Prostitutie is al 25 jaar legaal in Nederland, maar sekswerk is geen droombaan
Prostitutie als veilig en normaal beroep. Dat zou het opgeheven bordeelverbod uit 2000 opleveren. Is dat gelukt? Drie hulporganisaties kijken terug op een kwarteeuw legale prostitutie in Nederland.

„Drie straten waren bestemd voor prostitutie in Den Haag, voor het jaar 2000”, vertelt Peter Strating, oprichter van stichting De Haven, een christelijke hulporganisatie onder sekswerkers in Den Haag en Rotterdam. „Terwijl bordeel houden eigenlijk verboden was, waren die bordelen er wel. Ik schat dat er toen zo’n 2000 vrouwen werkten.”
In 2000 werd het bordeelverbod opgeheven: prostitutie werd hiermee in Nederland volledig legaal. „Nadat de wet van kracht werd, waren het nog maar iets van 200 vrouwen. Alle vrouwen die in Den Haag illegaal werkten, zijn de straat uitgeveegd”, herinnert Strating zich. Na de wetswijziging zal een deel van de sekswerkers, met niet-Nederlandse afkomst, naar huis zijn teruggekeerd, vermoedt de oprichter. „Ook zal een deel in de illegaliteit terecht zijn gekomen.”
Zonder daglicht
In het jaar 2000 verandert de prostitutiebranche ingrijpend. In de vorige eeuw was prostitutie in Nederland legaal. Bordeel houden was daarentegen strafbaar; al werd dit in Nederlandse gemeenten vaak gedoogd. Gemeenten organiseerden het vaak zo dat een deel van een wijk als prostitutiestraat fungeerde, zoals de Poeldijkse straat in Den Haag en de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam.
Strating, die in de jaren negentig samen met vrijwilligers pastorale hulp aan sekswerkers in Den Haag bood, schetst zijn ervaringen: „Die wereld was overweldigend. Vanuit De Haven op de hoek van de Haagse prostitutiestraat gingen we langs bordelen. We bezochten vrouwen om met hen te praten, te bidden en de Bijbel te lezen. Ik kwam in kamertjes zonder daglicht. Prostituees woonden en werkten daar, 24 uur per dag. Ik hoorde van vrouwen die 25.000 dollar schuld hadden aan de mensen die hen hier hadden gebracht. Hier was sprake van mensenhandel.”

De wet Opheffing algemeen bordeelverbod kreeg in 2000 groen licht. Die wet moest gedwongen prostitutie bestrijden, de rechtspositie van sekswerkers verbeteren en voor beheer van bordelen zorgen. Een bordeel houden met vrijwillige prostituees werd legaal. De legalisering moest misstanden, zoals uitbuiting, uitbannen en sekswerk een normaal beroep maken.
Om deze doelen te bereiken, veranderden de eisen aan de Nederlandse seksindustrie. Wie een bordeel hield moest een vergunning aanvragen. Sekswerkers met een niet-Nederlandse nationaliteit die bij een bedrijf –zoals een club of privéhuis– werkten, moesten in het bezit zijn van een verblijfsvergunning. Voor prostituees die zelfstandig wilden werken, werd onder meer inschrijving bij de Kamer van Koophandel, belastingaangifte en een verzekering verplicht. Daarnaast controleerde de politie in bordelen op vergunningen, werkomstandigheden en uitbuiting.
Dubbel
Strating meent dat de wetswijziging destijds deels goed uitpakt. Je kunt de wereld van de seksindustrie niet aan zijn lot overlaten, vindt hij. „Nu wordt er gehandhaafd, wat voor 2000 niet gebeurde.”
De omstandigheden voor prostituees zijn na de eeuwwisseling verbeterd, vindt Strating. „De peeskamertjes (plaats waar prostituee de klant ontvangt en diensten verleent, HvdB) en prostitutiestraten zien er netter uit”, meent hij. „Als je nu in de prostitutie werkt, heb je werktijden. Je kunt naar huis en zit niet 24 uur per dag op dezelfde kamer.”

