OpinieColumn Wim van Egdom

Mijmeringen bij de Muurhuizen

Ik veerde letterlijk op uit m’n stoel toen ik eind september las dat de oud gereformeerde gemeente van Amersfoort in ieder geval tijdelijk verhuist naar Bunschoten.

En dat terwijl de gemeente sinds 1874 kerkte in de monumentale Muurhuizen in het centrum van de stad. Vorige week werd het iconische gebouw, dat vanwege het trapje voor de ingang ook wel de Trap werd genoemd, via een advertentie in de Saambinder te koop aangeboden.

Daarmee komt niet alleen een stukje Amersfoortse kerkgeschiedenis tot een einde, maar ook een klein deel van onze familiegeschiedenis. In 1931 werd mijn moeder in deze kerk gedoopt. Haar vader was er tot zijn overlijden in 1940 ouderling.

Op de kamer in het verzorgingshuis waar mijn moeder de laatste jaren van haar leven woonde, hing aan de muur een pentekening van de Muurhuizen. Tot kort voor haar overlijden wees ze bezoekers steevast op dat schilderij. Vanwege dementie vertelde ze dan in korte tijd meerdere keren exact hetzelfde verhaal. Over hoe ze daar ter kerke ging met haar tien zussen en broers en hoe goed de onderlinge sfeer was.

De dominee kon amper bij de preekstoel komen

Vroeger vertelde ze ons trouwens ook al over het kerkelijk leven in de Muurhuizen. Hoe vol de kerk zat als bijvoorbeeld ds. Joh. van der Poel kwam preken en hij zich vanuit de consistorie in de kelder amper een weg kon banen naar de preekstoel.

Volgens mijn moeder had ze de tekening van de Muurhuizen gekregen van een van haar twee zussen, die tot hun overlijden lid waren van de oud gereformeerde gemeente van Amersfoort. Dat klopte niet, wisten we. Maar ze toonde bij die mededeling altijd zoveel genegenheid voor haar zus dat wij nooit de moed hadden haar te corrigeren.

Een enkele keer koppelde ze de pentekening aan een schilderij met wat nietszeggende bloemen erop dat op de muur tegenover de pentekening van de Muurhuizen hing. Dat schilderij was volgens haar ’s nachts al een paar keer van de muur gevallen. Bijbelvast als ze was, noemde ze dan soms bijna terloops de naam van de Filistijnse afgod Dagon, wiens beeld gevallen was voor de ark. En in haar ogen zagen we dan de haar zo kenmerkende twinkeling. Waardoor het even leek of de dementie, die zo ruw haar gedachten had verward, verdwenen was.

Waar het bloemenschilderij na haar overlijden gebleven is, is onduidelijk. Voor de pentekening is dat een ander verhaal. Die blijft in de familie, zo besloten we.