Zoektocht naar vastheid en geloof in debuut Emma Doude van Troostwijk
Romans over geloof en gezin verwacht je eerder vanuit Nederland dan vanuit Frankrijk. En toch won ”Mensen van de dag” van Emma Doude van Troostwijk met haar debuut over een domineesfamilie drie belangrijke Franse literaire prijzen. Interessant!

Emma Doude van Troostwijk is in Oostenrijk geboren als dochter van Nederlandse ouders. Ze verhuist op negenjarige leeftijd naar Frankrijk. Haar moeder is predikant. Na de middelbare school studeert ze filosofie. Nu werkt ze in de theaterwereld. Ze verrast me: van Nederlandse bodem verwacht ik sneller een roman over geloof en gezin dan vanuit Frankrijk, maar ”Mensen van de dag” won met dit thema drie belangrijke Franse literaire prijzen.
Een Nederlands gezin is tien jaar geleden naar Frankrijk verhuisd. Beide grootouders wonen bij het gezin in. Opa was predikant, maar heeft nu dementie. Vader is predikant, maar niet in functie vanwege een burn-out. De studie van zoon Nicolaas is bijna afgerond; hij wordt binnenkort predikant. Wat doen de vrouwen in dit gezin eigenlijk? Die vraag komt bij me op als ik begin te lezen in het debuut van Emma Doude van Troostwijk.
De roman is geschreven vanuit het ik-perspectief, de dochter die in Rotterdam aan een theatergroep verbonden is. Ze is al meer dan een jaar niet thuis geweest, maar reist nu naar haar ouderlijk huis om de belangrijke dag van bevestiging van haar broer mee te maken.
Verval
Als ze aankomt, stuit ze op verval. De pastorie oogt verlopen, de tuin verwilderd en het vijvertje is dichtgeslibd. Haar opa zit in de schommelstoel en begroet haar: „Aangenaam met u kennis te maken, mevrouw.” Haar vader vindt ze liggend in bed, afwisselend slapend, wakker wordend en dommelend, de stapel kranten groeiend aanwezig. Moeder en oma zorgen en nemen taken over, terwijl Nicolaas aan zijn huid trekt totdat zijn vingers blootliggen en hij zich afvraagt of hij wel dominee moet worden.
Als vanzelfsprekend wordt ze opnieuw onderdeel van het trage gezinsmechanisme, waarbij ze afwisselend in het heden en in het verleden verkeert. Ze zit naast opa, die in zijn eigen wereld leeft. Legpuzzels worden bij hem een patchwork van onaangepaste stukjes en zijn cornflakes doorweekt hij met earl grey-thee voordat hij ze eet. Ze probeert haar grootvaders geheugen terug te halen door met hem oude zwart-witfilms van vroeger te bekijken. Met haar broer heeft ze een vertrouwde verstandhouding: ze lachen, zingen, praten en wandelen en ze probeert hem moed in te praten, omdat hij erg aan zichzelf twijfelt. Als een dominee aan hem vraagt waar zijn diepe wateren zijn, daar waar hij geen vaste grond meer onder de voeten heeft, vraagt hij zich af of hij ooit wel vaste grond onder de voeten gevonden heeft.
Altijd hebben ze beseft in een glazen kooi te wonen, maar de warmte van het gezin vergoedde veel
Altijd hebben ze beseft in een glazen kooi te wonen, maar de warmte van het gezin vergoedde veel. Gewenning eraan hielp ook; het was vanzelfsprekend om de telefoon op te nemen, mensen te verwelkomen en mee te helpen bij de ontmoetingsbijeenkomsten. En als ze buiten de lijntjes liepen, zeiden ze tegen elkaar: „De kinderen van de dominee zijn de ergste.”
Het is opvallend hoe steunend de rol van de vrouwen is: oma zit naast opa en terwijl ze het kussentje van zijn wijsvinger streelt, zegt ze: „We moeten elkaar niet vergeten.” Moeder kleedt vader aan, die te moe is om dit zelf te doen, en begeleidt elke stap: „En nu je rechterbeen, ja, ja, ik zal je helpen en nu je…” Als de vader op een dag instort, aait de dochter hem over de rug „als bij een paard dat je in slaap sust”. De ik staat klaar voor haar broer en als hij het huis ontvlucht, blijft ze hem zoeken totdat hij weer terecht is.