Jolanda van der Maas, directeur van De Haven, beaamt dat. „Nu prostitutie is gelegaliseerd, hebben we toegang tot seksinrichtingen. Bordeelhouders en clubeigenaars zijn verplicht hulpverlening binnen te laten. Dat is positief.”
Waar de overheid zicht heeft, is de prostitutiebranche beter geworden, meent Strating. „Zonder dat alle problemen daar weg zijn. Voor sekswerkers die illegaal werken, zonder vergunning, is het risico op uitbuiting groter, maar binnen de vergunde sector komt misbruik en mensenhandel ook nog voor.”
Mondig
De sekswerkers die in de huidige prostitutiebranche werken, verschillen sterk, merken de hulporganisaties Fier, De Haven en Scharlaken Koord. „De wet is bedacht met het oog op de groep mondige, zelfstandige sekswerkers. Zij worden door huidige regelgeving het best bediend”, vindt Marja Sijpestein. Ze is manager van Scharlaken Koord, een sinds 1983 bestaande christelijke hulporganisatie voor sekswerkers in een groot deel van Nederland, waaronder Gelderland, Flevoland en Noord-Holland.

Werken met een vergunning geeft wettelijke bescherming. Een sekswerker heeft dan, zoals elke werkende in Nederland, bijvoorbeeld recht op een bankrekening en verzekering. Ook is werk in een vergunde inrichting „relatief veilig”, weet Sijpestein. „Achter een raam op de Amsterdamse Wallen of in een bordeel zit een noodknop voor sekswerkers. Als een klant gewelddadig wordt, komt de politie direct.”
Het is die groep zelfstandige sekswerkers die weinig beroep doet op hulporganisaties, merkt Anna Hoogland, prostitutie maatschappelijk werker bij Fier, een hulporganisatie die onder andere hulp biedt aan sekswerkers in Friesland. Zij zijn juist goed in beeld doordat ze berichten ontvangen en hulpverleners hen tijdens rondes langs bordelen ontmoeten. Hoogland: „Wie als sekswerker bijvoorbeeld bankzaken, een verzekering en een woonplek goed heeft geregeld, heeft onze bemoeienis vaak niet nodig. Niet iedere vrouw in de prostitutie die we spreken, is slachtoffer”, benadrukt ze.
Koffertje
Een deel van de sekswerkers koos er echter na de legalisering voor zich niet te registreren en daarmee illegaal te gaan werken, vertelt Sijpestein. Dat botste met het oorspronkelijke doel van de wet: toezicht houden op bordelen en daarmee op sekswerkers.
Dat sekswerkers liever illegaal diensten verlenen, komt onder andere doordat ze zich voor een vergunning of registratie bij de Kamer van Koophandel moeten inschrijven. Naam en identiteit worden dan bekend, terwijl een flink deel van de sekswerkers bewust anoniem blijft en een werknaam hanteert. Weinig sekswerkers komen graag bij hun familie en vrienden uit voor hun beroep, merkt De Haven.

Ook laten sekswerkers zich niet registreren vanwege een niet-Nederlandse nationaliteit. Sijpestein: „Die mensen krijgen dan misschien te horen van de overheid: je mag hier helemaal niet zijn. Je hebt geen recht om in Nederland te werken.” Werken zonder vergunning, thuis of in hotels of vakantieparken, in plaats van in een privéhuis of bordeel, is dan de enige optie.
De onvergund werkende groep prostituees, zij die geen slachtoffers van mensenhandel en geen zelfstandige sekswerkers zijn, houdt Sijpestein bezig. Tijdens politiecontroles, waar ze namens Scharlaken Koord aan deelneemt, komt ze midden in de nacht op een vakantiepark terecht. „Daar werken dan drie Zuid-Amerikaanse vrouwen, illegaal. Op een site hebben ze een profiel aangemaakt om klanten te ontvangen. Na controle op het vakantiepark worden ze –omdat ze zonder verblijfsvergunning werken– in de nacht met hun koffertje op straat gezet.” De Nederlandse regelgeving helpt die vrouwen niet, vindt ze.
Nationaliteit
Vaak hebben sekswerkers van buiten Nederland een Zuid-Amerikaanse of Oost-Europese nationaliteit, merken de hulporganisaties Fier, Scharlaken Koord en De Haven. Ze komen onder andere uit Colombia, Venezuela of Bulgarije.
Mannen en vrouwen van buiten de Europese Unie die in de prostitutie werken, zijn extra kwetsbaar geworden door de legalisering. Pytrik Wijbenga, prostitutie maatschappelijk werker bij Fier, kent voorbeelden uit haar werk: „Een Zuid-Amerikaanse vrouw wordt uitgenodigd in Nederland door een pooier die zegt: „Je kunt wel bij mij werken.” Ze spreekt geen Nederlands, slecht Engels en heeft geen geldig diploma. Ze kent geen wetten en regels. Om snel geld te verdienen, komt ze naar Nederland. Zo iemand kan makkelijk worden uitgebuit.”

