gezamenlijke verantwoordelijkheid. In het laatste geval legt een zendingswerker verantwoording af aan de (kerkelijke) zendingsorganisatie. „Als we besluiten iemand terug te trekken vanwege zijn of haar veiligheid, dan moet diegene gehoorzamen”, legt ds. J. P. Ouwehand, directeur van de GZB, uit. „De organisatie is immers aansprakelijk.”

Volgens hem is het onderscheid tussen geloofszending en kerkelijke zending echter veel minder scherp dan vroeger, zeker waar het gaat om de veiligheid van de uitgezonden mensen. „Geloofszendingen hebben op dit punt een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Een organisatie als OMF maakt gebruik van een uitgebreid veiligheidsprotocol. En vanuit Congo zijn gelijktijdig werkers van Wycliffe, ook een geloofszending, en de GZB vertrokken. Tegenwoordig worstelt iedereen met dezelfde vraagstukken, behalve misschien een enkele organisatie die nog vanuit het oude paradigma werkt, of mensen die individueel te werk gaan.”