Lofzegging uit de kunst
Twee weken geleden was ik getuige van de opening van het prachtige nieuwe gebouw van een zusterschool. Het feit dat reformatorisch onderwijs in vrijheid gegeven mag worden, op kosten van de overheid, noopt tot voortdurende dankbaarheid. Het brengt ook veel verantwoordelijkheid met zich mee, voor leerkrachten én voor ouders. Immers, hoe meer talenten geschonken zijn, hoe meer winst behaald moet worden.
De beste wijn bleek voor het laatst bewaard. Aan het eind van de bijeenkomst werd een kunstwerk aangeboden. Voor het daadwerkelijk zo ver was, werden we letterlijk vier indrukwekkende minuten stilgezet. In de muisstille aula verschenen de zinnen van Psalm 72 op het scherm, met daaronder een notenbalk. Je ging vanzelf in stilte, maar als het ware uit volle borst, meezingen. Drie volle verzen. Het liep uit op het halve vers 11. Toen dat begon, werden de zinnen en de notenbalk een kwartslag gedraaid.
Vervolgens werd in de centrale hal het kunstwerk onthuld. In het midden staat op de vloer een witte kolom. Aan de zijkanten zijn verlichte notenbalken te zien. Ze lopen van onder naar boven. De bovenkant is geel – de kleur van het inwendige van de tempel. Daar gaan de notenbalken over in zinnen uit de berijmde psalm. Ze lopen vanaf de vier zijden naar de bovenkant en kruisen elkaar - vormen een kruis - in het gedeelte waar de lof gebracht wordt: „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen; men loov’ Hem vroeg en spâ. De wereld hoor’ en volg’ mijn zangen, met amen, amen, na.” Spontaan hebben we het gezongen. Niet gepland, maar onvermijdelijk. Het kunstwerk dwong ertoe.
Zou dat niet bij uitstek het doel van reformatorisch onderwijs zijn, dat jongeren en ouderen geleerd wordt God de lof te brengen? Om met Hebreën 13:15 te spreken: „altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is de vrucht der lippen die Zijn Naam belijden.” Dat kan alleen „door Hem”, Die Zichzelf geofferd heeft aan het kruis en zowel in bidden als in danken Zijn kinderen voorgaat. Dat kan ook alleen de Heilige Geest ons leren. Maar Hij gebruikt daarvoor wel mensen. Opvoeders, ambtsdragers, leraren. Aan dit hoge doel worden de leraren en de studenten van deze school steeds weer herinnerd. Elke morgen bij aankomst op school: dit is de heilige opdracht voor mij, ook vandaag. Elke middag bij het naar huis gaan: wat heb ik er eigenlijk van terecht gebracht? Alles schoot weer tekort. Ik hoop dat de kolom op de vloer dan steeds herinnert aan het reukaltaar, van waar de gebeden opstegen tot God.
Een schitterend kunstwerk. Het wijst op het doel van het leven, het dwingt tot erkenning dat we machteloos zijn om dat doel te bereiken en het wijst de weg naar Christus en het gebed in en door Hem. Het kunstwerk is met recht eenvoudig, in de zin zoals ook artikel 1 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis het woord gebruikt. Omdat het maar één kant uitwijst: naar Hem, Die ons alles gegeven heeft en daarom recht op ons leven heeft.
Ik daag de kunstenaar uit om meer dergelijke kunstwerken te maken. Ik daag hem ook uit om dit kunstwerk (in kleinere vorm) beschikbaar te stellen voor alle scholen, gezinnen en kerken. Opdat we overal herinnerd worden aan opdracht en onmogelijkheid. En eindigen mogen in het offer van onze Heere Jezus Christus (Hebreën 13:21), Die mensen die zich in geloof tot Hem wenden, wil volmaken in alle goed werk, opdat zij Zijn wil mogen doen, werkende in hen hetgeen voor Hem welbehaaglijk is.