Seksuele uitbuiting in Nederland komt inderdaad nog steeds voor. In 2024 meldt CoMensha, het landelijke coördinatiecentrum tegen mensenhandel, dat in Nederland van de bijna duizend geregistreerde slachtoffers van mensenhandel bij 48 procent sprake was van seksuele uitbuiting. Het daadwerkelijke aantal slachtoffers wordt op zo’n 5000 per jaar geschat.
Hoe kan dit, terwijl het bordeelverbod werd opgeheven om uitbuiting tegen te gaan? De armoede in het thuisland van een niet-Nederlandse sekswerker is groter, legt Hoogland uit, collega van Wijbenga. Vaak drijft dat mensen om sekswerk in Nederland te doen. Wie als stewardess in Oost-Europa maandelijks zo’n 300 euro binnenkrijgt, kan in Nederland bijvoorbeeld maandelijks 1000 euro verdienen als prostituee. „Ontzettend veel”, voor iemand uit Roemenië, vertelt Hoogland.
Droombaan
De maatschappelijk werkers van Fier weten: een vrouw uit Roemenië die ook moeder is, bedacht waarschijnlijk niet van jongs af aan dat prostituee haar droombaan was. Desondanks kiest een deel van die vrouwen uit Oost-Europa voor het beroep. Deze moeder werkt soms enkele weken in Nederland en keert dan terug naar het thuisland, uit noodzaak. „Het verdiende geld gebruikt ze om haar kinderen naar school te laten gaan. Of haar ouders te verzorgen”, weet Wijbenga.
Sijpestein herkent deze situatie: de meerderheid van de sekswerkers in Nederland wordt niet gedwongen, opgesloten en geslagen om in de prostitutie te werken. „Voor iemand die kiest voor sekswerk en geen alternatief werk heeft, heet het geen gedwongen prostitutie of mensenhandel”, legt de manager uit. Maar als iemand geen alternatief heeft, is het geen totaal vrijwillige keuze, meent Sijpestein. „Mensen uit Zuid-Amerika of Oost-Europa vinden het doorgaans geen droombaan. In Nederland is het voor hen de enige manier om geld te verdienen.”
Of de opheffing van het bordeelverbod sekswerkers in Nederland heeft geholpen? „De overheid probeert de wereld waarin we leven te reguleren. Ook al blijft het kwaad bestaan”, denkt Strating. Een manier om de prostitutiebranche te reguleren staat in het nieuwe regeerakkoord van D66, VVD en CDA. De minimumleeftijd voor sekswerkers moet verhoogd worden naar 21. De Wet regulering sekswerk, die in 2021 in de Tweede Kamer werd ingediend, stelt dat voor elke sekswerker een vergunningsplicht moet gelden.
Maatschappelijk werkers van Fier hopen dat sekswerkers bij de nieuwe wetgeving betrokken worden. „Praat met hen, niet alleen over hen”, vindt Wijbenga. Zo kunnen vraagstukken opgelost worden.
Het uitbannen van gedwongen prostitutie blijft voor hulporganisaties een toekomstdroom. „Ik hoop dat de branche zo wordt ingericht dat uitbuiting en mensenhandel niet meer voorkomen”, zegt Van der Maas.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- Beste van RD
- De Week