In het gezin zou je een grote rol voor het geloof verwachten
In het gezin zou je een grote rol voor het geloof verwachten. En die heeft het geloof ook, maar een opmerkelijke. Het geloof wordt objectief besproken, totaal niet cynisch, zeker niet afkeurend, maar bijna als iets wat aanvulling maar geen vervulling geeft. Als de dochter vraagt: „Papa, geloof je?” antwoordt hij: „Ik geloof in de kracht van verhalen.” Als Nicolaas verzucht dat het hem nooit gaat lukken om een preek te schrijven, sust moeder: „Weet je, een preek schrijven is een beetje als praten over liefde”, terwijl de viering van het avondmaal teer en met ontroering beschreven wordt.
In een interview blijkt dat de auteur over de rol van het geloof in de verschillende generaties nagedacht heeft: „De opa staat symbool voor het verleden dat we gemeenschappelijk aan het vergeten zijn. Kijk naar de politiek, naar onze samenlevingen: haat, oorlog, het komt allemaal weer terug. De opgebrande vader is een metafoor voor de mensheid die alles aan het verbranden is – ”brûler jusq’au bout”. En de kleinzoon, Nicolaas, staat voor mijn generatie die zich afvraagt: heeft het allemaal nog wel zin? Hoe gaan we met alle crises om? Is er nog toekomst?” En dan voegt ze eraan toe: „Ik herken mezelf het meest in de jonge, twijfelende Nicolaas. Heeft het wel zin wat ik doe?” En toch blijft ze erbij dat verhalen nodig zijn om dingen door te geven aan andere mensen, gemeenschap te ervaren, binding te voelen.
Bijna poëzie
Het is een bijzonder debuut en Doude van Troostwijks stijl is bijzonder. Haar roman bestaat uit korte stukjes, soms half bladvullend, soms anderhalve pagina lang. Het is bijna poëzie: „Twee schepjes suiker in de koffie met melk, twee koekjes ’s ochtends en één ’s middags. Onze twee lichamen onbeweeglijk in het licht.” Spreek de zinnen maar uit, ze zijn voor te dragen op een prachtig metrum.
De mengeling van de Nederlandse en de Franse taal spreekt aan
Ook de mengeling van de Nederlandse en de Franse taal spreekt aan. Moeder noteert na een telefoontje van een gemeentelid: „Mensen van de dag”, oftewel: bezoek kan geen uitstel lijden. In het Frans hangen de bezoekers aan een zijden draadje: ”Ils ne tiennent qu’à un fil”. Een ander voorbeeld: In het Nederlands zijn gemeenteleden de weg kwijt. In het Frans verliezen ze het hoofd. ”Ils perdent la tête.”
Ik kan er nog meer over schrijven. Doude van Troostwijk schrijft mooi en beeldend en schetst eigenlijk een soort langzaam stilleven, als die combinatie mogelijk is. Als lezer zie je de personen en het leven langzaam voorbijtrekken en ik kijk en denk: wat een schoonheid van taal, wat een melancholie en heimwee naar geborgenheid. Het geloof is een verhaal, maar een diepere functie mist het. De auteur is onderdeel van deze tijd, waarin geborgenheid en vastheid vaak gemist worden. Ze kan dit goed verwoorden. Ze doet me enigszins denken aan ”Mintijteer” van Esther Maria Magnis, met ook zo’n zoektocht naar vastheid en geloof, maar Magnis verwoordt het veel rauwer dan Doude van Troostwijk. De laatste is de filosofische, zachte variant. Ze schrijft een lezenswaardig debuut, het overdenken waard.

Mensen van de dag
Emma Doude van Troostwijk
uitg. Meulenhoff Boekerij
169 blz.
€ 20,99
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Boeken | Fictie
- Boekrecensies








