10e Tevet: verdriet én berouw

Joodse feesten
Sommige Joden herdenken dinsdag naast de val van Jeruzalem ook de Holocaust. beeld RD, Henk Visscher

Het is vandaag 2606 jaar geleden dat koning Nebukadnézar het beleg van Jeruzalem begon. Het jodendom markeert deze historische gebeurtenis met een vastendag: 10e Tevet.

Het is de tiende dag van de Joodse maand Tevet in het Joodse jaar 3336 (588 voor Christus). Het Babylonische leger neemt posities in rondom de stad Jeruzalem (vgl. 2 Kon. 25). Het geduld van koning Nebukadnezar met het opstandige Juda is op. Na een beleg van een kleine twee jaar vindt op de negende dag van de maand Av in het jaar 586 voor Christus een van de meest traumatische gebeurtenissen in de Joodse historie plaats: de tempel van Salomo gaat in vlammen op.

Deze gebeurtenis is voor altijd in het geheugen van het Joodse volk gegrift. Er gaat daarom sinds dat verschrikkelijke moment geen jaar voorbij waarin deze ramp niet wordt herdacht met een vastendag. Al in het Bijbelboek Zacharia wordt aan deze vastendag („het vasten der tiende maand”) en drie andere vastendagen gerefereerd (Zach. 8:19).

Op vastendagen is het niet toegestaan om te eten en te drinken van zonsopgang tot zonsondergang. Voor de „zwartste van de vastendagen”, de 9e Av (de herdenking van de verwoesting van de eerste én tweede tempel), geldt een zwaarder regime. Dan mag er een volle 24 uur niets worden genuttigd.

Het vasten op deze dagen heeft een dubbele functie: een uiting van verdriet en een teken van berouw. De gezaghebbende rabbijn Maimonides (1135–1204) schrijft hierover: „De essentiële betekenis van het vasten op de 10e van Tevet, alsook dat van de andere vastendagen, is niet hoofdzakelijk het verdriet en de rouw die zij opriepen. Hun doel was eerder de harten wakker te maken richting berouw; ons in herinnering te roepen zowel de kwade daden van onze vaders als onze eigen kwade daden en veroorzaken terug te keren naar het goede.”

Sommige strengorthodoxe stromingen herdenken naast het beleg van Jeruzalem dinsdag ook degenen die tijdens de Holocaust in de Tweede Wereldoorlog om het leven zijn gekomen. Van veel Joden die in de gaskamers zijn vermoord, is de exacte sterfdatum onbekend. Ter herinnering aan deze miljoenen wordt een speciaal gebed uitgesproken en een kaars aangestoken.

Overigens is er van de 10 Tevet op straat weinig te merken. Het ‘milde’ regime wat betreft vasten maakt dat het openbare leven gewoon doorgaat. Scholen zijn open, het uitstapje van onze kinderen naar de Knesset (Israëlische parlement) gaat gewoon door en hun broodtrommeltjes zijn zelfs gevuld...

Op tussenmomentjes gaan ondertussen gebedenboek en hart wel degelijk open, „opdat de poorten van goddelijke genade misschien voor ons geopend worden”, aldus een rabbijn. Een in Nederland regelmatig klinkende vraag als: „Wanneer stoppen we met dodenherdenking?” is hier in Israël niet aan de orde. Daarvoor is het besef te levend dat geschiedenis ook gaat over jezelf.

De auteur werkt in Jeruzalem als Israëlconsulent voor het Centrum voor Israëlstudies (hetcis.nl). Een jaar lang schrijft hij op elke Joodse feestdag een bijdrage voor het Reformatorisch Dagblad. Vandaag deel 6: 10e Tevet.