OpinieColumn Wim van Egdom

In het verval verbergt zich soms ook schoonheid

Eerlijk gezegd schrik ik soms van de thema’s die RDMagazines hebben. Ik weet dat die schrik heel veel te maken heeft met het feit dat ik al wat langer columns schrijf. En hoe blijf je dan fris als je een bepaald thema al een paar keer hebt zien langskomen?

Deze keer was er echter geen enkele schrik toen ik hoorde waar dit magazine over gaat. „Wil je aansluiten bij het thema schoonheid en verval?” zo vroegen de coördinatoren. Ja, graag, dacht ik, terwijl ik juist genoot van een schemerige en nevelige decembermiddag.

Aan het einde van het jaar verwijt ik mezelf namelijk altijd weer dat ik te weinig geniet van de korte tijd dat in dit land om een uur of vier ’s middags de schemering invalt. Waarin soms dagen achtereen de mist niet helemaal oplost. Waarin het soms voor de tijd van het jaar wel veel te warm is, maar nooit te heet. Voor je het weet, verdwijnt de winterverlichting immers weer uit de straten, wordt de klok vooruitgezet en maakt bijna iedereen zich weer enthousiast op voor lange, lichte dagen.

Bij die laatstgenoemde enthousiastelingen hoor ik zeker niet. Want welke schoonheid is er groter dan het verval in de natuur, dat na september onherroepelijk z’n intrede doet? Eerst de verkleuring van de bladeren aan de bomen. Kleuren die steeds vuriger en uitbundiger worden en dan als het ware uitdoven als de bladeren afvallen.

We tellen vaak in verlies en verval

Daarna zijn er de kale, zwarte boomstammen die uit de herfstnevels oprijzen. De natuur gaat in winterslaap en het wordt stil in het bos. De vorst komt, voor mij eigenlijk altijd te laat en te weinig. En dan is er heel soms ook nog sneeuw. En probeer dan, lopend door een bos met in wit poeder verpakte bomen en struiken, maar eens depressief te blijven. Mij is dat in ieder geval nog nooit gelukt.

Omzien doen we vaak in weemoed. Omdat we gewend zijn te tellen in verlies en verval. Zeker aan het einde van een jaar waarin er ook veel verloren is. En toch kan zelfs de weemoed over verlies en verval gedragen worden door dankbaarheid. Omdat er in dat verval, als we goed kijken, niet zelden lichtjes van schoonheid branden. Lichtjes die je, juist in het donker, het duidelijkst ziet.