Tekst en uitleg bij het heldenverhaal van Jan van Schaffelaar

Van Schaffelaar sprong van de toren om zijn makkers te redden. beeld Museum Nairac
2

Het kostte de man nog geen drie seconden om de grond te bereiken, maar daarmee maakte Jan van Schaffelaar zich wereldberoemd op de Veluwe en ver daarbuiten.

Wie Kasteel De Schaffelaar in Barneveld ziet, zou kunnen denken dat er een verband met die sprong is, maar het heeft er niets mee te maken. Jan was een boer, zijn nageslacht stierf al snel uit en het bouwwerk stamt uit de 19e eeuw, toen men hem de status van held gaf.

Wie was Jan en wat noopte hem tot die sprong? Daarover schreef Dick Berents een aardig boek, met veel 19e-eeuwse plaatjes van de (bijna) springende Jan en waarvan de ondertitel ”Tekst en uitleg” helemaal klopt. Berents legt alle bronnen naast elkaar en somt aan het eind van ieder hoofdstuk kort en bondig de conclusies op.

De auteur kent de Nederlandse middeleeuwse bronnen goed, want hij promoveerde op de middeleeuwse misdaden. Die kennis komt hem nu van pas om te reconstrueren wat er op 16 juli 1482 gebeurde.

Maar Berents is niet de eerste: vanaf Jan Wagenaar hebben historici, onder wie de latere burgermeester C. A. Nairac, A. H. J. Prins en Antheun Janse, zich over het verhaal gebogen. Jammer is dat Berents niet echt ingaat op wat laatstgenoemde over Jan van Schaffelaar schrijft. Nu moet de lezer maar raden waarom dit boek nog nodig is, wat Berents, die flink bij zijn voorgangers shopt, nu zelf heeft ontdekt en wat helemaal nieuw is.

Desalniettemin: het is een overzichtelijk en goed onderbouwd boek geworden en dat is des te knapper omdat er maar één directe bron is waaruit we dit verhaal kennen: het Utrechts kroniekje of jaarboekje uit 1481-1483. De passage over Jan van Schaffelaar beslaat nog geen twintig regels.

De feiten volgens Berents: Jan van Schaffelaar was een Utrechtse abdijboer en hij woonde in Leusden. Om wat bij te verdienen werkte hij als huursoldaat. Dat deed hij in de coalitie van Holland, van Bourgondië en delen van Gelderland en Utrecht (door sommigen de Kabeljauwen genoemd), die streed tegen de steden Amersfoort, Nijkerk en Utrecht (de zogenaamde Hoeken). Die oorlog was zeer onoverzichtelijk, omdat bijvoorbeeld ook de hertog van Kleef zich ermee bemoeide en allerlei steden in Gelderland inpikte.

De strijd golfde heen en weer: soms hadden Utrecht en Amersfoort de overhand en veroverden ze kastelen in de buurt. Of ze staken stadjes en dorpen in brand en namen de mensen mee als gijzelaar, zodat ze er losgeld voor konden vragen. Soms leden ze een grote nederlaag, zoals in de slag bij Scherpenzeel in september 1481, waar zeker 200 mannen uit Amersfoort stierven en er 200 gevangen werden genomen.

Mogelijk heeft Van Schaffelaar tijdens deze slag iets gedaan wat de haat van zijn vijanden opriep. Hij was blijkbaar nog slechter dan de andere wrede figuren.

Om de twee steden tot overgave te dwingen sloten de Kabeljauwen de voedseltoevoer af. Allerlei transporten uit de IJsselsteden kwamen over land, langs Putten en Nijkerk, naar Amersfoort en vandaar naar Utrecht. Jan en zijn achttien strijdmakkers probeerden vanuit Barneveld deze transporten te overvallen. Het liep anders. In plaats daarvan werden ze zelf aangevallen, ingesloten en, toen ze zich in de Barneveldse kerk hadden verschanst, beschoten met een kanon.

Nadat er een handvol doden was gevallen, wilden de strijders zich overgeven. Daar zijn de soldaten van Amersfoort niet tevreden mee, zegt het jaarboekje, „tenzij zij een zekere Jan van Schaffelaer uit de galmgaten van de toren zouden gooien.”

Om zijn makkers van een dilemma te bevrijden, bood Jan aan om vrijwillig te springen. Toen hij zwaargewond op de grond lag werd hij door zijn tegenstanders gedood, zo groot was hun haat. Zijn lichaam is niet meer teruggevonden. Wat er met de anderen gebeurde is onbekend.

Berents zegt tot slot: „De plunderheld was geen vaderlandse held, maar toen hij zich overgaf aan de zwaartekracht, was Jan van Schaffelaar wel heldhaftig.”

Boekgegevens

Jan van Schaffelaar. Tekst en uitleg, Dick Berents; uitg. Aspekt, Soest, 2017; ISBN 978 94 633 8244 1; 249 blz.; € 18,55.