OpinieWelbeschouwd

Elke oprechte christen die overlijdt, sterft in het harnas

Het is een bekende uitdrukking in de Nederlandse taal: in het harnas sterven. Volgens het woordenboek wil dat zeggen dat iemand overlijdt terwijl hij of zij nog volop aan het werk of zeer actief is.

Dr. J. Hoek, auteur voor de rubriek Welbeschouwd
beeld RD

In de kring van bevriende collega’s maakte ik het in de afgelopen tijd twee keer mee dat een broeder in het harnas stierf. In Wezep overleed ds. P.J. den Admirant na een maandenlange ernstige ziekte. In de wetenschap dat hij spoedig uit dit aardse leven zou worden weggeroepen, hield hij op zondag 23 november 2025 wat zijn laatste preek zou blijken te zijn. Zijn tekst op deze ”eeuwigheidszondag” was Romeinen 14:7-8, over het leven voor de Heere, het sterven voor de Heere en het eigendom zijn van de Heere.

Ernstig en realistisch sprak hij over „die bittere, akelige dood” en over de blijvende angst voor het onbekende, ook bij de oprechte gelovige. Daarbovenuit getuigde hij van het unieke houvast in leven en sterven: niet dat wij aan God vasthouden, maar dat de HEERE ons vasthoudt. Bewogen werd de gemeente opgeroepen het leven over te geven in de hand van Hem die elke traan, elke pijn en moeite kent. Hij verwaarloost Zijn duur gekochte eigendom niet, maar bewaart het liefdevol en trouw, ook dwars door de dood heen. „Hoe ook mijn levenseinde is, het is niet zonder Hem. Hij blijft mij nabij.”

Al Gods kinderen leven en sterven bekleed met de wapenrusting van het geloof

Onlangs stierf plotseling ds. W. den Hollander. Zijn laatste preek hield hij in de gemeente die hij als emeritus diende, Smithville, Canada, op 11 januari jongstleden, over Prediker 3:11. Indringend sprak hij over „het eeuwige waarom” in ons leven. Waarom woeden altijd weer die oorlogen, die talloze slachtoffers eisen? Waarom is Gods weg in de wereldgeschiedenis of ook in ons persoonlijk leven zo verborgen? Met al ons zoeken en vragen kunnen we meestal de zin van de dingen niet ontdekken, evenmin als Prediker dat kon. Het geloof leert echter in de vreze des HEEREN belijden: God is God! Het woord van de Prediker doet ons de hand op de mond leggen en buigen voor Gods „duistere voorzienigheid die verhult Zijn mild gelaat” (William Cowper).

Christus heeft zich vrijwillig onderworpen aan de schijnbare zinloosheid van het wereldgebeuren. De dag van Zijn geboorte, die van Zijn sterven en die van Zijn opstanding garanderen de dag waarop de bangste waaroms worden beantwoord en alle tranen van onze aangezichten worden afgewist. Nu is er nog de gebrokenheid van het leven, waarin we het plan van God niet begrijpen. Maar, zo eindigde ds. Den Hollander zijn preek: „And behold, it is good, no matter how He planned it.” („En zie, het is goed, hoe Hij het ook bereid heeft.”)

Genoemde Evangeliedienaren hebben elkaar wellicht nooit ontmoet. Ze werkten op verschillende continenten en in uiteenlopende omstandigheden. Maar ze stierven beiden in het harnas, van harte bezig met hun hoge opdracht het Woord te verkondigen.

Zo te sterven is niet voorbehouden aan dominees. De omstandigheden van het sterven zijn ook bij Gods kinderen heel verschillend: bewust of buiten bewustzijn, helder van geest of verzwakt in gedachten, plotseling of na een korter of langer ziekbed, in vrede of tot het laatst toe aangevochten. Maar hoe dan ook, ze leven en sterven bekleed met de wapenrusting van het geloof (Efeze 6). Om zo midden uit de strijdende Kerk over te gaan in de triomferende Kerk.

Wat is het rijk zo in het harnas te sterven ofwel paraat te zijn als Jezus komt in heerlijkheid.

De auteur is emeritus hoogleraar gereformeerde spiritualiteit.