„In Duifhuis’ kerk mocht je het oneens met elkaar zijn”

Duifhuis. beeld KB

De Utrechtse reformator Hubert Duifhuis (1531-1581) wilde een brede kerkgemeenschap voor mensen die het niet op alle punten eens waren en dat ook niet hoefden te zijn. Dat zei dr. Truus van Bueren vrijdag tijdens een symposium in de Jacobikerk in Utrecht.

De Wijkvereniging Jacobikerk en het Jacobiteam van Kerken Kijken Utrecht hielden gisteren een symposium rond het thema ”Tolerantie en verdraagzaamheid in historisch perspectief”. Kunsthistorica Van Bueren hield een lezing over tolerantie en verdraagzaamheid bij Hubert Duifhuis, die vanaf 1573 in de Jacobikerk werkzaam was als onderpastoor en pastoor. In 1578 besloot hij zijn werk voort te zetten als gereformeerd predikant.

In de domstad waren er destijds drie partijen die met elkaar streden. Allereerst de consistoriale protestanten, bij wie de kerkenraad de leiding had over de gemeente. Daarnaast waren er de rooms-katholieken. Utrecht was de zetel van het aartsbisdom. De derde partij was de gemeente van Duifhuis. „Hij liet de gelovigen vrij in hun keuze voor de inrichting van hun leven. Met Christus als groot voorbeeld, de Bijbel als richtlijn en de Heilige Geest als steun.”

Duifhuis was voor eigen kring en voor niet-machthebbers verdraagzaam, aldus Van Bueren. „Voor tegenstanders was hij echter niet verdraagzaam.”

In de missie van Duifhuis stond gelijkwaardigheid centraal, stelde ze. „Wie je ook was, je had het recht om je eigen keuzes te maken en je diende die van anderen te respecteren.” Een consequentie daarvan was dat Duifhuis verkettering niet kon gedogen. „Alleen God kon bepalen wie een ketter was.”

Duifhuis wilde zich niet afzetten tegen de Rooms-Katholieke Kerk, maar hij had wel moeite met het pausdom, het priesterschap en de leer van het vagevuur. „Ondertussen haalde hij roomse schilderijen en beelden niet weg; hij vond dat dit een taak van het stadsbestuur was.”

Kunsthistorica Corinne van Dijk schreef samen met Van Bueren het boek ”Overschilderd, van Gregoriusmis naar Bijbeltekst”. Daarin wordt het onderzoek beschreven dat ze deden naar een tekstbord in de Jacobikerk. Op het tekstbord staat Hebreeën 12:14-24. Onder de tekst bevindt zich een schilderij van een Gregoriusmis. Die was bedoeld als memorietafel en als altaarstuk, zo legde Van Dijk uit. „Het schilderij toont twee waarheden: de leer van transsubstantiatie en de mogelijkheid tot het verkrijgen van het eeuwig leven.”

Toen in januari 1579 het stadsbestuur de Jacobikerk aan de gereformeerden toewees, werd het schilderij al vrij snel getransformeerd tot tekstbord. Waarom werd er gekozen voor de tekst uit Hebreeën? Van Dijk legt uit dat de tekst specifiek aanspoort om de eenheid en de vrede te handhaven. „Het tekstbord ademt de geest van Duifhuis, die streed voor een brede kerkgemeenschap waarin verschillende geloofsopvattingen naast elkaar konden bestaan.”